Het evangelie van het kruis en het werk van onze Here Jezus Christus in de vergadering van zijn kerk
1979-03-16
- Jaargang 23
- nummer 11
Uit vragen, die mij bereikten is gebleken, dat hier en daar de indruk is gewekt, dat ik, gezien het accent dat gelegd is op de boodschap van Paulus: Jezus Christus en die gekruisigd, slechts oog zou hebben voor het werk dat onze Heiland in zijn vernedering heeft verricht.
De verkondiging van zijn werk tot ons behoud zou dan beperkt blijven tot al wat Hij in zijn lijden en sterven voor ons deed.
Er valt inderdaad hier en daar een prediking te beluisteren, die als "evangelisch" wordt aangediend en zich breed maakt in de aanbieding van verzoening en vrede door het kostbaar bloed, maar die in werkelijkheid te kort doet aan de bijbelse boodschap over Gods weg met Zijn volk in deze wereld, door in feite halt te houden op Golgotha.
Niemand zal ontkennen dat onze Heiland aan het kruis de woorden "Het is volbracht" heeft gesproken en door één offerande voor altijd hen heeft volmaakt, die geheiligd worden, maar daarbij moet worden bedacht dat niet alleen de verwerving van het heil, maar ook de uitdeling van het heil tot zijn werk behoort.
Wanneer mij nu gevraagd wordt naar de "concrete aanwijsbaarheid van Christus' werk" begin ik met te wijzen op het onderscheid tussen zijn werk in vernedering op deze aarde en zijn werk in zijn verhoging.
Het werk van onze Middelaar in de vernedering wordt ons breed verhaald in de evangeliën als een werkelijkheid in de wereld waarin wij leven.
Met die werkelijkheid, gezien in het licht van de Schrift hebben we in de regel niet zoveel moeite, omdat we bij het beeld dat ons wordt getekend zonder moeite de wereld waarin wij leven herkennen.
Hierbij komt dat de kerk in deze wereld deel heeft aan het lijden van Christus en dit als een werkelijkheid ervaart.
Moeilijker wordt het, wanneer het gaat om het aanwijzen van de werkelijkheid van de verhoging van de Christus.
Er zijn gelovigen, bij wie het werk van de verhoogde Christus een vergeten hoofdstuk is, de boodschap van de verhoging is dan niet veel meer dan een stimulans in stichtelijke ogenblikken, als het hart zich opwaarts verheft.
Bij O. Noordmans heb ik ergens de waarschuwing gelezen: "Het is niet zó, dat de belijdenis van Jezus' vernedering historisch zou zijn en die van zijn verhoging stichtelijk."
Het werk van onze Here Jezus Christus in zijn verhoging, aan de rechterhand van de Vader, is voor het geloof evenzeer een werkelijkheid.
Daarom mogen we de verkondiging van de grote werken van God ter verlossing niet beperken tot het werk van Christus aan het kruis geschied, maar behoort tot de prediking evenzeer het werk in de verhoging.
De bijbel gaat ons hierin voor in wat ik zou willen noemen het tweede deel van het Nieuwe Testament, dat begint bij het boek de Handelingen van de apostelen.
S. G. de Graaf heeft er in zijn tijd al op gewezen dat het in genoemd boek in feite gaat over de handelingen van de verhoogde Christus door de dienst van zijn apostelen.
Die arbeid is voorbereid in de keus van de discipelen en in het onderwijs dat zij tijdens de rondwandeling op aarde ontvingen.
In wat ons in genoemd bijbelboek wordt verhaald. zien we hoe Christus door zijn Geest en Woord zijn gemeente' gaat regeren en treft ons hoe Hij bij gelegenheden direct ingrijpt.
Om dit artikel niet te breed te maken volsta ik met te wijzen op de roeping van Paulus, die het uitverkoren werktuig was voor de evangelieprediking onder de heidenen.
Duidelijk wordt ons geleerd hoe de Heilige Geest ingrijpt, wanneer Hij zegt: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe ik hen geroepen heb.
Op de reizen, die de apostel heeft gemaakt treft ons de leiding van de H. Geest bij het kiezen van 'het terrein voor de arbeid.
Zo zien we hoe de verhoogde Christus, door de apostelen zijn kerk regeert en door de prediking van het evangelie de zijnen tot Zich gaat vergaderen, om hen te doen delen in het heil.
Niet alleen de verwerving van het heil in de weg van de vernedering, maar ook de uitdeling van het heil behoort tot het werk van onze Heiland en Zaligmaker.
Het werk van de verhoogde Christus is voor wie gelooft evenzeer een werkelijkheid in onze wereld als zijn lijden aan het kruis.
Daarom is een prediking, die beperkt blijft tot de verkondiging van zijn lijden en dood een versmalling van het evangelie. Het werk van Christus in zijn verhoging is ook inhoud van de prediking en inhoud van ons geloof.
Alle arbeid in kerk en koninkrijk kan slechts verricht worden in het vertrouwen op Hem, die aan Gods rechterhand is.
Daarom is aan de prediking in de gereformeerde kerken altijd aandacht besteed aan het verbond en aan de kerk en daarin aan de weg van de uitdeling en de toeëigening van het heil.
Wie zoveel eeuwen nadat de apostelen als gezanten van hun, Heer de wereld introkken, ziet welke' beweging er op gang gekomen is,zal geen moeite hebben om het werk van onze Here Jezus in zijn verhoging te zien in de wereld waarin wij leven.
Immers, heel duidelijk is geworden dat de voortgang van het evangelie tot vandaag toe, niet te danken is aan de voortreffelijkheid of vroomheid van de leden van de kerk. Het is helemaal Christus' werk.
Hoe verrassend en wonderlijk is de weg, die onze Heiland met zijn kerk is gegaan.
Het kost mij daarom geen moeite Christus' werk concreet aan te wijzen in de vergadering van zijn volk.
Dit alles zien we prachtig aangewezen in onze belijdenis in Zondag 21, waar gesproken wordt van de "Zoon van God, die zich uit het ganse menselijke geslacht, een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door zijn Geest en Woord, in enigheid van het ware geloof, van het begin van de wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt. . ."
Wanneer ik in de artikelen over de verhouding met de kerken binnen verband heb gewezen op het aandachtcentrum in de bijbel: Jezus Christus en die gekruist", betekent dit niet, dat deze boodschap in mindering komt op het kerkvergaderend werk.
Het is door deze boodschap dat het God heeft behaagd de kerk in onze wereld te vergaderen en deze boodschap brengt de kerk steeds weer tot leven.
In de geschiedenis van de kerk op aarde is duidelijk dat de prediking van de rechtvaardiging van de zondaar door het geloof alleen, dank zij het volbrachte werk van Christus, de kerk in het rechte spoor hield.
Wanneer deze boodschap versluierd werd, deden zich verschijnselen van deformatie voor.
Toen mannen als Augustinus en Luther de boodschap van de rechtvaardiging van de goddeloze uit louter genade, die Paulus zo duidelijk mocht vertolken, weer "nieuw" ontdekten, brak een tijd van reformatie aan.
Over de verhouding van dit evangelie tot de reformatie van de kerk hoop ik nog iets te zeggen in een volgend artikel.