Vredesweek
1979-02-09
Het verwijt aan het adres van het IKV (Interkerkelijk Vredesberaad) is dat er met geen (of weinig) woorden wordt gerept over de wortel van alle kwaad die gelegen is in de natuur van de mens. Een rechtvaardiger en vrediger maatschappij is alleen dan mogelijk als we dit erkennen en daarbij alles wat tot verbetering leidt van God verwachten.- Jaargang 23
- nummer 6
Eerst bekeren, dan volgt het andere vanzelf en krijgt men hoe langer hoe meer lust en liefde om _naar de wil van God alle goede werken te volbrengen. Deze belijdenis, deze erkenning, zo is vaak het verwijt, spreekt niet uit de vredestaal van het IKV.
Maar wat betekent nu "belijden"?
Is dat slechts een met de mond belijden en zeggen: Here, Here (Matth. 7 : 21-23), of betekent het niet veel meer (maar ook niet minder) dan het dóen en uitvoeren van Zijn wil. Ligt ons belijden dan niet in het dóen van wat Christus ons in Zijn bergrede leert en dat het dóen het fundament is waardoor ons huis overeind zal blijven?
(Matth. 7 : 24-27).
We kunnen wel belijden dat we in een verdorven wereld en maatschappij leven maar dat houdt toch ook in dat we in deze zonde niet mogen blijven liggen en er tegen strijden moeten voor zover dat in ons vermogen ligt. Ademt de gedachte van het IKV niet voortdurend dit belijden?
Wie dan met een vergrootglas de Vredeskrant heeft afgezocht naar de woorden van belijden en bekeren die zal ze wellicht niet vinden maar er wel overheen lezen. Een vergrootglas vergroot slechts enkele woorden, terwijl men van het geheel (in z'n verband) niets ziet.
Nut van kernwapens
Een ieder vindt kernwapens afschuwelijk en zwaar overdreven. Deze overdrevenheid zou ons tot bezinning moeten brengen; er over discussiëren zou toch het minste zijn.
In onze kringen (buiten-verbandse) zwijgt men, negeert men een "Vredesweek" of men schampt erover en doet het af met de kreten "links" en "marxistisch". Tekenend is m.i. het volgende. In Bestek '81 worden de defensie-uitgaven vergroot terwijl de post Ontwikkelingshulp, relatief gezien, minder toebedeeld krijgt. Overdreven dus.
Desondanks getuigt men dat juist door die overdreven bewapening, ergo, de bewapeningswedloop wij onze vrijheid nog steeds hebben.
Dat die overdrijving in geen enkel verband meer staat met een defensie die de bevolking moet beschermen tegen machten van binnen zoals we dat in Rom. 13 lezen ("want zij draagt het zwaard niet tevergeefs") maar ook tegen machten van buiten (hierop is Rom. 13 weer niet van toepassing), dat neemt men op de koop toe.
Een miljard per dag
De totale defensie-uitgaven in de wereld bedragen per dag 1 miljard gulden. Met deze kennis en het feit dat we het overdreven vinden, zouden we ons op z'n minst eens kunnen gaan bezinnen en ons moeten afvragen of het niet beter zou zijn om nu in vredesnaam maar af te haken. Deze wedloop is niet vol te houden. Dan maar een zwak land in militair opzicht maar wèl sterk in geestelijk opzicht.
Zoals gezegd kost de wereld-defensie zo'n slordige miljard per dag!
Het westen is nog steeds koploper.
Het houdt complete industrieën draaiende. Afgezien van produktie van wapentuig voor eigen gebruik heerst er ook nog een zeer levendige wapenhandel. Duizenden werknemers in Nederland verdienen hun brood in deze wapenindustrieën zoals de Hollandse electronische bedrijven, de vermaarde kruitfabrieken en de scheepswerven.
Al deze wapens worden verkocht aan landen die een regiem hebben dat ons land welgevallig is; m.a.w. onze handel met deze landen loopt geen gevaar.
Het geeft werkgelegenheid. Maar als dit onze cultuuropdracht is, het produceren van oorlogstuig waarmee we in staat zijn God's schepping met enkele drukken op de knop volledig te vernietigen, dan moet hier toch een vraagteken geplaatst worden.
Waar zijn we in vredesnaam mee bezig? Je hoort dan een machteloos weerwoord in de vorm van "we moeten wel mee, we kunnen toch niet anders?" Is dat zo, zijn we machteloos en moedeloos? We kunnen toch zeggen dat het te gek wordt en dat we afhaken moeten, deze strijd, deze (wapen)wedloop opgeven.
Als we de bewapeningswedloop hebben opgegeven voor een wedloop naar gerechtigheid dan zullen we de consequenties hiervan moeten aanvaarden. Wellicht zullen we vervolgd worden om der gerechtigheid wil. Maar om nu die (mogelijke) vervolging met alle mogelijke militaire middelen trachten te ontlopen, is onze taak niet op aarde.
Men kan ons land bezetten en onze goederen, ons bezit waar we zo aan gehecht zijn, afpakken maar niet ons geloof. In de 2e wereldoorlog is gevochten voor onze vrijheid.
Velen hebben het leven gegeven voor onze vrijheid maar niet voor onze vrijheid om een welvaartsstaat op te bouwen.
Wij die het luxe leven gewend zijn dat beschermd wordt door atoomwapens (machtsevenwicht heet dat), zouden wij in geval van oorlog nog wel de moed op kunnen brengen om te strijden tegen onrecht? Wij die juist in onze jaren '70 weten hoeveel onrecht er geschied in de wereld, hoeveel honger er geleden wordt in de wereld en desondanks is het meest belangrijke voor ons dat het slecht gaat met de economie.
Met deze mentaliteit zullen we nooit kunnen strijden tegen onrecht ons zelf aangedaan.
Russen
Pas op voor de Russen, want zij willen bijv. de Kaap in handen krijgen, is een veel gehoorde kreet.
Dat moet ten koste van alles voorkomen worden en daarom onze steun aan Zuid-Afrika. Want lopen aanvoerroutes van onze grondstoffen ten behoeve van onze luxe artikelen niet langs deze Kaap? In tweede instantie roepen we dat we door het communisme onze geestelijke vrijheid wl eens kwijt kunnen raken. Maar is daarvoor een miljarden verslindende defensie gerechtvaardigd?
Of is daar geestelijke weerbaarheid voor nodig, een mentaliteitsverandering allereerst om onze naaste (in zo breed mogelijk verband) te erkennen als mens en om hem met alle mogelijke middelen te helpen. Dat is naar ik meen onze zendingsopdracht. Moeten we eerst bekeerd worden om dan pas aan zending te doen?
Wat hebben we na al die jaren christendom met onze vrijheid gedaan?
We hebben elkaar met de Bijbel in de hand en met allerlei leerstellingen en uit z'n verband gerukte teksten om de oren geslagen. Dat kon dankzij die vrijheid. We hebben elkaars kerkfundament betwist, we hebben miljoenen geïnvesteerd in kerkgebouwen opdat we ze in de meeste gevallen twee keer per zondag konden gebruiken. We brengen ik weet niet hoeveel op voor rente en aflossing. En voor de zending, onze werkelijke opdracht, worden fooitjes gegeven. Is dit onze geestelijke vrijheid waar we van mogen genieten dankzij het atoomschild van de Navo?
H. van Twillert, Bunschoten
Vredesweek (antwoord aan de heer H. van Twillert)
Het door H. van Twillert ingezonden stuk moest helaas een tijdje blijven liggen, omdat ik niet eerder gelegenheid had hierop in te gaan.
Gelukkig is de door hem aange-
sneden zaak ook nu nog volop actueel.
Verschillende facetten van het probleem zijn een tijdje geleden ook besproken in de discussie tussen drs K. Goudriaan en drs H. de Jong.
Ik zal die facetten nu maar zoveel mogelijk laten rusten. Beter dan mijn collega-redacteur De Jong het toen zei, kan ik het echt niet doen.
Negatie van het I.K.V. ?
De hr. Van Twillert klaagt erover, dat in onze kringen een "Vredesweek"
. wordt genegeerd of men schampt erover en doet het af met kreten "links" en "marxistisch".
Ik beweer niet, dat iets dergelijks niet gebeurt, maar ik ben dat toch in onze kringen niet tegengekomen.
Nog in sept. 1977 heeft Opbouw een uitvoerige beschouwing van ds Poort opgenomen over de Vredeskrant 1977. In dat artikel werd grondig op de inhoud ingegaan. Al was de kritiek scherp, er werd niet geschamperd met "links" of "marxistisch".
Ik heb trouwens niet gemerkt, dat men van de kant van het IKV op de argumenten van ds Poort is ingegaan.
Dit jaar kreeg de jongerenvredeskrant in "Verkenning" aandacht.
Daarin werd terecht gevraagd of mensen uit het kerkelijk jeugdwerk.
niet iets meer te zeggen hebben aan jongeren. Daar mag, zo werd opgemerkt, toch echt wel iets meer in staan over de echte vrede, die dwars door een nacht van duisternis op komst is.
In de discussie Goudriaan-de Jong is weken achtereen aandacht gegeven aan de problematiek waarover v. Twillert schrijft.
Het komt mij voor, dat Opbouw aan deze problematiek voldoende aandacht schenkt. Ik zou van mijn kant de vraag willen stellen, of het IKV wel aandacht schenkt aan de bezwaren, die van verschillende kanten tegen hun aanpak wordt ingebracht.
Een discussie met het IKV is daarom zo moeilijk, omdat het IKV de wezenlijke problemen uit de weg gaat.
In het Centraal Weekblad schreef mevr. Hanny van Leeuwen hierover: "Het kan natuurlijk zijn, dat ik niet bij machte ben tot het voeren van een wezenlijke dialoog, maar met de inhoud van de Vredeskrant kan ik maar moeilijk uit de voeten, omdat op mijn wezenlijke vragen - bewust of onbewust - niet wordt ingegaan."
In hetzelfde artikel citeert -zij nog mr. A. Rozemond, die in Hervormd Nederland schreef, dat het IKV naar zijn oordeel het ethisch debat ontwijkt en frustreert door b.v. nergens aan te geven wat voor risico's afschaffing van kernwapens zou kunnen meebrengen.
Voert het IKV geen monologen, omdat men het echte gesprek ontwijkt?
Belijden en beleven
Van Twillert merkt op, dat men aan het IKV verwijt in gebreke te zijn met het belijden, dat alles wat tot verbetering leidt van God te verwachten is. Men zegt: eerst bekeren en dan volgt het andere vanzelf.
Wat betekent nu belijden, zo vraagt hij. Dat is niet slechts met de mond belijden maar eveneens het doen en het uitvoeren van Zijn Wil.
Hij meent, dat de gedachte van het IKV steeds dit belijden ademt.
Van Twillert heeft gelijk als hij zegt, dat belijden nooit mag volstaan met het zeggen van Here, Here, doch dat het niet minder betekent een doen van Zijn Wil.
Alleen met de mond belijden is een goedkope zaak.
Woorden zijn niet genoeg. Het komt aan op daden.
"Een ieder die zondigt, heeft Hem niet gekend."
Daar is volgens de Schrift een onverbrekelijke eenheid van geloof en daad. Voor beide echter zijn we op Christus en Zijn Geest aangewezen.
Wij kunnen onszelf niet waarmaken.
De Vredeskrant geeft in elk geval de indruk, dat we onszelf wel waar zouden kunnen maken. Wanneer oud-minister Vredeling zegt uit te gaan van de volstrekte boosaardigheid van de mens wordt dat niet beaamd in de Vredeskrant, maar wordt gesproken over "veronderstelde boosaardigheid".
Wij moeten oppassen voor de waanidee van moderne theologen, dat de waarheid van het christelijk geloof door ons handelen bewezen wordt en dat de mens zichzelf en anderen verlost door zijn doen.
Men vergeet dan, dat het heil door Christus tot stand gebracht is. Dat heil is er onafhankelijk van wat wij ervan maken. .
Speelt deze moderne theologische beschouwing bij het IKV niet op de achtergrond mee?
Waar staat direct of indirect b.v. te lezen, dat dit alles gebeuren moet vanuit de Bijbel als Gods Woord door het geloof in God, die zich in Christus Jezus aan ons geopenbaard heeft en niet vanuit het geloof in de mens?
Zie hoe in de Vredeskrant gewerkt wordt met het begrip vrede.
Men spreekt over een andere vrede, dan waarover de Bijbel spreekt.
Door de verzoening met God in Christus is er vrede gemaakt met God en daardoor met de mensen.
Wanneer men over vrede spreekt zal dat toch moeten gebeuren vanuit deze vredesboodschap.
Het ambt van de overheid
Over Rom. 13 merkt v. Twillert op, dat dit slaat op de machten van binnen en niet van buiten.
Populair gezegd, volgens Rom. 13 mogen we wel politie maar geen leger hebben.
Daar. wordt echter in Rom. 13 noch elders verschil' gemaakt tussen van binnen en van buiten. Het gaat over handhaving van recht en gerechtigheid.
Wanneer deze bedreigd wordt, moet de overheid optreden.
Die bedreiging kan van binnenuit, maar evenzeer van buiten af komen.
De overheid heeft echter steeds de plicht de onderdanen te beschermen en recht en gerechtigheid uit te oefenen.
