Wie bent u voor uw buurt?
2012-03-17
Deel je maaltijd, deel je auto, deel je huis, deel je leven’ Wie bent u voor uw buurt?- Jaargang 56
- nummer 6
Wat zou het mooi zijn als christenen zichtbaar worden in hun buurt door goed te doen en God te belijden.
Buurtwerker Jeanette de Waard uit Amsterdam-Noord droomt ervan. ‘Als we elkaar als christenen opzoeken en ons gaan richten op mensen die niet in ons kerkgebouw komen, gaat er iets moois gebeuren.’
Sinds jaar en dag steekt Jeanette de Waard haar neus buiten de kerkmuren.
Ze werkte in de jeugdhulpverlening, draaide acht jaar lang mee in aanloophuis De Steiger in Alkmaar en is inmiddels voor twee dagen per week evangelisatieconsulent van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK).
Vanuit die functie probeert ze kerken te helpen meer missionair te zijn. Zo geeft ze door heel het land de cursus Getuigende gemeente. ‘Ik wil gemeenten helpen hun focus te verleggen, zodat ze niet meer naar elkaar blijven staren, maar naar buiten gaan kijken.’ Dat is ook precies wat Jeanette de overige drie dagen van de werkweek zelf in praktijk brengt als buurtwerker in het Blauwe Zand, een typische volksbuurt in Amsterdam-Noord. Door missionair en diaconaal werk probeert ze samen met andere christenen in de buurt een gemeenschap op te bouwen die goed is voor elkaar en voor de buurtbewoners.
Haar buurtwerk gaat uit van Hoop voor Noord, een multiculturele CGKgemeente in Amsterdam-Noord. De kerk ontstond zes jaar geleden als gemeentestichtingsproject vanuit De Bron, een andere CGK in Amsterdam.
Het project begon met vier gezinnen.
Nu zijn er 110 leden en is de kerk iedere zondagmorgen met zeker 120 volwassenen en 35 kinderen gevuld.
Evangelist Jurjen ten Brinke is de voorganger.
De werkwijze van Hoop voor Noord strookt geheel met de droom die Jeanette in haar missionaire werk meer en meer is gaan koesteren. Namelijk: kerk in de buurt zijn. ‘Mijn droom is dat we als christenen zichtbaar worden in de buurt door goed te doen en mensen uit te dagen om de Bijbel te gaan lezen, om te ontdekken of God ook een relatie met hen wil, om ze voor een keuze te stellen. Mijn droom is dat christenen bekendstaan als mensen die je ook echt helpen als je ze iets vraagt. Als mensen met wie je kunt praten over het leven, over God en andere belangrijke zaken.’
Dubbele agenda
In Hoop voor Noord wordt dat heel gestructureerd gepraktiseerd. Vanuit de kerk zijn er vijf buurtinitiatieven opgezet. In die vijf wijken zoeken christenen elkaar op. Als er minimaal drie gezinnen zijn gevonden, wordt er een kring gevormd. Die kring gaat kijken wat de buurt precies nodig heeft.
Ze gaan vriendschappen aan, delen hun spullen, hun auto, hun speelgoed, hun huis, hun hobby’s, hun tijd, hun kennis en uiteraard hun geloof. ‘We dagen de leden van onze gemeente uit om zich bij deze kringen aan te sluiten en hun leven en geloof te gaan delen’, vertelt Jeanette. ‘Dat gebeurt nog niet in alle vijf de wijken. Ik denk dat het idee nog moet groeien.’
Jeanette gelooft sterk dat dit buurtgerichte samenleven veel vrucht kan dragen. Wel is ze zich er terdege van bewust dat het geen gemakkelijke opgave is. ‘De praktijk van het contact krijgen met mensen is weerbarstig. Je moet je in hun leefwereld gaan verdiepen.
