BRIEF VAN CYPRUS aan onze jeugd
1979-02-02
Inleiding- Jaargang 23
- nummer 5
Anna Goray is de schuilnaam van een onderwijs-specialiste uit Oban, wier werkkring zich tot Dalmally uitstrekt. Ze is de vrouw van een ouderling uit de Free Reformed Church en afkomstig van het eiland Lewis.
Haar reisbrieven over Cyprus vonden we in .The Instructor", het jeugdblad van de Free Church of Scotland en wel van november en december vorig jaar. De Free Church, ten onrechte vaak "zwarte kousen-kerk" genoemd, is een levendige kerk, waarin de jeugd alle aandacht krijgt, en die - dicht bij het Woord levend - een goede naam heeft. Wij hadden er plezier in, deze brief voor onze jeugd te vertalen; de jeugd van acht tot tachtig bedoelen wij.
D. W. L. M.
Eerst over het plaatsje Ayia Napa. Ayia is het Griekse woord voor heilige en Ayia betekent ongeveer "Onze V-rouwe van de Wouden" - dat is de schutspatroon van dit dorp, een plaatsje in de Zuidoost hoek van Cyprus.
Ayia Napa ligt maar 16 km van Famagusta - eens de havenplaats van het eiland - maar nu is het, tengevolge van de Turkse invasie op Cyprus, van Famagusta afgesneden, alsof het twee verschillende werelddelen zijn. Nu moeten de lui van Ayia Napa 50 km westelijk rijden om in een stad, Larnaca, te komen.
Ayia Napa schijnt niet beïnvloed te zijn geweest door het nabije toeristische Famagusta. Het is een simpel boerendorpje. De huizen staan bij elkaar, de akkers liggen buiten het dorp. Ayia Napa ligt bij de zee, de blauwe Middellandse Zee, die hier als een bleke akwamarijn achter het zandstrand ligt. Een idyllisch strand om te zwemmen en te zonnebaden - meer voor vakantiegangers dan voor de dorpelingen. De kleine haven echter is vol goed onderhouden boten, sommige met buitenboordmotor, andere wat groter, die voor anker deinen terwijl hun netten en krabbenkooien in de boeg gestapeld liggen.
In het hart van het dorp is een zeer oud klooster en een oude, maar nog actieve, Grieks-Orthodoxe Kerk. Dit klooster was eigenlijk oorzaak, dat we Ayia Napa en zijn volkje ontdekten. Aartsbisschop Makarios schonk dit klooster namelijk aan de Raad van Kerken, om te worden gebruikt als christelijk conferentieoord voor groepen, die dat wensten. We hadden gedacht, dat hier ook een eenvoudig logement aan verbonden zou zijn.
Zo kwamen we op een morgen in de oude kloostertuin. Er was niet veel te doen. Oude vrouwen wasten en hingen haar lakens op. Er was een deur met "receptie" er op, maar helaas gesloten. Een oudere heer kwam ons te hulp, vriendelijk en gastvrij, maar helaas onverstaanbaar. Toch wist hij ons duidelijk te maken, dat, als we even wachtten, hij Engels sprekende versterking kon halen. Dat deed hij in de vorm van zijn aantrekkelijke dochter, die vertelde dat ze de receptioniste van het klooster was en dat het klooster helaas geen loslopende gasten kon herbergen - maar zelf had ze wel kamers te huur. Of we haar huis wilden zien? Ja, natuurlijk.
Zo begon een leuke episode. Doula, zoals onze vriendin heette, had met man en kinderen plezierig in Famagusta gewoond. Toen in 1974 de Turkse bommen gingen vallen en ze voor hun leven moesten vluchten, lieten ze al hun eigendommen achter. Het gezin was blij een vakantiehuisje te Ayia Napa te hebben en dat te kunnen betrekken. In Griekenland en onder Griekse Cyprioten is het gebruikelijk, dat ouders aan een huwende dochter een huisje meegeven, zo mogelijk zelfs gemeubeld. (Je moet er niet aan denken, vader van vier dochters te zijn.) Adonis, de Vader van Doula, had deze ouderplicht vervuld. Doula en Kristakis waren blij, van hun vakantiehuisje een vaste woning te kunnen maken. Kristakis werd directeur van het klooster, zijn schoonvader tuinman en zijn vrouw receptioniste. Met dit vaste inkomen waren ze in staat de geldmiddelen aan te trekken voor de verbouwing en netjes af te lossen.
We voelden ons hier thuis, bij de waarden van gezin en dorpsgemeenschap en de kerk in het midden. Interessant om te zien, hoeveel we gemeen hadden.
Maar op Cyprus vonden we meer dan Ayia Napa.
Even ten Noorden van Famagusta ligt Salamis, evenals de eerste in Turkse handen. Daarom konden we helaas niet Salamis bezoeken, waar nog de echo hangt van de stemmen van Paulus, Barnabas en Johannus Marcus, zie Handelingen 13. Maar daar lezen we ook, hoe zij, na in de Joodse synagogen te hebben gepreekt, dwars over het eiland naar Paphos zijn getrokken. We vroegen ons af of ze de kustweg zouden hebben genomen - dan wel over de vlakte van Nicosia zijn getrokken. Daar we in Nicosia logeerden dachten we aan de laatste weg. En we werden bevestigd in onze mening door een bezoek aan het kostelijk museum van Nicosia.
Ik ben er zeker van dat sommige lezers net als ik van de schrijver C. S. Lewis houden en als u ook gelezen hebt "Tot wij gezichten krijgen" zult u iets weten van de god "Ungit". Welnu, denk eens in hoe verrast ik was toen we, in datzelfde museum, een grote zwarte steen vonden, met een opschrift: dat deze godheid met de verering van Aphrodite had te maken.
Daar werden we in staat gesteld de bevolking van Cyprus na te sporen tot 5000 jr voor Christus! We zagen archeologische bewijzen van menselijk kunnen, vanaf borden en stenen voorwerpen, door alle stadia van aardewerk heen, tot op de vroeg-Christelijke periode, waarin Paulus leefde. Dat scheen wel gisteren te zijn geweest, als je die lange periode overzag.
En dat was mede een reden om de weg van Paulus naar Paphos aan de Westkust te kiezen. Even bezuiden Paphos is een rots, die in zee uitspringt.
Men noemt die "de geboorteplaats van Venus", waar de godin Venus uit de zee zou zijn verrezen. Dichterbij zijn de overblijfselen van Apollo's tempel. Dat alles droeg bij tot het bestaan van de drukke havenplaats, die Paphos ten tijde van Paulus was.
Eerst bezochten wij de "koningsgraven". Rijke burgers werden hier vroeger begraven, in ondergrondse kamers, wier gewelven gedragen zijn door slanke zuilen. Die kamers waren al interessant, maar werden belangrijker toen we lazen hoe ze gebruikt waren als schuilplaatsen door vroege christenen in tijden van vervolging.
Nadat we aan de moderne vissershaven een gerecht van vers gevangen vis hadden gegeten, gingen we naar de beroemde bezienswaardigheid (naar onze mening de onbelangrijkste). Dat is de "pilaar van Paulus" zogenaamd, waarvan verteld wordt dat de apostel hieraan geketend veertig min een slagen zou hebben ontvangen. Het aantal slaat niet op de slagen, maar op het aantal riemen aan de zweep, een interessant detail. De pilaar staat net buiten de Grieks-Orthodoxe Kerk, die er vermoedelijk goed van geprofiteerd heeft. Maar onze bedenking groeide, toen we Handelingen 13 lazen. Het kwam ons voor, dat Paulus een goede en succesvolle reis gehad heeft over Cyprus. We hebben slechts de bijbelse aanwijzing, dat de Romeinse landvoogd Sergius Paulus belang stelde in Paulus' woord en zijn vrienden en dat hij voorkomend was.
En inderdaad bracht .de volgende plaats te Paphos ons de landvoogd en de apostelen dichter bij dan de pilaar, waaraan gegeseld zou zijn. Die volgende plaats is een recente ontdekking van een boer, pas in 1962 gedaan.
Die boer was namelijk bezig zijn land te ploegen, toen hij op harde voorwerpen stuitte en zijn ploeg scherven van tegels naar boven bracht. Toen hij ze onderzocht begreep hij, dat hij iets belangrijks had gevonden. Hij bracht zijn vondst bij de overheid.
Het prachtige resultaat lag nu voor onze ogen en onder onze voeten. Onder leiding van Nicosia's Museum zijn lage muren gebouwd rondom een mozoïek-bodem, die duidelijk de bouw van een Romeinse villa doet zien.
De oorspronkelijke vloeren zijn alle aanwezig: schoongemaakt, in schitterende kleuren, met sommige patronen zo volledig en duidelijk, dat de erop uitgebeelde mythen geen uitleg behoeven.
Kijk, daar dachten we een echte schakel tot Paulus en de Romeinse landvoogd te zien. Wie weet - dit zou de gouverneurswoning van Sergius Paulus kunnen zijn! Zeker moet die hier ongeveer zijn geweest - en als deze het niet was dan moet Sergius Paulus' huis er vrijwel zó hebben uitgezien.
Hij had om Paulus en Barnabas gevraagd, verlangend naar Gods Woord (Hd. 13 : 7). En Sergius geloofde, bizonder nadat Paulus had afgerekend met Elymas de tovenaar. Sedertdien zijn er altijd christenen op Cyprus geweest. Ik dacht aan onze vriend Hercules Panyatides, nu directeur van de burgerluchtvaart op Cyprus. We hadden hem ontmoet in de kerk, tussen een Engels sprekend gezelschap van christenen uit allerlei naties, meest doorgaande reizigers. Daarbij was een groep Griekse christenen (in wier huis wij vergaderden), die blij waren dat de Engels sprekende broeders met hen samenkwamen. En als deze hedendaagse Griekse christenen door Hercules vertegenwoordigd zijn, dan zijn ze waardige navolgers van Paulus, Barnabas en Johannus Marcus.
Evenals Paulus hadden wij een aangenaam verblijf op Cyprus, hoewel we waarschijnlijk meer op Barnabas en Johannus Marcus leken dan op Paulus.
Want deze gingen terug naar Cyprus en dat zijn wij ook van plan te doen. (Hd. 15: 39). Herinneringen aan Barnabas kom je op Cyprus overal tegen: in de namen van kerken en kloosters.
Ik geloof dat jonge leden van de Free Reformed Church, bizonder onderwijzers, met wat avondtuurlijke geest, goed zouden doen een werkperiode op Cyprus te zoeken en zich aan te sluiten bij onze zusterkerk - om vandaag te werken aan de uitbouw van het Evangelie, waaraan zo lang geleden begonnen is in Salamis en "van stad tot stad over het hele eiland voortgezet" (13 : 6).
Er zijn niet vele christenen van het gereformeerde geloof op Cyprus. Maar ze zijn er en, zoals altijd op onze reizen, we voelden de sterke band van onze gemeenschappelijke geestelijke erfenis. Het is goed de kaart te bezien en daar niet slechts pilaren, mozaïeken en oude tempels op te denken - maar er levende stenen van een "tempel, niet met handen gemaakt"
op te zien: onze hedendaagse christen-vrienden! Het was ons goed, deze zomer, om deze vrienden aan het kleurige mozaïek van onze ervaringen toe te voegen. Ze vormen mede Christus' gemeente in deze wereld.