Evangelische Alliantie
1979-02-16
Op vrijdag 26 januari jl. werd in Amersfoort een vergadering belegd om te komen tot de voorlopige oprichting van een Evangelische Alliantie in Nederland. Deelnemers waren vertegenwoordigers" van allerlei organisaties in en buiten de 'evangelische kerken' in ons land.- Jaargang 23
- nummer 7
Zo waren er aanwezig de vertegenwoordigers van de hervormde bond voor inwendige zending, Youth for Christ, het instituut voor Evangelisatie, In de Ruimte, de E.O., het Leger des HeiIs etc. De vergadering werd geleid door Prof. dr K. Runia, hoogleraar in Kampen (Oudestraat) en ter vergadering werd het woord gevoerd door de heer Rippen, Gordon Landrez, secr. van de Europese Evangelische Alliantie en Prof. Runia zelf.
Er werd een voorlopig bestuur gevormd o.l.v. Prof. dr J. H. van Bemmel, waarin naast vertegenwoordigers van allerlei christelijk werk in ons land als lid van de Vrijg. Geref. Kerk zitting heeft mevrouw N. Visser-Martinow, als ik mij niet vergis een lid van de Vrije Geref. Kerk in Dordrecht.
Het lijkt mij belangrijk om in deze rubriek u wat achtergrondinformatie te geven over deze voor de meesten van u zo plotselinge verschijning van een nieuwe ster aan de kerkelijke hemel ven Nederland.
Wie goed oplet bemerkt .dat deze nieuwe vereniging saménbindend wil werken voor alle "evangelischen".
De meesten van u zal dit op het eerste gezicht nog niét veel zeggen. Wie zijn dat? Wie zou dat kerkelijk leven in christelijk Nederland niet willen zijn? Toch blijkt uit de deelnemers niet dat wij hier een breed oecumenische raad mogen verwachten, die bestaat uit vertegenwoordigers van heel kerkelijk Nederland. Integendeel: de deelnemers komen uit een kleine kring en herkennen zichzelf en elkaar bij dat woord "evangelisch" .
Dat kunt u alleen verstaan als u het woord "evangelisch" in dit geval ziet als de vertaling van het Engelse woord 'evangelical'.
Deze nieuwe Evangelische Alliantie wordt een afdeling van de Evangelische Wereld-alliantie die afdelingen heeft in meer dan 50 landen.
Over heel de wereld hebben de "evangelicals" zich dus in deze alliantie met elkaar verbonden. Wie zijn dat dan precies, deze "evangelicals"?
Aanvankelijk werd dit woord alleen gebruikt voor de bijbelgetrouwe christenen in de Anglikaanse Kerk in Groot-Brittannië.. Nog steeds wordt deze groep christenen met de naam 'evangelicals' aangeduid. Toch heeft zich de naam al .
sinds zo'n 100 jaar zich van hieruit verspreid.
pastorale notities Ook de bijbelgetrouwe christenen in de duitse Evangelische Kirche gingen zich "Evangelikalen" noemen en voelden zich nauw verbonden met de "evangelicals" in Groot-Brittannië. In de Verenigde Staten werd deze naam 'evangelical' in het , gewone spraakgebruik overgenomen als aanduiding van àl die kerken en kerkjes die in leer en leven zich één wisten met de Engelse evangelicals. Hun voornaamste spreekbuis werd het blad 'Christianity Today'. In Amerika noemen ook veel bijbelgetrouwe christenen binnen grotere kerken (bijv. de baptist Billy Graham) zich 'evangelical' . Omdat de christenen en gemeenten en kerken die zich 'evangelical' noemen zeer ijverig zijn in zending en evangelisatie zijn er in alle werelddelen zendingskerken die 'evangelical' zijn. In feite zijn de meeste jonge kerken in de derde wereld 'evangelical', gegroeid als zij zijn uit de zendingsarbeid van juist déze christenen.
Intussen: Wat kenmerkt deze groep christenen en kerken dat zij zich zo nauw verwant voelen met elkaar?
Prof. dr K. Runia noemt in zijn boek 'De wereldraad in discussie' (blz. 10) vier kenmerken, die alle 'evangelicais' gemeen hebben:
1. "Grote nadruk op het gezag en de onfeilbaarheid van de Bijbel als het geïnspireerde Woord van God".
Daarom noemde ik ze al: bijbelgetrouwe christenen. Toch zijn niet alle bijbelgetrouwe christenen 'evangelical', zoals blijkt uit de volgende 3 kenmerken.
2. "Nadruk op de noodzaak van wedergeboorte en bekering. Het is niet voldoende, dat een mens gedoopt is, lid van de kerk is en geregeld deelneemt aan het Avondmaal, maar om een echt gelovige te zijn, moet hij 'bom again' zijn, en een persoonlijke band met Christus hebben.
3.: Grote nadruk op evangelisatie en zending. Alle mensen moeten de boodschap van Jezus als de Heiland der wereld horen, want zonder die boodschapzo geloven de meeste 'evangelicals' - gaat een mens voor eeuwig verloren.
4. De finaliteit van het Evangelie.
Het Evangelie is een boodschap van vergeving, rechtvaardiging en aanneming door God dank zij het werk van Jezus Christus.
Zijn werk was volkomen (finalis) daar hoeft een mens niets aan toe doen. De zondaar wordt gerechtvaardigd door het geloof alléén. "
Tot zover deze 4 kenmerken van Prof. Runia.
Zelf ben ik met de 'evangelicals' in kontakt gekomen via dr Schaeffer en het werk van l'Abri. Al de 4 kenmerken, die Runia noemde zijn mij daar opgevallen. Eigenlijk heb ik mij er van de aanvang af mee verwant, om niet te zeggen, mee één gevoeld. Wel meen ik dat er nog één kenmark aan de vier van Runia moet worden toegevoegd en dat is: de grote nadruk op de realiteit van het (gemeenschappelijke) gebed.
Als christen van gereformeerde huize zou je in het kontakt met evangelicals altijd een aantekening willen maken bij het 'born again', het 'wedergeboren zijn' waarop het 2e kenmerk zo'n grote nadruk legt.
Wij zouden ze graag willen vertellen hoe de nadruk hierop in onze traditie (de z.g. oud-gereformeerden e.a.) soms leidde tot een onvruchtbare zelfinkeer. Daarom houden wij niet erg van een datum bij onze bekering en àls wij die al kunnen geven, dan mag het wedergeboren zijn niet rusten in onze ervaring, of een kussen worden waarop wij ons te slapen kunnen leggen.
Maar met dié aantekening erbij zijn wij het, dacht ik, van harte een met de nadruk van punt 2 op bekering en het hebben van een persoonlijke band met Christus.
In het algemeen zijn de 'evangelicals' niet zo sterk in het trekken van maatschappelijke en politieke konsekwenties uit het Evangelie.
De kunst is een terrein dat aan de 'wereld' wordt overgelaten en christelijke wetenschapsbeoefening of cultuur ligt vaak buiten hun gezichtsveld.
Hier ligt een zwakte waar men zich soms' wel van bewust is en van waaruit de grote belangstelling voor l'Abri in de Verenigde Staten is te verklaren.
Tenslotte: er is in deze kringen een kerkbesef wat sterk geestelijk is en weinig organisatorisch. Men ervaart eenheid in alle organisatorische verdeeldheid en is daar weinig problematisch over.
"Laten wij samen bidden en samen werken zoveel wij kunnen - binnen het raam wat hierboven in 5 punten werd aangegeven."
Binnen dit kader is nu ook in Nederland een Evangelische Alliantie in oprichting. Het is niet bedoeld als een soort superkerk, maar als "een platform om elkaar te ontmoeten en naar elkaar te luisteren", zo lees ik in Trouw.
Runia zelf formuleerde het wel wat zwaarder: "wij willen een gebedsen werkgemeenschap vormen: oecumenisch, spiritueel en missionair"
(Trouw, 29-1-'79).
Ik zou ervoor willen pleiten om als vrijgemaakte kerken buiten verband een nauw kontakt te onderhouden met deze Evangelische Alliantie.
Het verwijdt onze horizont:
a. tot over de grenzen van ons land;
b. tot over de grenzen van onze eigen geschiedenis;
c. tot over de grenzen van onze eigen activiteiten voor het evangelie;
d. soms ook tot zover de grenzen van onze eigen confessie.
Van alle kanten, van alle landen, van alle tradities brengt Christus Zijn gemeente bijeen en zet ze aan het werk. Het lijkt mij een voorrecht om over de eigen grenzen heen te mogen zien en iets in te ademen van de ruimte waarin het universele wereldomvangende werk van Christus zich voltrekt.
Wij hebben vanuit het verleden de neiging meegekregen ons in onze officiële kontakten te isoleren. Zelfs over deelname aan de Gereformeerde Oecumenische Synode moet eindeloos gedebatteerd worden. Ik begrijp dat niet. Om lid te zijn van een overkoepelend overleg- en contactorgaan behoef je het toch niet met de koers van iedere andere lidkerk eens te zijn ... ? Als het kader waarbinnen je wèrkt maar gezond is. Dat lijkt mij bij zowel de G.O.S. als de E.A. het geval. Als wij ons uit dit soort kontakten houden krijg ik zo'n' benauwd gevoel - in ons eigen kringetje rond te draaien, dat gezien het aantal van de met ons geestverwante kerken en groeperingen toch zo'n miniem kleine groep is.
Gelukkig!