Ik luister nu bijvoorbeeld naar muziek van Jan Smit en André Hazes en ik probeer het voetbal een beetje te volgen. Dat is niet altijd makkelijk, kan ik je vertellen.’ Daarbij is het simpelweg een feit dat je als christen in zekere zin een ‘dubbele agenda’ hebt, stelt Jeanette. Je geeft hulp, maar je wilt tegelijkertijd ook over God vertellen. ‘Het is belangrijk daar altijd eerlijk over te zijn’, zegt ze.
‘Ik sta inmiddels bekend als “Jeanette van de kerk”. Daar ben ik blij mee.
Maar het blijft dan nog steeds een grote uitdaging om op een natuurlijke manier God ter sprake te brengen in de dingen die je doet. We zouden als christenen vaker onder woorden moeten brengen wat ons drijft.’ Tegelijk is hulp gewoon hulp, vindt Jeanette. ‘De mensen in de buurt hebben nog wel eens het beeld dat als je niets van het geloof of de kerk weet, dat je dan geen hulp krijgt. Maar dat is niet goed. Je geeft hulp aan iedereen, of ze nou veel weten of helemaal niets.’
Er zijn
Het streven van Hoop voor Noord klinkt erg tijdrovend. Alsof je je baan wel op kunt zeggen. Maar hoewel ze er zelf drie dagen per week mee bezig is, is dat niet het ideaal van Jeanette.
‘Er zijn. Daar gaat het om. Dat zit hem in de kleine en gewone dingen. Neem de maaltijd. Eten moet je toch, dus waarom zou je dat niet gezamenlijk doen? En je auto uitlenen of je speelgoed delen is ook niet zo moeilijk.’ Jeanette noemt ook het omzien naar elkaar. ‘Laat aan de buurt zien hoe je voor elkaar zorgt. In het Blauwe Zand, de buurt waar ik bij betrokken ben, is afgelopen zomer een jonge moeder overleden. Ze liet twee jonge kinderen na. Als wijk zorgen we dat er iedere week iemand langskomt om te eten met haar man en dat er opgepast wordt op de kinderen.’ ‘Kerk in de buurt zijn, is geïntegreerd in je gewone leven’, vervolgt ze. ‘In de zuiverste vorm zou je niet eens meer activiteiten hoeven te organiseren als kerk. En je zou er ook geen betaalde kracht voor nodig hoeven te hebben. Het is eigenlijk heel low budget. Mensen moeten het met elkaar doen.’
Dertig kilometer rijden
Jeanette erkent dat deze manier van gemeente-zijn vooral in buurten in steden effectief is. Maar het principe is naar haar idee overal toepasbaar. ‘Ik wil er niet aan om te geloven dat mensen in ander soort wijken hier geen behoefte aan hebben. Pas nog sprak ik met een vrouw uit een yuppenbuurt.
Zij vertelde dat ze graag bewoners uit de wijk zou willen ontmoeten. Het punt is dat deze mensen zelf niet de trekker willen zijn en dat het altijd vrijblijvend moet zijn. Je moet geen activiteit plannen waar ze om 14 uur moeten komen en om 17 uur mogen vertrekken. Maar ze willen wél graag mensen ontmoeten. En het grappige is dat toen ik vroeg wanneer ze daar het meeste behoefte aan heeft, ze antwoordde: op zondag.’ Volgens Jeanette ligt hier voor christenen een gouden kans, juist omdat je als christenen op elkaar en de ontmoeting met elkaar gericht bent. ‘Daarom vraag ik me af waarom we in onze kerken soms twintig of dertig kilometer rijden om naar een kerk te gaan die bij ons past. Kunnen we elkaar niet beter opzoeken in onze wijk? Daar een netwerk opbouwen en betrokken raken bij politiek, buurtcentrum of hulp bij armoede en ziekte? Zoek in je eigen buurt een geloofsgemeenschap.’ Nu de overheid subsidies voor welzijnswerk stopzet, wordt de noodzaak van buurtwerk alleen maar groter, denkt Jeanette. De kerk zou dat moeten gaan inzien. ‘Je ziet dat de laatste jaren steeds meer kerken een kringenstructuur hebben opgezet, maar dat zijn allemaal groepen van christenen.
Waarom groeien die kringen niet van nature door naar missionaire gemeenschappen?
Je zou het onderlinge contact gelijk op moeten laten gaan met het contact met niet-christenen.
We zijn vaak nog zo gericht op de mensen die in ons gebouw komen. We zouden ons ook op de mensen buiten ons kerkgebouw moeten richten en als gemeenschap moeten gaan leven. Dan gaat er iets moois gebeuren.’ Jeanette snapt dat niet iedere woonplaats zo duidelijk in buurten ingedeeld is. ‘Je zult het dan ook per gebied anders moeten aanpakken. Je kunt bijvoorbeeld denken aan het vormen van een netwerkgemeenschap; een gemeenschap rond een bepaald thema of een bepaalde doelgroep. Zo is in Amsterdam-West een groep begonnen die zich helemaal op de kunstwereld richt, Stroom West.’ ‘Ik zeg dus niet dat dit dé vorm is’, vervolgt Jeanette. ‘Het is maar een vorm, het is niet de weg die alle christenen per se zouden moeten volgen.
Maar het principe geldt wel voor iedereen. Je kunt niet zonder de gemeenschap.
God riep Abraham, maar vormde uit hem wel een volk. Het is goed als je je als individu onderscheidt in je omgeving, maar daar moet een gemeenschap achter staan. Daarom daag ik mensen ertoe uit om hun leven te gaan delen met medechristenen en wijkbewoners, in welke vorm dan ook. Deel je maaltijd, deel je auto, deel je huis, deel
je leven.’
Dwarsbalken
Hoe haalbaar is het nu om christenen van een gereformeerde kerk – toch vaak streekgemeentes – te porren voor zo’n actief en gemeenschappelijk leven? Jeanette weet dat het moeilijk is. ‘Maar we moeten als kerk een beweging blijven. Het is zo makkelijk om een verstard instituut te worden.’ In Hoop voor Noord probeert men energiek te blijven door speciale ‘aanjagers’ in te zetten. Mensen die een roeping ervaren en anderen daarin mee kunnen nemen. ‘Wij noemen het de “dwarsbalken” in de gemeente’, vertelt Jeanette. ‘Zij zijn verantwoordelijk voor een onderdeel binnen of buiten de gemeente en hebben daar minimaal twee dagen per week de tijd voor. De buurtwerkers die er in iedere wijk zijn, zijn daar voorbeelden van.’ Volgens Jeanette is het heel belangrijk dat een kerk zuinig is op zulke mensen en ze alle mogelijke ondersteuning en vrijheid geeft. ‘Kerken willen graag beheersen, maar zulke mensen moet je juist loslaten. Zij kunnen een sterk middenkader vormen en andere leden helpen uit hun comfortzone te komen en actief mee te gaan doen.’ Tegelijk denkt Jeanette dat de nodige ontspanning ook op zijn plek is. ‘We prikkelen en porren, maar niet iedereen hoeft mee te doen. Je hebt ook mensen nodig voor de klusjes in de kerk, voor het kinderwerk en noem maar op. Het is ieders roeping om samen te leven als christenen, maar niet iedereen hoeft daar leiding aan te geven. Weet daarom wat je roeping is, dat vind ik het belangrijkste. Doe niet duizend-en-een zaken, maar zoek waar je je aan wilt toewijden.’
| Meer informatie Kijk voor meer informatie op www.hoopvoornoord.nl en de sectie Evangelisatie op www.cgk.nl. Zie verder ook: - Missionair Steunpunt van de Nederlands Gereformeerde Kerken www.missionairsteunpunt.wordpress.com). - Total Church (www.totalchurch.nl). - Bamboo, organisatie voor begeleiding en training bij kerkplanting (www.bam-boo.nl). Jeanette de Waard voelt zo’n passie voor het thema ‘kerk in de buurt’ dat ze graag andere mensen begeleidt en steunt die hiermee bezig zijn of willen gaan. Ze is via de website van Hoop voor Noord te bereiken. |