Het Liedboek
1979-02-16
In Opbouw, 21e jrg. no. 16 van 22-4-'77 heeft de destijds door de kerkeraad van Eindhoven in het leven geroepen "Liturgische Werkgroep" een en ander gepubliceerd betreffende het Liedboek.- Jaargang 23
- nummer 7
Aan de hand van de daarin kort omschreven criteria aangaande tekst en melodie is een "voorlopige" lijst vermeld van voor de gemeentezang bruikbare liederen.
Om te komen tot een uitvoeriger omschreven beoordeling van alle liederen is onlangs hiertoe een speciale werkgroep ingesteld. De door de arbeid van deze groep verkregen resultaten zouden dan tevens kunnen dienen als nadere informatie voor onze kerken.
De werkgroep is haar arbeid begonnen in aansluiting aan opzet en werkwijze van bovengenoemde Liturgische Werkgroep. Ter inleiding worden dienaangaande hier nog kort enkele bijzonderheden gememoreerd.
Een waarderingsoordeel is vastgelegd in een becijfering van 1 t/m 3.
En wel als volgt:
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, bv. vanwege het humanistisch karakter (o.a. Lied 498, 490, 491) of door een sterk piëtistische inslag (o.a. Lied 295, 323 strofe 5); het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst. B.v. bij moeilijke woordkeus of zinsbouw of duistere beeldspraak of ook met betrekking tot zaken die onder ons nog verschillend gewaardeerd worden; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie, b.v. te moeilijk voor de gemeentezang of o.i. te weinig-zeggend; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, event. met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.
Bij de hierna volgende omschrijving, waarin de waardering voor elk der Liederen afzonderlijk is vermeldt, zijn telkens aan het slot voor elk lied deze beoordelingscijfers aangegeven.
Bij de beoordeling is o.m. gebruik gemaakt van de diverse gegevens als beschreven in het "Compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen", samengesteld door de Prof. Dr. G. Y. d. Leeuwstichting (1977).
Namens de Werkgroep, H. J. Houtman
Lied 1 De dichter zegt hierover in zijn toelichting: "Het lijkt mij dat ik bij de tekst ternauwernood enige uitleg of commentaar behoef te geven." Wij kunnen deze mening geheel onderschrijven.
De tekst is Schriftuurlijk verantwoord.
De melodie is eenvoudig en gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 2 De tekst volgt het scheppingsgebeuren naar Genesis 1 en 2 op de voet.
Ter toelichting zegt de dichter er o.m. het volgende van: "Het moest een refreinlied worden, want in het Bijbelverhaal vinden we ook zesmaal: toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de ... dag. De zevende dag moest op een andere wijze worden afgesloten, namelijk met een verwijzing naar de rust ... In het verhaal van de eerste twee dagen geeft God uitdrukkelijk namen: dag, nacht, hemel.
De dingen zijn, zoals God ze n6émt, vandaar in strofe 1: Laat ze hun namen leren, vandaar in strofe 2: Span uitspansel, mijn hemel uit.
Met de refreinregel: Hij sprak één dag voor alle, wordt bedoeld dat God door één dag "dag" te noemen àlle dagen hun vulling gegeven heeft tot aan de voleinding der wereld".
De melodie, hoewel nieuw, is door enige oefening (b.v. met medewerking van een koor) wel te leren. Het eerste deel van elk vers, aangeduid met "solo", zou ook afwisselend door mannen en vrouwen kunnen worden gezongen.
Tekst: 3; melodie: 2.
Lied 3 Over een tweetal onderdelen van de overigens Schriftuurlijke tekst de volgende opmerking: gesproken wordt in strofe 5 over Jozua als "de hertog". "Hertog" betekent naar zijn oorspronkelijke zin: "legeraanvoerder".
En t.a.v. Simson merkt de dichter zelf op: "de herinnering aan Simson, met name aan zijn belevenis in Gaza, waar hij uitbreekt met de stadspoort op zijn nek, is tot in de 17e eeuw toe, ook bij de protestanten altijd verstaan als een gelijkenis van Pasen, een beeld van de opstanding."
Dit mag dan historisch juist zijn, het blijft wel erg gezocht en moeilijk aanvaardbaàr.
De melodie is vrijwel gelijk aan die van het bekende gezang "Hoe zal ik U ontvangen". Een paar wijzigingen zijn aangebracht i.v.m. herstelling naar de oorspronkelijke zangwijze, maar deze zijn gemakkelijk te onthouden.
Tekst: 3; melodie: 3. (tekst met uitzondering van strofe 5).
Lied 4 Vanwege de allegorische elementen, waardoor tevens zin en betekenis van de heilshistorische plaats van de gebeurtenis verloren gaat, is deze tekst voor ons niet aanvaardbaar.
De melodie, hoewel bruikbaar, blijft toch onder het gemiddelde van de voor gemeentezang te stellen eis.
Tekst: 1; melodie: 2.
Lied 5 Hiervoor geldt hetzelfde bezwaar als reeds is opgemerkt t.a.v. Lied 4. Het historisch gebeuren is geheel getrokken in de situatie van het heden.
Indien echter dit allegorische element als niet aanvaardbaar wordt beschouwd, o.i. terecht, dan heeft het lied weinig zin voor het leven van vandaag. Dit is trouwens niet zo vreemd, aangezien het Compendium vermeldt dat het lied stamt uit een Paasspel.
De melodie maakt een middelmatige indruk.
Tekst: 1; melodie: 2.
Lied 6 In tegenstelling met Lied 4 en 5 komt hier het historische element goed tot zijn recht. De relatie van de bevrijding uit het diensthuis en de doortocht door de Schelfzee met de doop is in de 5e strofe duidelijk bevestigd.
De melodie is goed en daarom de moeite van enige oefening zeker waard.
Tekst: 3; melodie: 3.
Een waarderingsoordeel is vastgelegd in een becijfering van 1 t/m 3. En wel als volgt:
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, event. met behulp van een koor, door de gemeentewel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.