Hoera voor het leven
2012-03-31
Hoera voor het leven. Zo heet een van de boeken die dr. J.J. Buskes in de vorige eeuw schreef. Deze titel vat de boodschap van Jezus’ opstanding treffend in een oneliner samen. Hoera voor het leven: voor het eeuwige leven straks – niet in de hemel, maar op aarde – én voor het leven op deze aarde. - Jaargang 56
- nummer 7
Voor Paulus staat het vast: de Heer is waarlijk opgestaan. In zijn brief aan de gemeente van Korinte wijdt hij er een lang hoofdstuk (15) aan. Er zijn meer dan genoeg getuigen om aan de opstanding van de Heer niet te twijfelen.
Hij verscheen in levende lijve, eens zelfs aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk. De Korintische gemeenteleden konden het bij de meesten van hen nog navragen (15:6).
Zondag 17
Stond voor hem de opstanding van de Heer uit de dood zo vast als een huis, tegenwoordig behoort het tot het algemeen betwijfelde christelijke geloof. Vroeger twijfelde niemand eraan. In de zestiende eeuw sloeg de Heidelberger Catechismus het hele punt zelfs over. Ze vroeg gelijk naar de betekenis van Jezus’ opstanding en komt met een prachtig antwoord op die vraag (v/a 45). Pas sinds de Verlichting en de opkomst van het rationalistisch-wetenschappelijke denken staat het feit van Jezus’ lichamelijke opstanding uit de dood constant onder druk, tot in de kerk toe.
Maar daarmee ook de opstanding uit de dood van hen die hem toebehoren.
Laten we eerlijk zijn, het is ook nogal wat om te geloven dat doden weer levend worden: vandaag, maar in Paulus’ tijd niet minder.
Griekse wereld
De bouwvakkers en havenarbeiders in de kosmopolitische havenstad Korinte hadden nog nooit van zoiets gehoord. Een lichamelijke opstanding uit de doden? Hoe verzin je het! Dat was ook de reactie onder de filosofen van Athene (Handelingen 17:32). Sommigen dachten dat het bij de dood afgelopen was. Daarom: pluk de dag! Anderen geloofden in de onsterfelijkheid van de ziel, die na de dood zonder lichaam voortleefde, ergens daarboven bij de sterren. Soms had men daar mooie gedachten bij.
In het hiernamaals zouden filosofen ongestoord hun discussies kunnen voortzetten. Weer anderen verwachtten van dat lichaamloze leven als onsterfelijke zielen niet veel goeds.
Daar werd je niet echt opgewekt van.
Maar opstanding van het lichaam uit de dood: nee!
Joodse wereld
Onder Paulus’ joodse tijdgenoten leefden er verschillende opinies. Van de Sadduceeën is bekend dat zij niet in een opstanding van het lichaam geloofden, in tegenstelling tot de Farizeeën.
Aan het einde der tijden, als de Messias kwam, zouden de doden inderdaad lichamelijk opstaan uit het graf, was hun overtuiging. Daarom moesten de beenderen ongebroken begraven worden. In dit interne conflict koos Paulus duidelijk de kant van de Farizeeën. Maar dat de beloofde Messias, de zoon van David, dood zou kunnen gaan, en dat aan een kruis, om daarna al weer lichamelijk op te staan, lang voor de verwachte eindtijd aangebroken was? Nee, dat kon er bij hen niet in. Het is niet zo vreemd dat de joodse leiders de opstanding niet konden aanvaarden, zoals de evangelisten vertellen. Het paste niet in hun verwijzingsraamwerk.
Ook de discipelen begrepen er tijdens Jezus’ leven niet veel van.
Ontkenning van Jezus’ opstanding lag voor de hand. Vroeger, maar vandaag dus niet minder.
De Schriften
Nadrukkelijk verwijst Paulus naar ‘de Schriften’. Aan de woorden ‘Hij is begraven en op de derde dag opgewekt’ voegt hij toe: ‘zoals in de Schriften staat’ (15:4). Om het evangelie van Jezus’ opstanding in geloof te kunnen aanvaarden, moeten we de Schriften opslaan, ons Oude Testament.
Deze verwijzing gaf een enorm gezag aan Paulus’ woorden. In Korinte konden de meeste gemeenteleden niet lezen. Geschreven teksten hadden dus veel gezag. Heilige teksten, zo oud en eerbiedwaardig als de joodse Schriften, konden op eerbied en ontzag rekenen. En dat te meer omdat de God van Israël, in wie ook zij geloofden, daardoor tot hen sprak. Paulus besprak voor hen bij het licht van de Schriften gezaghebbend de vragen die de opstanding uit de dood onder hen opriep. Als wij ons oor bij Paulus te luisteren leggen mogen ook wij antwoorden verwachten op vragen rond de opstanding die in onze tijd leven.
Probleem in Korinte
In Korinte waren er christenen die niet geloofden in de opstanding van het lichaam van overleden gelovigen (15:12). Ze ontkenden het leven na de dood niet; dat deden er maar weinigen. Ze zullen in de onsterfelijkheid van de ziel geloofd hebben. Ze dachten heel goed christen te kunnen zijn zonder dit specifieke punt uit de apostolische traditie te onderschrijven.
Paulus geeft dan een antwoord dat klinkt als een klok. Daarvoor beroept hij zich op het verhaal zoals God dat in de Schriften vertelt. Uit dat verhaal kunnen we maar niet naar believen dingen weglaten. Dan krijgen we een ander verhaal. De opstanding van het lichaam uit de dood weglaten verandert het verhaal dat God aan het vertellen is, van schepping naar voleinding. Waar past de opstanding van het lichaam in Gods verhaal?
Scheppingsgeloof
Paulus begint bij het begin, de goede schepping van God. Op aarde wilde de Heer samen met mensen, geschapen naar zijn beeld, wonen en werken met het uitzicht op een steeds rijkere toekomst. We zien Adam dan ook aan het werk in de Tuin te midden van de dieren. We horen hem zingen bij zijn huwelijk met Eva, zijn vrouw.
En God wandelt er met hen, na gedane arbeid, in de avondschemering.
Daar ging het Hem om. Zonde en dood breken echter op onverklaarbare wijze in de schepping in en de relatie tussen God en mensen breekt erop stuk. Van nu af aan trekt de zonde, op de voet gevolgd door de dood, haar verwoestende spoor door de schepping. Paulus schrijft over de schepping die als in barensweeën zucht en lijdt. Een geboorte lijkt er niet aan te komen, onderworpen aan de zinloosheid en de vergankelijkheid als zij is (Romeinen 8:20-22). Zonder aarzelen wijst Paulus’ beschuldigende vinger naar Adam (15:21-22). Bij hem is het begonnen! Maar bij hem zal het niet eindigen. Daar staat God garant voor.
Verlossingsgeloof
Dat God het hier niet bij gelaten heeft, is het grote thema van de Bijbel.
Hij geeft zijn schepping niet prijs aan het verderf en de Verderver. Er komt een nieuwe hemel en aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest.
Dit visioen van Jesaja (65:17) wordt door Johannes op Patmos bevestigd.
Twee obstakels moesten daarvoor uit de weg worden geruimd. De zonde moet worden verzoend. Christus is voor onze zonde gestorven, schrijft Paulus (15:3). Dat kan de dood niet lang overleven (15:56): Christus is begraven en op de derde dag opgewekt.
De dood is overwonnen. Niets kan de komst van de nieuwe hemel en aarde nog tegenhouden. Goed, er zijn nog machten en krachten in de geschiedenis werkzaam die zich tegen Gods plannen verzetten (Efeziërs 6:12). De dood is overwonnen, maar nog niet definitief verslagen. Maar de Heer regeert en al Gods vijanden zullen aan hem onderworpen worden, de dood als laatste (15:22-26). Kruis en opstanding vormen het kosmische keerpunt van de geschiedenis. Onze wereld is onstuitbaar op weg naar de Toekomst.
Welke Toekomst?
Hier maken we even een theologische pas op de plaats. Over welke Toekomst hebben we het eigenlijk?
Het is een wijd verbreid christelijk misverstand dat we op weg zijn naar de hemel. Er zijn zelfs christenen die alleen daar aandacht voor hebben.
De romanserie De laatste bazuin (Left behind) van Lehaye en Jenkins concentreert zich helemaal op de grote verdrukking van de ongelovigen en de wegvoering (rapture) van de gelovigen naar de hemel aan het einde der tijden, als Gods wereldklok op vijf voor twaalf staat. En het is intussen vijf voor twaalf! Dus hart omhoog en hoofd naar Boven, hier beneden is het niet. Het gaat niet om deze wereld – die gaat voorbij. De hemel is onze bestemming.
