Lezen in 1 Joh. 1:1-4 - (III) het leven
1979-03-16
Al de eeuwen door is er over de dood gesproken en geschreven. Het taboe dat op dit spreken en schrijven is komen te rusten, en dat nu wel voorgoed doorbroken lijkt, is dan ook pas van de laatste eeuw.- Jaargang 23
- nummer 11
Maar het toenemen van onze medisch-technische macht, die ons ethisch haast voor onoplosbare problemen stelt, plaatst ons met kracht voor het vraagstuk van de dood, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt.
Al lijkt het er op dat voor velen het leven problematischer is dan de dood, gezien niet alleen het toenemend aantal gevallen van zelfmoord en pogingen tot zelfmoord; maar ook gelet op de vele pogingen om de dood als zingever van het leven te laten optreden.
Leven en dood zijn in de Bijbel realiteiten van de eerste orde. Ze komen daar niet op ons toe als een vriendenpaar dat onafscheidelijk bij elkaar hoort, maar als onverzoenlijke vijanden, die elkaar uitsluiten.
In de Bijbel zijn leven en dood geen op zichzelf staande biologische of zelfs ook psychische werkelijkheden.
De dood en ook het leven worden bezien vanuit een totaliteits-visie, die het biologische en psychische aspect omvat.
Natuurlijk kunnen we en mogen we proberen vanuit een of meer wetenschappelijke disciplines te omschrijven wat leven is en wat dood.
Niet in het minst in de laatste decennia is hierover veel geschreven.
De zin van al die arbeid is bepaald niet gering.
Maar ten laatste is het antwoord op de vraag wat leven is en wat dood, religieus bepaald.
Het heeft te maken met wat wij als mensen geloven.
Vanuit het bijbelse geloof worden we er dan bij bepaald dat leven ten diepste leven voor God is, en dat dood van God verlaten zijn inhoudt.
We zien dat het meest duidelijk aan het leven en de dood van Jezus Christus.
De dood trof ook Hem, ja Hij ging ten onder in de dood als geen ander. Maar Zijn sterven betekende een nieuwe aanzet voor het leven. Door Zijn opstanding onttrok Hij zich voorgoed aan ’s mensen lot te moeten sterven. De dood voert in geen enkele gestalte meer heerschappij over hem, niet in de gestalte van de vergankelijkheid en afbraak, noch in de gestalte van het van God verlaten zijn.
Jezus leeft nu voor God. Zo zien we bij Hem hoe leven en dood onverzoenlijk tegenover elkaar staan. Leven is leven in relatie met God, antwoorden op zijn Woord; doód is dientengevolge zonder deze relatie zijn. Inde Bijbel treedt daarom de dood al midden in het leven op. Levend maar niet voor God is feitelijk al dood zijn. Het fysieke sterven is dan niet meer dan het uitroepteken achter dit in wezen al afgestorven bestaan, zoals door de gelovige dit sterven beleefd mag worden als een komma, misschien soms een puntkomma, want zo makkelijk gaat het een niet in het ander over, achter het al begonnen, zij het in alle gebrokenheid, eeuwige leven.
Leven en dood staan tegenover elkaar als licht en duisternis. Juist rond de persoon van Jezus Christus treedt die tegenstelling het scherpst aan de dag.
De keuze voor Hem betekent het leven, de keuze tegen Hem de dood.
Leven is antwoord geven op het Woord van God zoals Hij dat ten laatste gesproken heeft in Zijn Zoon. Het is reageren op de liefde van God voor ons, zoals die in de menswording, dood en opstanding van Zijn Zoon gestalte kreeg.
Leven wordt zo geboren uit de belijdenis van de Zoon. En wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.
Johannes werkt dit heel konkreet uit. Leven betekent bij hem dan ook liefhebben van de mede-mens, te beginnen met de mede-gelovige.
En liefhebben gaat zover dat we zelfs ons leven moeten willen inzetten, al zal het meestal wel blijven bij een inzetten van aandacht en zorg, tijd en geld, als gestalte van de liefde.
Zo is het helemaal in Johannes' lijn om leven te omschrijven als liefhebben, en dood als gebrek aan liefde. Wie niet liefheeft blijft in de dood. Wie niet liefheeft, blijft verstoken van het leven. Want wie niet liefheeft, kent God niet. Om niet meer uit deze brief te citeren!
Leven en dood staan tegenover elkaar als liefde en haat.
God is liefde. Het leven is in Hem, door Hem en tot Hem, en het is ons geopenbaard in Jezus Christus, het bewijs van Gods liefde voor ons!
Willen we leven, en Hat voor eeuwig, dan zullen we moeten liefhebben met een liefde die ontstoken is aan deze Goddelijke liefde.