Vrije en vreemde (2)
1979-02-02
Vrij zijn hier - Jaargang 23
- nummer 5
In deze wereld leef je dus als vrije.
Wat dat wil zeggen kan nu wel duidelijk zijn. Vrij zijn is Godkennen.
En kennen is meer dan kennis-hebben-van Psalm 25 spreekt van de omgang met God, blij makend maar.
Geen wijsvinger, maar een uitgestoken hand. Als vrij kind van God mag je vliegen, vrij als een vogel in de lucht, maar je bent van Christus, je moet en wilt in je vliegen dus steeds uitkomen bij de Here Jezus, je kunt Hem niet voorbij razen.
Vrij-zijn betekent altijd weer in de spanning leven van jouw wil en Gods wil.
Vrij-zijn betekent, dat er geen tegenstelling is tussen een kerkdienst en een borrel, maar jij bent van Christus.
Vrij-zijn betekent, dat een boek niet beter is dan een film, maar jij bent van Christus.
Een vaderland in de hemel Het koninkrijk van de Here Jezus is niet van deze wereld, het is een koninkrijk der hemelen en straks, op de jongste dag, zal het in volkomenheid neerdalen op aarde.
Zover is het nu nog niet.
Maar dat is wel het eindpunt, het einddoel. Van dat koninkrijk dat komt, zijn wij burgers. Daarom kan Paulus in Fil. 3 : 20 zeggen dat ons burgerschap (vaderland) in de hemel is. Wat Paulus daarmee bedoelde, hebben de mensen in Filippi heel goed begrepen. Filippi was een romeinse kolonie in Griekenland.
Er woonden veel oudmilitairen en ze hadden het recht om daar in Filippi, buiten het moederland dus, in te richten naar het romeinse recht en de romeinse gewoonten. Ze konden zeggen: "Ons vaderland is in Rome", maar intussen woonden ze ver van hun vaderland. Ze waren wel in Filippi, maar niet van Filippi. Welnu, zó maakt Paulus de gelovigen duidelijk dat hun vaderland eigenlijk in de hemel is, ook al wonen ze op aarde.
We wonen in deze wereld maar we zijn burgers van het koninkrijk der hemelen. God zet ons in deze wereld maar we zijn hier niet echt thuis, we moeten ons hier niet te vast hechten, we moeten van deze wereld niet te veel verwachten. We moeten ons gedrag niet afstemmen op deze wereld. We moeten mensen zijn met een andere visie (Rom. 12: 1 en 2), mensen met een andere kijk op de dingen. We moeten anders denken dan de mensheid, we moeten in ons denken worden vernieuwd, teneinde zó te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad.
Als Paulus in Ef. 4 zegt dat de gelovigen anders zijn omdat ze Christus hebben leren kennen, betekent dat niet dat ze beter zijn. Ze zijn anders.
"Here God, wij zijn vervreemden door te luisteren naar Uw stem ... "
Vervreemden, vreemdelingen.
We wonen op deze aarde eigenlijk als vreemden, als mensen die hier geen vaste woonplaats hebben.
Zoals Abraham, die zelfs in het beloofde land nog 'n vreemdeling was.
"Door het geloof heeft hij (Abraham) als vreemdeling vertoefd in een land dat hem beloofd was ... ; want hij zag uit naar de stad met fundamenten ... " (Hebr. 11 : 9).
Je bent een vreemde in deze wereld.
Maar juist dat vreemd-zijn-hier doet je uitzien naar de onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis die klaarligt in de hemel (1 Petr. 1 : 4).
(slot volgt)