Pastorale notities

1979-03-09
  • Jaargang 23
  • nummer 10
Het leiden van een begrafenis kan nooit routinewerk worden, al ben je dertig jaar dominee. Meestal is de gestorven broeder of zuster in de tijd van ziekte je vriend geworden of je vriendin. Je lijdt zelf aan een verlies. Maar dat is niet te vergelijken met de leegte in het hart van de weduwe of met de eenzaamheid van de man, die er zo triest bijloopt. Je ziet het verdriet; het is immers niet te verbergen. Het grijpt je aan. Maar dan krijg je de moeite van de officiële plechtigheid. Er zijn te veel mensen, die je niet kent. Sommigen zijn van een andere kerk en voor hen is het een unieke gelegenheid om eens een dominee van een ander soort kerk te horen. Wat zal hij er van maken? Als ze straks weer thuis zijn, zal hun gevraagd worden: Hoe was die dominee? Er zijn ook velen naar de aula gekomen, die nooit naar een kerk gaan. Sommige predikanten gaan dan speciaal en hoofdzakelijk de onkerkelijke aanwezigen toespreken. Ze hebben nu immers de kans om het die mensen eens aan te zeggen. Ook voor u komt het stervensuur, maar nog is het niet te laat. Enkele weken geleden sprak de voorganger van een Oud Geref. Gemeente volgens het kerkblad van die gemeente, zeer toepasselijk tot de aanwezigen over Lukas 23:40B: “Vreest gij ook God niet, dat gij in hetzelfde oordeel zijt?”
Scherp is het oordeel van de buitenkerkelijken na een toespraak van deze soort. “Die dominee gebruikte de treurige gelegenheid om ons op de donder te geven.” Wat hadden ze dan wel verwacht? Dat de predikant onder woorden zou brengen, wat zijn, de collega’s en de buren niet zeggen kunnen. Zij zijn naar de begrafenis gegaan, vooral om naast de weduwe en de kinderen te gaan staan, “want zo’n vrouw zit er maar mee.” Zij hopen dat de dominee hun woordvoerder wil zijn; hij kan immers iets mee naar huis geven aan die vrouw, die zoveel op de begraafplaats moet achterlaten. En daar hebben ze gelijk in. Wat je daar, op de begraafplaats zegt, dat is bestemd voor hen, die hun liefste zien neerdalen en die horen mogen, dat hij of zijn weer naar boven zal komen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief