JEREMIA

1979-01-19
  • Jaargang 23
  • nummer 3
Natuurwet?
Elke morgen gaat de zon weer op.
We verwachten ook niet anders. Het behoort bij ons verwachtingspatroon, dat elke morgen de zon opgaat. Daar is heel ons leven op gebouwd. 's Morgens wordt het licht en 's avonds weer donker. Zo is het heel de geschiedenis door al geweest. Het is nog nooit gebeurd, dat 's morgens de zon niet opkwam.
Dat is zo vanzelfsprekend, dat we er nauwelijks nog aan denken of bij stilstaan. Hetis gewoon een wetmatigheid voor ons, een natuurwet.
Over die wetmatigheid kunnen we overigens heel wat vertellen. We kunnen precies uitleggen hoe het komt, dat het licht wordt en weer donker. We kunnen dat allemaal verklaren.
We weten hoe dat gaat.
Eigenlijk is dit voor de meeste mensen de enige manier waarop ze er over praten en denken kunnen. Het is een natuurwet. Daar is alles mee gezegd.
Dat geldt ook voor veel christenen.
Dat het elke dag weer licht wordt, zien ze als een pure wetmatigheid.
Maar op die manier wordt God buiten spel gezet en buiten beschouwing gelaten. Men gaat dan eigenlijk uit van de gedachte: alles waar we een verklaring voor hebben en wat we wetenschappelijk doorzien, heeft niets met God te maken.
Dat is erg jammer. Want zo verdwijnt God uit de totaliteit van het leven en wordt Hij teruggedrongen naar het terrein van het zgn. geestelijke leven. Zo wordt Hij gereduceerd tot een God voor de ziel. En daarmee uit.
De moderne theologie werkt dat in de hand. Vroeger, zo stelt men, zagen de mensen God en zijn werk in alles waarvoor ze geen verklaring hadden (b.v. in onweer e.d. zaken). Maar tegenwoordig weten we beter. We weten nu dat die gedachte een noodsprong was. Tegenwoordig kunnen we de natuurverschijnselen wetenschappelijk verklaren, zodat we God niet meer nodig hebben als verklaring ervan.
Op die manier wordt God steeds verder geamputeerd en uit het leven weggedrongen.Zijn werkterrein wordt steeds verder ingekrompen. Daarom is ons spreken over natuurwetten misschien toch minder onschadelijk dan we denken. Het wekt onwillekeurig de indruk, dat we in natuurwetten te maken hebben met dingen die op zichzelf staan en die automatisch, los van God, werken.
Dat is door en door onbijbels gedacht.
God staat niet los van de natuurverschijnselen.
We zullen ervoor moeten waken te denken, dat wij met onze natuurwetenschappelijke verklaringen van deze verschijnselen alles gezegd hebben wat er te zeggen valt.
Want zo zouden we God uit het leven wegredeneren.

Verbond aangaande dag en nacht
Jeremia 33 kan ons helpen in de natuurverschijnselen de HERE te blijven zien. De HERE zegt hier nl., dat de wisselingvan dag en nacht niet louter een natuurverschijnsel is, waar Hij buitenstaat, maar zijn verbond aangaande dag en nacht (vs. 20).
We moeten daarbij denken aan het verbond dat de HERE sloot met Noach na de zondvloed. Toen nam Hij zich voor: voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, dag en nacht niet ophouden (Gen. 8 : 22). En daarop berust het verbond dat God met Noach sloot.

Wanneer het 's avonds donker wordt en 's morgens licht, komt God zijn verbond na. Dan is Hij trouw aan zijn belofte. Het zou geen kwaad kunnen, als we ons dat wat meer bewust maakten. We doen er goed aan, als we 's morgens bij het opstaan, wanneer we zien dat het weer licht geworden is, bewust tot onszelf zeggen: ook vandaag is Jahweh weer trouw aan zijn verbond aangaande dag en nacht. Het is goed daar eens uitdrukkelijk bij stil te staan. Want onze natuurwetenschappelijke verklaring van de opeenvolging van dag en nacht laat maar een stukje zien van de werkelijkheid. Die verklaring is op geen stukken na volledig en laat het belangrijkste buiten beschouwing.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief