Voorkennis van de dood

1979-03-09
  • Jaargang 23
  • nummer 10
Vlak voor de Kerstdagen kwam de Amsterdamse kunstschilder Max Reneman om het leven. Het gebeurde bij Palermo, waar tijdens een storm een vliegtuig in zee stortte. Max behoorde tot de inzittenden. Hij vond de dood in de golven. Toen hij gevonden was geleek zijn gezicht, volgens ooggetuigen, sprekend op het zelfportret, dat hij een paar jaar tevoren geschilderd had.
Tot zo ver is dat een verdrietig maar niet irreëel verhaal. Deze dingen gebeuren. Er zijn schilders, die een nauwkeurig zelfportret kunnen maken.

Maar dit zelfportret kwam in de krant en kan door ieder bezien worden. 1) En dit zelfportret geeft Max Reneman weer als iemand, die in vreselijke ademnood verkeert. Zijn mond staat onwaarschijnlijk groot open. De pezen in zijn hals wijzen op grote inspanning, de ogen zijn vrijwel gesloten.
Zijn haar hangt verward en ais drijfnat rond het hoofd. Daaromheen zijn groenblauwe golven geschilderd. Hoe afzichtelijk dat zelfportret een paar jaar geleden ook voor zijn vrienden moet zijn geweest - het gaf zijn levenseinde nauwkeurig weer. Blijkt achteraf. Reneman heeft de afloop van zijn korte leven voorzien en vastgelegd.

Deze schilder stond hierin niet alleen, Er zijn meer kunstenaars, die feilloos hun levenseinde hebben beschreven. U zult hrierdenken aan de dichter Hennie Marsman. Zoals u zult weten is Marsman overleden in de meidagen van 1940, toen hij trachtte per schip over te steken naar Engeland.

Het schip moet op een mijn zijn, gelopen of door een torpedo getroffen.
Het verging in de nacht na vuurverschijnselen. Van dit einde heeft Hennie Marsman tijdens zijn leven verscheidene details in gedichten weergegeven. We zullen u een aantal fragmenten geven, die tesamen een scherp beeld tekenen. 2) Een van Marsman's bekendste gedichten luidt: "Denkend aan Holland / zie ik breede rivieren / traag door oneindig / laagland gaan ... ". Dit gedicht, waarin zowel Marsman's liefde als vrees voor het water klinken, eindigt met: "en in alle gewesten / wordt de stem van het water / met zijn eeuwige rampen / gevreesd en gehoord."

In een ander gedicht tekent hij een dag uit zijn jeugd, waarop hij in zijn roeiboot van de Vliegende Hollander las. Plotseling herkende hij zichzelf, in zijn verzet tegen God. "En terwijl ik het boek op den bodem wierp / en haastig de riemen greep / zag ik boven mij als een bliksemzweep / den God, die mij vellen zou." Een "bliksemzweep": een dodelijke slag met verblindend vuur.

Zijn gedicht "Zinkend schip" zegt: "De avond daalt / een zinkend schip / de kiel slaat op / een blinde klip". "Een zinkend schip, een koele maantwee stemmen, stijgend uit de klip: 0, red ons, wij vergaan!"

In "Afscheid" gaat hij weg van zijn huis, de dood tegemoet in de avond, "De nacht is groot" zegt hij twee maal. En "tussen slaap en morgenraad" roept een sterke stem hem op, vanuit het Nieuwe Jerusalem.

Ook in "Maannacht" tekent hij een ondergaand schip, onder vuurverschijnselen, het gillen van de stoomfluit en de vermoedelijke aankomst "in een ander land".
Nog nauwkeuriger wordt deze tekening in "Doodsstrijd": "ik lig zwaar en verminkt in een hoek van den nacht / weerloos en blind; ik wacht / op den dood die nu eindelijk komen moet / Het paradijs is verbrand: ik proef roet / dood, angst en bloed / ik ben bang, ik ben bang voor den dood".

In Paradise Regained (herwonnen paradijs) schrijft Marsman: "De zon en de zee springen, bliksemend open: / waaiers van vuur en zij;" ... "Wij gaan terug naar 't paradijs".

Het duidelijkst van al heeft deze dichter gesproken in "De Overtocht".
Hieruit: "De eenzame zwarte boot / vaart in het holst van den nacht / door een duisternis, woest en groot / den dood, den dood tegemoet. Ik lig diep in het kreunende ruim / koud en beangst alleen / en ik ween om het heldere land / dat achter den einder verdween I en ik ween om het duistere land / dat flauw aan den einder verscheen". Hij eindigt deze overtocht (van Nederland naar Engeland?): ,,0! de tocht naar het eeuwige land / door een duisternis somber en groot / in nooit aflatende angst / dat de dood het einde niet is".

Niemand zal willen ontkennen dat Hennie Marsman evenals de kunstschilder Max Reneman tot in details hun levenseinde hebben voorzien.

Hoe wisten zij dit? De vraag is niet duidelijk te beantwoorden, maar wellicht overtollig. Voor Bijbellezers is voorkennis van de dood niet vreemd: denk alleen maar aan het heengaan van Elia. Niet alleen Elia wist zijn levenseinde vrij nauwkeurig, maar ook Elisa was er mee op de hoogte en een hele groep jonge profeten eveneens. Maar ook buiten de Bijbe1 is deze voorkennis betrekkelijk dikwijls aanwezig.

Schrijver dezes heeft in 1946 zijn jongste broer verloren bij een vliegramp.
Rondom deze dood - dat wil zeggen: zowel voor, tijdens, als nahebben hij en anderen een vrij duidelijke voorstelling gekregen van wat er gebeuren ging, resp. gebeurde of gebeurd was. De waarnemingen zijn geverifieerd, opgetekend en door alle overlevende betrokkenen ondertekend.

Uit deze drie gebeurtenissen is maar een ding met zekerheid te besluiten: geef bevel aan uw huis, want ge zult sterven. Wanneer? God weet het. In vroeger eeuwen begon een testament (opgemaakt de dag voor een huwelijk) met de clausule: "Gezien de zekerheid van de dood en gezien de onzekerheid van de datum deszelven ... " Of, zoals Adriaan Valerius het zong in de zeventiende eeuw: "Gelukzalig is hij die leert sterven, d'wijl hij leeft".
Ons laatste houvast is niet de droom, niet de voorspelling, noch ons voorgevoel.
Ons laatste houvast is: dat wij, in Jezus Christus geborgen, tot het nieuwe léven ingaan.

1) NRC-Hbl. 23-1-79 - 2) Verzamelde Gedichten - 3) dr W. H. C. Tenhaef, Paraps. Versch. p. 50-52.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief