Tussen angst en hoop
2012-03-31
Op dit schilderij uit 1898 van de Zwitserse calvinistische kunstenaar Eugène Burnand (1850-1921) zien we Johannes en Petrus rennen op weg naar het graf.- Jaargang 56
- nummer 7
Maria Magdalena was hen overstuur komen waarschuwen dat de steen voor het graf was weggehaald. Johannes rent vooruit, sneller dan Petrus en komt als eerste bij het graf, vertelt Johannes ons in zijn evangelie (Johannes 20).
Schuldbesef
Het is opmerkelijk dat Johannes voorop rent. Je zou verwachten dat Petrus als spreekwoordelijk haantje de voorste voor Johannes uit zou snellen. Iets lijkt hem terug te houden. Die aarzeling zien we ook terug in dit schilderij. Petrus kijkt alsof er van alles door hem heen gaat.
‘Zou het dan toch waar zijn?’, lijken zijn ogen te zeggen. Tegelijkertijd lijkt hij te beseffen dat hij dan Jezus onder ogen zal moeten komen, terwijl hij Hem net driemaal verloochend heeft. Hij legt zijn ene hand schuldbewust op zijn hart en met zijn andere wijst hij naar Johannes, alsof hij zeggen wil dat Johannes alle recht heeft om voor te gaan.
Smeekgebed
Op Johannes’ gezicht zien we een intense mengeling van hoop, verlangen en angst dat het toch niet waar zal blijken te zijn.
Hij houdt zijn handen gevouwen in een vurig smeekgebed. Even later komt Johannes bij het graf en kijkt naar binnen, maar blijft bij de opening staan. Petrus durft wel naar binnen te gaan. Zo kennen we hem weer. Onze kleinmenselijke dramatiek valt bij het grote opstandingsdrama in het niet.
Naar aanleiding van: Eugène Burnand, Johannes en Petrus rennend naar het graf op de morgen van de opstanding, olieverf op doek, 83 x 135 cm. Musée d’Orsay, Parijs.