Daaruit vloeit voort, dat de overheid in bepaalde omstandigheden oorlog mag voeren, ja dat zelfs moet doen om haar ambt trouw te bedienen.
Daarvoor heeft de overheid een passend defensie-apparaat nodig.
Nederland behoort bepaald niet tot de landen, die dat apparaat onnodig opschroeven, al komt dat elders helaas wel voor. Een besteding van 10% van de uitgaven voor defensie is in vergelijking met vele andere landen niet hoog. Het is ook niet juist, dat deze uitgaven relatief hoger worden. Evenmin is het juist, dat Nederland op het gebied van de ontwikkelingshulp te kort schiet. Nederland staat hierin juist, in tegenstelling met de defensieuitgaven, vooraan.
Wat de gevolgen zijn van een verwaarloosde defensie hebben we kunnen zien in 1940. Wanneer Hit-
Ier toen een behoorlijk bewapende tegenstander tegenover zich had gehad, was een oorlog zeer onwaarschijnlijk geweest.
Nu zijn alleen al als gevolg daarvan 6 miljoen Joden in de gaskamers omgekomen.
Van Twillert spreekt me ook veel te gemakkelijk over een communistische overheersing.
Zoals voor 1940 velen het demonisch karakter van het nationaalsocialisme niet onderkenden, zo zijn er nu zeer velen, die niet begrijpen dat een communistische overheersing betekent, dat wij en onze kinderen aan een demonisch bewind worden overgeleverd.
Over de communistische landen wordt in de Vredeskrant ook met verbijsterende naïveteit gesproken.
Slechts een voorbeeld. Dr Verbrugh wordt aangevallen over de opmerking, dat men niet moet denken, dat de Oostblokmachten nooit tot een nucleaire verrassingsaanval zullen overgaan. De reactie daarop is: zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten.
Deze opmerking laat zien, dat het IKV niets begrepen heeft van de principiële onbetrouwbaarheid van het communisme en van de les der historie maar weinig begrepen heeft.
Denkt men nu werkelijk, dat de Oostbloklanden zullen nalaten, als hun militaire macht voldoende is, evenals Hitler destijds, de andere landen onverhoeds en met een gefingeerd motief aan te vallen?
Wanneer men over alternatieven wil praten, zal men toch moeten beginnen de werkelijke verhoudingen juist te waarderen.
Welk alternatief?
Natuurlijk willen ook wij de kernwapens uitbannen. Kernwapens zijn een afschuwelijk iets. Ze geven de technische mogelijkheid de eigen cultuur te vernietigen. Daarover zijn we het allen eens.
Overigens is elke oorlog een afschuwelijke zaak.
Daar zijn ook in het verleden oorlogen gevoerd, die tot massale volkerenmoord hebben geleid. Zo is er b.V. de 3e eeuw na Chr. in China een oorlog gevoerd, waarbij de bevolking van 50 miljoen terugviel tot 8 miljoen.
En dan de tweede wereldoorlog.
33.800.000 doden, 29.600.000 gewonden, terwijl 21.000.000 mensen van hun woningen werden beroofd.
Hoe afschuwelijk deze oorlog ook was, kan men zeggen, dat dit onze vrijheid niet waard was?
Er zal immers een zekere verhouding moeten zijn tussen de omvang van het onrecht, dat de overheid wil keren en het militaire verweer.
Hoe moeten wij beoordelen, of hier de grens overschreden wordt?
Dat hangt niet slechts af van de beoordeling van een nucleaire oorlog.
Dat een dergelijke oorlog kwantitatief en kwalitatief veel erger is dan een conventionele is buiten kijf.
Daarbij is echter ook van belang onze beoordeling van een communistisch regiem.
Mijn indruk is, dat hier de wegen wat uiteengaan. Het IKV zegt er weinig over en Van Twillert schrijft er :naar mijn opvatting ook wat te gemakkelijk over.
In de situatie van nu is het bezit van kernwapens en de dreiging, die daarvan uitgaat de enige mogelijkheid, die een wereldramp kan voorkomen.
Dit bezit verschaft in de internationale verhoudingen althans enige stabiliteit.
In die situatie kunnen wij niet anders doen dan proberen door onderhandelingen tot bindende verdragen te komen voor wederzijdse afbouw van de kernbewapening en liever ook van de conventionele bewapening.
Eenzijdig tot verzwakking overgaan, en dat zit toch in de voorstellen van het IKV verpakt, is een gevaarlijke zaak. Wanneer er niet enigermate een machtsevenwicht is, zijn de kansen tot behoud van de vrede zeer gering.
