Het jongetje dat stil moest zitten

1979-03-16
  • Jaargang 23
  • nummer 11
(Multatuli nagevolgd)

Er was een jongetje dat stil moest zitten in de kerk. Dat viel hem zwaar; de jongen deed zijn best maar werd toch vaak berispt. Ook ná de kerkdienst sprak zijn vader hem dikwijls vermanend toe. En tevreden was het jongetje niet. Het zag de koster, zich vrijelijk door de kerk bewegend. Deze was gekleed in een deftig zwart kostuum, hij wees de mensen plaatsen aan waar zij zich konden zetten, en ook stond hij dikwijls vóór in de kerk alles gade te slaan met gestrenge blik. Allen die voorbij hem kwamen, groetten hem zéér eerbiedig. Ook mocht hij, reeds vóór het einde van de dienst, opstaan, en dan opende hij de deuren. Het jongetje zuchtte omdat het zo stil moest zitten en het wenste: ach, dat ik koster mocht zijn.

En het geschiedde zoals hij gewenst had. Hij wás koster, hij bewoog zich vrijelijk en hij was deftig gekleed. Met gestrenge blik sloeg hij gade allen die binnentraden en wie voorbij hem kwam, groette hem eerbiedig. Maar op maandag moest hij de kerk reinigen van afval, achtergelaten door velen, als dank voor 't aangenaam verpozen, veel papiertjes trof hij aan en soms zelfs kauwgom op de banken. De gevonden pepermuntjes verzoetten deze verdrietige arbeid niet. Soms waren er problemen met de verdeling der zalen en met het schenken van vele koppen koffie, waarvan sommige zwart. Ook ontving hij wel opdrachten of verzoeken van de Commissie van Beheer welke hij meende geheel onjuist te zijn. En tevreden was hij niet. Hij zag de voorzitter der Commissie van Beheer, koffie drinkend in één der zalen en de vergadering leidend. Deze was een man van veel gewicht en allen deden wat hij wenste want zijn inzicht in geldelijke zaken was groot. De koster zuchtte omdat hij zo veel problemen had met de reiniging der kerk, de verdeling der zalen, het schenken van vele koppen koffie, waarvan sommige zwart, en met de opdrachten of verzoeken welke hij meende onjuist te zijn. En hij wenste: ach, dat ik voorzitter der Commissie van Beheer mocht zijn.

En het geschiedde zoals hij gewenst had. Hij wás voorzitter der Commissie van Beheer en koffie drinkend leidde hij de vergadering. Maar toch gingen niet alle zaken zoals hij meende dat ze moesten gaan en ook zijn inzicht in geldelijke kwesties kon niet steeds de goede oplossing brengen. En hij zag de diakenen die rondgingen met de collectezak. Zij verzamelden veel geld en brachten dat in de consistorie, alwaar hij geen toegang had. Zij konden beschikken over grote bedragen en weigerden soms aan hem verantwoording daarvan te geven. Hij zuchtte omdat toch niet allen deden wat hij wenste en omdat ook zijn inzicht in geldelijke zaken niet vermocht alle problemen op te lossen. Ook wilde hij wel weten wat in de consistorie plaats vond. En hij wenste: ach, dat ik diaken mocht zijn.
En het geschiedde zoals hij gewenst had.

Hij wás diaken, en hij ging rond met de collectezak. Hij bracht het geld in de consistorie waar hij vroeger geen toegang had, maar het was toch niet zo talrijk als hem nodig leek; het waren dikwijls te kleine bedragen waarover hij kon beschikken en het bleek dat hij toch wel verplicht was verantwoording te geven. En tevreden was hij niet. Hij zag de ouderlingen die rustig bleven zitten als hij zich druk moest maken bij het collecteren. Zij deden huisbezoek en wisten veel van wat er in de gezinnen gebeurde. Ook hielden zij soms vergaderingen zonder hem en hij meende dat op de brede vergadering hun woord van groter invloed was dan het zijne. Om beurten gaven zij de dominee een hand voor die de kansel beklom en als die daarvan weer was afgedaald.
Hij zuchtte omdat hij dikwijls over te weinig gelden kon beschikken en omdat hij meende niet belangrijk genoeg te zijn. En hij wenste: ach, dat ik ouderling mocht zijn.