De bekende theoloog Bram van de Beek komt langs een andere weg (K. Barth en O. Noordmans) in hetzelfde ver-apocalyptiseerde vaarwater terecht. Er was nooit een goede schepping waar een zondeval een einde aan gemaakt heeft. De wereld is nooit anders geweest dan een tranendal vol lijden en kwaad.
Daarom is ze geschapen met het oog op het kruis – op haar verlossing.
We kennen God de Schepper alleen als de Gekruisigde, en wij, geschapen naar zijn beeld, zijn als gekruisigden geschapen, met ons lijden en onze schuld. Onze glorie ligt niet op aarde, maar in de hemel. Hier beneden is het niet!
Daartegenover moeten we met Bijbelse nadruk stellen: hier beneden is het niet meer. En tegelijk: hier beneden begint het weer – de glorie die God zijn kinderen schenken wil.
We gaan wel naar de hemel, zeker!
Maar dat is een tijdelijke tussenstop waar we alleen voorlopig leven zullen, geborgen in de Heer – goed, als lichaamloze zielen, bij gebrek aan betere terminologie. Maar onze eindbestemming is het eeuwige leven op de nieuwe aarde, waaraan we op deze oude aarde al beginnen.
De nieuwe aarde
De clou van het Bijbelse verhaal is dat deze wereld vernieuwd, maar niet vervangen zal worden. Het zal deze wereld zijn, zoals wij haar vandaag kennen en toch helemaal anders, waar we ons geen voorstelling van kunnen maken.
Johannes beschrijft het in negatieve termen (Openbaring 21:4): geen tranen meer die afgewist moeten worden, want er is geen dood en verdriet, lijden en zinloosheid meer. De weeën waren toch niet tevergeefs! De aarde gaat beantwoorden aan haar volle potentieel, door God in haar gelegd.
Maar wat is een nieuwe aarde zonder mensen, voor wie God haar bedoeld heeft? De nieuwe wereld heeft mensen nodig die de vergankelijkheid en zinloosheid voorbij zijn. Want God zal er behalve geprezen en aanbeden worden, ook worden gediend in dagelijkse arbeid.
Aan mensen zonder lichaam is op de nieuwe aarde geen behoefte. Dan zou Jezus net zo goed niet lichamelijk hebben hoeven op te staan (15:13vv).
Lichaamloze zielen zijn trouwens geen mensen in de volle zin van het woord.
God heeft ons als ménsen geschapen.
En dat blijven we. Voor zielen, die in de hemel rusten van hun aardse strijd (Openbaring 6:9), is er dán geen plaats meer. Als de laatste bazuin klinkt, verschijnen de zielen als mensen op de nieuwe aarde samen met hun Heer die daar in triomf zijn opwachting maakt (1 Tessalonicenzen 4:16). Als de laatste bazuin klinkt en Jezus komt op de wolken, worden de gelovigen niet als een kudde zielen geëvacueerd uit dit aardse tranendal naar hemelse regionen om vandaaruit de grote verdrukking op aarde op veilige afstand gade te slaan.
Dit berust op een vooringenomen uitleg van 1 Tessalonisenzen 4:14-16, waarin we niet mee moeten gaan. Als de laatste bazuin klinkt, vindt hier op aarde de grote transformatie plaats.
Dan zullen we pas echt helemaal mens kunnen zijn, zoals God ons bedoeld heeft.
Het nieuwe lichaam
Als nieuwe mensen zullen wij op de vernieuwde aarde eeuwig leven. Daar horen vernieuwde lichamen bij, zoals ook Jezus bij zijn opstanding een vernieuwd lichaam ontving. Paulus beschrijft dat nieuwe lichamelijke bestaan in negatieve termen, omdat de werkelijkheid voor ons beperkte voorstellingsvermogen gewoon niet voorstelbaar is. Uiteraard is ons nieuwe lichaam herkenbaar het onze, maar niet langer vergankelijk en aan afbraak onderhevig. Wat er ook allemaal fout was aan ons aardse leven, lichamelijk en psychisch, we zullen er daar geen last meer van hebben. We ontvangen dan ook een geestelijk lichaam en zijn niet langer gebonden aan de beperkingen van ons aardse lijf (15:44-48). Dat wil zeggen dat wij er vol van de heilige Geest zullen zijn, aangedreven door zijn kracht, op een manier zoals dat in ons aardse bestaan nog niet mogelijk was. Dan zullen we helemaal aan Christus gelijk geworden zijn. Daarvoor is de Heer opgestaan! Hij stond op als eerste, zodat wij op zijn tijd die nieuwe wereld kunnen gaan bevolken – tot eer van God.
Hoera voor het leven?
Er is reden om op Pasen uit te roepen: hoera voor het leven! Ja, voor het eeuwige leven dat ons in het vooruitzicht is gesteld. Maar ook voor dit leven dat nog door dood en afbraak wordt aangetast?
In deze wereld die nog zucht en steunt als een barende vrouw onder de aanslagen van de machten van de duisternis?
In een bestaan waarin de Geest nooit helemaal voluit kan gaan? Is er niet meer reden om te roepen: Heer, hoelang nog?
Toch, de Heer is op deze oude aarde opgestaan. Hier heeft hij de dood al overwonnen. Rondom Hem kringt het licht in de duisternis zich uit. Waar Hij zijn voetstap zet, ontwaakt nieuw leven. Door zijn kracht worden ook wij opgewekt tot dat nieuwe leven (Zondag 17/45), waardoor onze lichamen tempel van de heilige Geest worden.
Als gelovigen ontvangen we de Geest al als voorschot en anticiperen zo op het leven dat komt. Zoals Johannes in zijn evangelie schrijft (17:3): het eeuwige leven begint hier en nu, met vallen en opstaan. Daar mogen we al van genieten (1 Timoteüs 4:4-5). We hoeven ook niet de hele tijd nieuwsgierig te speculeren over wat de Toekomst brengen moge. Het leven in de wereld is niet alleen maar een tranendal, waar de Heer ons zo snel als mogelijk uit weg moet zien te halen. Paulus sluit zijn antwoord af met een nuchtere aansporing: Zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn (15:58). De hand aan de ploeg vraagt om een oog gericht niet op de einder, maar op de grond naar voren toe. Dus ja, hoera ook voor dit leven!
Hoe lang nog?
Die andere uitroep – Heer, hoe lang nog? – mag ook gehoord worden.
Het lijden in deze wereld is soms ondragelijk zwaar. Vandaag zijn er veel gelovigen die met reikhalzend verlangen uitzien naar de terugkeer van hun Heer, vervolgd en verdrukt als ze worden om hun geloof. Ze leven nu al in de grote verdrukking. Om verder maar te zwijgen over al het andere lijden dat er is onder de zon. Goed is het dan om geduldig te hopen op de Heer die redding brengt. Zelfs in zulke omstandigheden kan er, hoe gedempt ook, hoera geroepen worden. Want elke morgen schenkt Hij nieuwe weldaden; zijn ontferming kent geen grenzen. Veelvuldig blijkt zijn trouw (Klaagliederen 3:22-25). Deze belijdenis van een lijdende getuige in het verwoeste Jeruzalem van 586 v. Chr. heeft anno domini 2012 nog niets aan kracht en actualiteit ingeboet. Hoera voor het leven!
Bob Wielenga is emeritus zendingspredikant van de NGK Kampen en woont in Pietermaritzburg, Zuid-
Afrika.
| Tom Wright Ik heb mij bij het schrijven van dit artikel laten inspireren door de Britse nieuwtestamenticus N.T. (Tom) Wright, vooral door zijn boek The resurrection of the Son of God (2003) dat helaas niet in een Nederlandse vertaling beschikbaar is. Daarnaast beveel ik Wrights boek Verrast door hoop (Van Wijnen Franeker, 2010) aan, waarin hij vanuit de opstanding van Christus uitvoerig schrijft over de christelijke toekomstverwachting. Veel artikelen, toespraken en preken van Wright zijn te vinden op www.ntwrightpage.com. Ook op YouTube zijn veel clips te vinden waarin Wright in kort bestek zijn visie uiteenzet; ze zijn te vinden via het trefwoord ‘Wright’ in combinatie met trefwoorden als heaven, resurrection, hope, paradise, life after death, left behind, rapture en dergelijke. Een oudere studie vanuit klassiek-gereformeerde optiek is: W. van ’t Spijker e.a. (1999), Eschatologie. Handboek over de christelijke toekomstverwachting. De Groot Goudriaan, Kampen. |