Een grote verstoring van dat evenwicht leidt onherroepelijk tot oorlog.
De Ver. Staten gooiden indertijd kernbommen op Japan, omdat Japan deze zelf niet had.
Een chemische oorlog is uitgebleven, omdat beide kampen deze mogelijkheid hadden.
Het is een afschuwelijke gedachte, dat op deze wankele basis de vrede wordt gehandhaafd, maar wat is het alternatief?
Het alternatief is in feite een Russische bezetting. Dat betekent niet maar wat minder welvaart, maar
verlies van alle rechten en vrijheden.
Bloot staan aan rechteloosheid.
Opvoeding van onze kinderen in een demonische leer.
Niet slechts een nucleaire oorlog, maar ook een communistisch bewind heeft gevolgen voor ons nageslacht!
Van 1917-1960 verloren naar schatting 60 miljoen Russen het leven onder het communistisch regiem.
Vietnam en Cambodja laten iets zien van wat ons te wachten zou staan.
Wat voert het IKV nu aan om uit de impasse te komen?
De kernwapens moeten uit Nederland verdwijnen om zo een proces op gang te brengen. Men pleit niet voor een volstrekt pacifisme en ook niet voor het uittreden uit de Navo.
Als de kernwapens uit Nederland verdwijnen, zo zegt men, betekent dat niet, dat er een dergelijk gat in de Navo valt dat de Russen in de verleiding zullen komen ons aan te vallen. Maar wel zou een proces op gang kunnen komen door onze houding zowel bij de Navo-partners als bij de bondgenoten van het Warchaupact.
De suggestie van het IKV lijkt me in de eerste plaats uit strategisch oogpunt weinig gelukkig. Men zou er dan beter voor kunnen pleiten de kernwapens naar achteren te plaatsen en dus niet uit Nederland, maar wel uit Duitsland weg te halen.
In de tweede plaats vind ik de opvatting van het IKV verbluffend naïef.
Nederland laat voortaan de andere partners alleen het vuile werk opknappen en dat zou dan tot nadere bezinning bij de anderen leiden.
Het voorstel is ook niet erg consequent.
Dan is het eerlijker om voor algehele afschaffing van atoombewapening te kiezen en bewust het risico te lopen, dat West-Europa onder de voet gelopen wordt.
Het alternatief van het IKV is geen vlees en geen vis.
Slotopmerkingen Nog enkele slotopmerkingen.
Mijn kritisch weerwoord aan het adres van de hr. Van Twillert zou de indruk kunnen wekken, dat we het in alle opzichten oneens zijn.
Dat is echter niet het geval.
Het probleem, dat hij aanroert is een afschuwelijke zaak, waarvoor niemand thans een goede oplossing weet.
De gedachte. van het afschrikkingsevenwicht, waar ik voor pleitte, is een gevolg van de menselijke onvolkomenheid, waarin wij echter nooit mogen berusten en ook niet aan mogen wennen.
Naar mijn opvatting brengt het alternatief van het IKV ons in elk geval geen stap verder. Integendeel.
Het gevaar is ook groot, dat wij onze hoop en verwachting stellen op een sterke atoombewapening. Al mogen we de middelen, die er zijn, niet laten liggen, ons vertrouwen mogen we alleen op God stellen.
Met hem ben ik bang, dat velen banger zijn voor het verlies van hun welvaart: dan voor verlies van hun geestelijke goederen en vrijheden.
Ik vrees ook, dat versterking van onze geestelijke weerbaarheid nog altijd in het slop zit.
Over de kerken oordeelt Van Twillert echter wat te ongenuanceerd.
Onze kerken geven bepaald geen grote kapitalen uit aan kerkgebouwen.
Vele kerken maken gebruik van gehuurde panden. Alleen als het beslist nodig is, wordt tot kerkbouw overgegaan. En dat is toch ook een goede zaak, als men onnodige luxe nalaat?
Dat wij voor de zending fooitjes geven is niet juist. Er wordt in onze kerken heel wat voor de zending gedaan, al kan er natuurlijk meer gebeuren.
Ga ook eens na, hoe zeer kleine kerken er in slagen toch een predikant voor hun rekening te nemen.
Daar zullen ook best uitzonderingen zijn, maar we zijn ook verplicht het goede dat er in de kerken is, op te merken en te waarderen.
En daarvoor gebruikt onze God en Vader metterdaad ook het Navoschild.