Lezen in 1 Joh. 1:1-4 (V) de vreugde

1979-03-30
  • Jaargang 23
  • nummer 13
De vreugde is het hoogste en meest wezenlijke in het christelijke levensgevoel, vindt Van Ruler in: "Blij zijn als kinderen", p. 55.
"Zelfs hoger en wezenlijker dan de liefde. In de Bijbel zou evengoed 'God is vreugde' kunnen staan als 'God is liefde'."
Juist Johannes die tot twee maal de uitspraak 'God is liefde' doet in deze brief, zou dit zeker hebben kunnen beamen, ook al spreekt hij dan maar een maal over de vreugde - maar dan ook op een uiterst belangrijke plaats.
Ter afsluiting van zijn inleiding op de brief geeft hij aan met welk doel hij haar geschreven heeft: "opdat onze blijdschap volkomen zij." In 2 Joh. : 12 lezen we iets dergelijks zij het nu als doel van mondeling kontakt.
Op zich is het al goed om te bedenken dat wat hij schrijft over het geloof in Christus als het vleesgeworden Woord, over het leven in de laatste ure temidden van de antichristen, over vrijmoedigheid en vrees met het oog op het laatste oordeel, vooral ook .over het liefhebben van de medemens, het is goed om te bedenken dat het allemaal in betrekking staat tot de vreugde die .Johannes en andere getuigen bezitten.
Zelfs zo iets verdriétigs als het waarschuwen tegen dwaalgeesten binnen de gemeente moet niet worden losgemaakt van de intense blijdschap die Johannes kent en waarvan hij wil dat zijn lezers erin gaan delen.

Waar gaat het dan om in deze vreugde?
Johannes doelt hier niet op een innerlijke stemming, een bepaalde psychische gemoedstoestand die ontstaat onder bepaalde voorwaarden, al heeft het er zeker wel mee te maken. Maar de vreugde die hier ter sprake is, is een vrucht van het werk van de Heilige Geest aan en in ons door en met het Woord, van de "zalving van de Heilige", zoals hij in 2 : 20 omschrijft.
Aan dat Woord hebben Johannes en de andere getuigen gehoor gegeven, ze zijn het gaan geloven en dat gaf vreugde. Het betreft dus de geloofsblijdschap, die onder alle omstandigheden ons deel mag zijn.
Paulus noemt het "blijdschap in de Heer" in Phil. 4 : 7.
Johannes is blij omdat God hem liefheeft.
Waar hij dwaalgeesten de bodem onder deze liefde ziet weghalen door de vleeswording van Gods "
Zoon te loochenen, daar voelt hjj de grond onder zijn vreugde wegvallen.
Waar vrees voor het laatste oordeel het geloofsleven gaat beheersen daar ziet hij de vreugde bedreigd.
Waar de onderlinge liefde verkilt, ziet hij de vreugdeloosheid van het leven zonder God opdoemen.
In deze brief komt hij op voor het staan in de vreugde, het leven uit de blijdschap. Want moet er geen feestvreugde zijn, wanneer een dode levend wordt, wanneer een schaap in zijn verlorenheid gevonden wordt door de goede herder, Luc. 15: 32.

Het eigen-aardige van vreugde is dat ze gedeeld wil worden. Het is zelfs het toppunt van vreugde wanneer allen die God roepen wil, in deze vreugde delen. Dan is ze volkomen volgroeid. Een totaal volgroeide blijdschap is daarom teken van het leven op de nieuwe aarde. Dat leven daar wordt niet zonder reden beschreven als het met alle heiligen vieren van het bruiloftsmaal van het Lam.
Daarom dat Johannes de mensen in deze vreugde wil betrekken en hen er bij wil bewaren. Dat is het doel van zijn schrijven. Het is niet voldoende dat hij zelf deze vreugde kent, of zelfs ook haar deelt met zijn mede-getuigen. Hij wil iedereen die maar horen wil erbij halen.
Zijn blijdschap drijft hem naar buiten, naar steeds weer andere hoorders; lezers van zijn brief.
En dat lijkt me een kenmerkende trek te moeten zijn van het christelijke leven, individueel als ook gemeentelijk.

We moeten staan in de vreugde en uittrekken naar de "heggen en stegen" om het verlorene te zoeken, opdat onze blijdschap volkomen zij. Het moet een schaduw zijn op onze blijdschap wanneer mensen niet met ons het feest van Gods liefde willen vieren, maar als de verloren zoon uit de gelijkenis aan het feest van verkwisting en overdaad in de wereld gaan meedoen. Het moet ons verdriet doen wanneer in de gemeente, die toch feestzaal behoort te zijn, de vreugde zelf verbleekt en verschraalt.
In dit leven is daarom ook onze vreugde nog gemengd, nog niet volkomen.
Johannes is een vreugdeloze die goede boodschap brengt, die heil verkondigt: uw God is Koning, Jes. 52.
Dat moet ons doen opspringen van vreugde, ook om zelf als zulke boden op weg te gaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief