Christelijke autarkie
1979-02-24
Op veel kerktorens staat een haan.- Jaargang 23
- nummer 8
De haan is het symbool van de waakzaamheid. Hij is een goede wekker. Hij begint bij de eerste flauwe morgenschemering dapper te kraaien.
Dat vroegere geslachten de haan op de kerktoren zetten is niet zo vreemd. Van de Christelijke gemeente wordt gevraagd nuchter en waakzaam te zijn. Tegenover het nuchter-zijn staat de roes en tegenover het waken het slapen. De roes en de slaperigheid zijn twee vijanden van het geloof. Paulus schreef aan de Thessalonicenzen: Laten wij niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn. En Petrus zegt: Wordt nuchter en waakzaam.
Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Hoe houden we het uit? Hoe zal een Christen kunnen volharden tot het einde? Alleen door zich te bezinnen en nuchter de situatie onder het oog te zien, opdat hij kan bidden.
Paulus laat tegen het eind van z'n eerste brief aan Timotheüs nog een heel aparte en speciale verzoeking zien. Paulus is bezig dwaalleraars te ontmaskeren en hun verborgen zondige motieven aan te wijzen. Ze zijn niet tevreden met wat ze hebben. En dat is nu juist onmisbaar voor een kind van God: tevredenheid. Alleen als je tevreden bent met wat je hebt, brengt het dienen van God iets op. Alleen dan verrijkt het je leven.
De rijkdom, die Paulus bedoelt, is de rijkdom van de gemeenschap met God en van zijn beloften van vergeving en eeuwig leven. Aîs dat onze grote rijkdom is, de parel van grote waarde waarvoor we alles wel willen verkopen is ons leven zo vol en rijk, dat we tevreden zijn met wat we hebben (M. R. van den Berg, De eerste brief aan Timotheüs, blz. 90) Paulus zegt: er is winst in de godsvrucht.
Wat voor winst?
De godsvrucht brengt inderdaad grote winst, met tevredenheid. Zo is het Griekse woord autarkeia vertaald.
Autarkeia, autarkie. Dat is een moeilijk woord, maar 't is in onze taal niet helemaal onbekend.
U kunt het soms in de krant lezen: een land streeft naar autarkie.
Nu brengt inderdaad de godsvrucht grote winst, indien zij gepaard gaat met autarkie. Dat woord is vertaald met "vergenoeging" of "tevredenheid". Maar die vertalingen zeggen net iets te weinig. Het woord betekent onafhankelijkheid, het voor-zichzelf -kunnen-zorgen, het op-zichzelf-kunnen-staan. Een land dat zichzelf economisch kan bedruipen zonder van buitenlandse invoer afhankelijk te zijn heeft autarkie. Die hebben wij in.Nederland niet. Als Arabischesjeiks en Perzische heersers hun oliekranen dichtdraaien, zitten wij zonder stookolie en benzine en dan is Holland in last.
Dr C. Bouma (Korte Verklaring) vertaalt het 6e vers zo: En inderdaad is de Godsvrucht een bron van grote winst, als ze verbonden is met het genoeg hebben aan zichzelf.
En hij geeft deze verklaring: De gelovige hééft voldoende levensonderhoud, omdat God zijn beloften houdt.
De gedachtengang in dit Bijbelgedeelte is zó: Wel is de godsvrucht een bron van winst, maar (vers 9) wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking. Om dat laatste gaat het.
Intusen is de godsvrucht een middel om bezit te krijgen. Ze brengt grote winst. De godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst. Dat is zo, maar alleen als de godsvrucht is verbonden met wat Paulus dan verder zegt.
Samen met autarkie. Met het genoeg hebben aan zichzelf. We lezen in 11Kor. 9 : 8: En God is bij machte alle genade u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles GENOEGZAAM voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn.
Genoegzaam - daar hebt u het.
Wie de autarkie, de genoegzaamheid bezit, die heeft genoeg aan wat hij bezit, die heeft er geen behoefte aan nog meer te hebben.
Als onze vroomheid echt is, zullen we niet altijd begeren naar meer.
Dan worden we verlost van de ontevreden trek die in onze welvaartsstaat van veel gezichten valt af te lezen.
We hebben genoeg, want we hebben niets medegebracht in de wereld.
Wat hebt ge, dat ge niet ontvangen hebt? Als geld en goed bij ons bestaan hoorden, dan zouden we ze in deze wereld hebben meegebracht en dan zouden we ze bij het sterven weer meedragen.
Maar dat is niet zo. Wie denkt nu niet aan het woord van Job: Naakt ben ik uit de schoot mijner moeder gekomen, naakt zal ik daarheen wederkeren?
Aan Prof. dr J. Huizinga, een groot kenner van de beschavingsgeschiedenis, werd gevraagd hoe het verval van onze cultuur kon worden tegengehouden. Hij antwoordde: door beperking, vereenvoudiging, versobering.
Wij kennen vandaag typische welvaartsziekten.
Iedereen praat erover en iedereen beseft, dat we met onze consumptie een stap terug moeten doen. Maar er verandert niet veel. De instelling van de mensen verandert niet. Als dit leven nu ook heus het laatste is, dat een mens verwachten mag, dan zal hij absoluut niet in staat zijn tot versobering. Als na dit korte leven alles uit is, als we niets meer te verwachten hebben, ja, dan blijft het bij de oeroude heidense leus: Laat ons eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven we. Dan blijft onze consumptiemaatschappij, die passieve mensen kweekt, patatkraambezoekers en televisieverslaafden, nog een poosje zo voortbestaan.
Maar wie z'n verstand gebruikt, weet dat dit toch geen menswaardig leven is. Geen leven van mensen, die naar Gods beeld geschapen zijn en dat beeld hebben te vertonen.
We leven in een vreemde tijd.
Iedereen weet, dat het zo niet door kan gaan met de uitbuiting van de aarde. Miljarden worden uitgegeven aan bewapening en de tegenstelling tussen de rijke en de arme landen wordt niet kleiner. Daar zullen wij niet veel aan kunnen veranderen. Maar we zullen op z'n minst in ons gedrag en ons woord kunnen tonen, dat wij de waarheid kennen, het Woord van God. Want wij hebben niets op de wereld medegebracht, wij kunnen er ook niets uit medenemen. In rouwstoeten rijdt geen wagentje met een brandkast mee. We kunnen niets meenemen.
Vermogen ontvalt ons. Vermogen en zelfs bescheiden bezit zijn niet blijvend.
Maar een mens moet toch eten? En je mag toch wel iets voor jezelf hebben?
U hebt gelijk. We mogen iets hebben.
Maar wat is "iets"? Wat hebben we nodig?
Paulus geeft de maat aan: Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn. Anders vertaald: Voeding en dekking. Bij dat laatste kan Paulus aan onderdak gedacht hebben, maar toch zal hij vooral kleding bedoeld hebben. Een mens moet eten en gekleed zijn. Voeding is nodig, levensmiddelen. En kleding, zonder dat gezegd wordt mooie en dure kleding. Als er maar dekking is, bedekking tegen kou en regen.
Daaraan zullen we genoeg hebben.
Dat is genoeg om te bestaan nu en in de toekomst. Daaraan hebben we genoeg en meer hebben we niet nodig.
Dat is voor verwende Westeuropese mensen uit het laatste kwart van de 20e eeuw een bikkelharde waarheid. Er gaat een Indianengehuil op, als een deel van ons volk een klein stapje terug moet doen. Een krijgsgeschreeuw over 'onze rechten.
Hoe komt dat?
Omdat het ideaal van velen niet is de Godsvrucht, het leven uit de hand van de HERE, het vertrouwen op zijn beloften, maar het zelf rijk willen zijn.
Maar wie rijk willen zijn vallen in verzoeking, in een strik en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Als dat het hoogste ideaal is, dat we kennen, rijk zijn, dan worden we hier gewaarschuwd.
Neen, het kwaad schuilt niet in het geld, in de materie, in de dingen, in de bezittingen, in wat je kunt kopen. Het kwaad schuilt in onze harten. Al wordt het doel dat iemand die rijk wil zijn zich gesteld heeft, ook nooit bereikt, de zonde is er dan toch. Die zonde is het ideaal om tot elke prijs rijk te willen zijn. Die zonde brengt weer andere zonden met zich mee.
Wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik. En wie verstrikt zit, wie in een klem is vastgelopen, die is z'n vrijheid kwijt.
Die is een slaaf. Want verzoeking, strik en slechte begeerten, dat komt allemaal van de duivel. Hij is er op uit de mensen te doen wegzinken in verderf en ondergang.
Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud en die DAG niet plotseling over u kome als een strik (Luk. 21 : 34).
De godsvrucht brengt grote winst als wij genoeg hebben aan wat de Here ons geeft, want we hebben de belofte van leven, in heden en toekomst (1 Tim. 4 : 8).