En het geschiedde zoals hij gewenst had. Hij wás ouderling. Hij blééf zitten bij het collecteren, behalve als er te weinig diakenen aanwezig waren.
Hij dééd huisbezoek en hij ging gebukt onder de zorgen die hij over de gemeente had. Hij gáf de dominee een hand voor die de kansel beklom en als die daarvan weer was afgedaald. Maar de huisbezoeken kostten hem veel tijd; hij deelde lief en leed met velen en de vergaderingen kostten soms zijn nachtrust. En tevreden was hij niet. Hij zag de scriba, gewichtig noterend wat er op de vergadering werd gezegd. Deze las ook de notulen en er werd aandachtig naar hem geluisterd. Hij hoefde niet op huisbezoek en daardoor bleven hem veel zorgen bespaard. Hij zuchtte omdat hij ook het leed van velen had te dragen en omdat hij zo veel moeiten bad, ook op de vergaderingen. Hij wenste: ach, dat ik scriba mocht zijn. .., En het geschiedde zoals hij gewenst had.
Hij wás scriba; hij noteerde wat er op vergaderingen werd gezegd, ook al kwam het: hem niet allemaal belangrijk voor. Als hij de notulen las, luisterde men aandachtig, maar sommigen vonden dat hij hun woorden toch niet goed had weergegeven.
Hij brak zich het hoofd om de goede formuleringen te vinden, als hij de notulen maakte, maar ook als hij brieven moest schrijven. Hij moest veel zaken regelen zoals collectebonnen, en als de eigen predikant afwezig was, moest hij een plaatsvervanger zoeken. Dat lukte hem niet steeds, en dan werd er een preek gelezen. Doch velen vonden dat maar een behelpen.
Zo kreeg hij veel kritiek. En tevreden was hij niet. Hij zag de dominee die rustig op zijn kamer kon studeren terwijl een ander zijn dagelijks brood verdiende met zware arbeid. Op de vergaderingen werd met meer respect geluisterd naar wat deze wist te zeggen dan wanneer hij de notulen moest lezen en ook tijdens de kerkdiensten hoefde de dominee niet stil te zitten. Hij zuchtte omdat het zo moeîlijk was alles op te schrijven en te notuleren en omdat hij zo veel zaken had te regelen. Hij wenste: ach, dat ik dominee mocht zijn.

En hij wás dominee. Hij zát in zijn studeerkamer, terwijl een ander met zware arbeid zijn dagelijks brood verdiende. Er wèrd naar hem geluisterd, als hij iets te zeggen wist. Maar ook het werk op zijn studeerkamer was niet steeds eenvoudig. Hij maakte zeer veel preken maar hij zag daarvan niet die uitwerking welke hij gehoopt had. Ook ontmoette hij nu zéér veel mensen en hij deelde in hun lief en leed. Hij zag dat veel zorgen en verdriet het leven begeleiden. Hij werkte hard, hij bracht de blijde boodschap van zijn Heer, maar het verdroot hem vaak te moeten constateren: tevreden is men niet. Hij zuchtte omdat hij meende zo weinig vruchten te zien op zijn' arbeid en hij raakte vermoeid door de zwakheid zijns lichaams.

En hij keek om zich heen. Toen zag hij een jongetje dat haast niet stil kon zitten in de kerk.
Het begreep niet alles wat van de kansel werd gezegd, maar toen de gemeente een lied ging zingen dat het jongetje óók kende, werd het blij en het zong dapper mede. Want zóveel had het wèl begrepen: God zorgde' voor de zwaluwen en mussen, dus zéker ook voor hem.
En de dominee begreep wat het wil zeggen: Te worden als een kind.
En hij was méér dan tevreden.

(november 1978)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief