Kerken buiten verband: Waarheen?

1979-03-30
  • Jaargang 23
  • nummer 13


De voorgaande artikelen samenvattende, heb ik de aandacht gevestigd op drie onderscheidingen, wanneer we spreken over het werk van onze Here Jezus Christus voor zijn kerk.
Van zijn offerande aan het kruis geldt wat in de woorden van een berijmde psalm wordt gezegd. Dit werk is door Gods alvermogen, door 's Heren hand alleen geschied.
De verzoening in de genade van Christus is de centrale boodschap van heel de Schrift en blijvende inhoud van de prediking.
Van dit werk valt te onderscheiden de arbeid van de verhoogde Christus in de regering van zijn kerk door de dienst van de apostelen.
Hier is sprake van een samengaan in het werk van de apostelen op aarde met dat van de Heer in de hemel.
Daarbij kwam dan nog een bij tijden direct ingrijpen van de Geest.
Na het heengaan van de apostelen ontstond de situatie, waarin de kerk zich nog bevindt, dat de Heer ons regeert door zijn Woord en Geest in de dienst van mensen.
Van een rechtstreeks ingrijpen van de Heilige Geest is geen sprake meer.
Het was nodig op deze onderscheidingen de aandacht te vestigen bij het spreken over het werk des Heren in de vergadering en bewaring van zijn Kerk.
Wanneer in de kerken binnen verband zoveel nadruk wordt gelegd op het werk des Heren in de vrijmaking en daarbij zelfs het woord verlossing valt, begint het er op te lijken, alsof er bij reformatie sprake is van een direct ingrijpen van Christus door zijn Geest, als in de dagen van de apostelen.
De vrijmaking zou dan worden tot een onaantastbaar werk des Heren, waarvoor mensen niet verantwoordelijk zijn, waarvan zij slechts kunnen getuigen.
Maar zó ligt de zaak niet.
Bij erkenning van het werk des Heren bij een reformatorische daad in de geschiedenis van de kerk als de vrijmaking, mag nooit uit het oog worden verloren dat die vrijmaking van besluiten van een synode een handeling is geweest van mensen, die in een bepaalde situatie voor een keus werden gesteld.
Die keus, mits bewust gedaan, was een keus van het geloof dat zich liet leiden door de Schrift, de staf van de Heer van de kerk.
Ook al is men er diep van overtuigd, dat die keus goed was, dan blijft het feit dat anderen, evenzeer geleid door het geloof, tot een andere keus kwamen, zodat de wegen van gelovigen uiteengingen.
Het is dan ook niet waar dat de Here Jezus Christus sinds 1944/45 zijn kerk in ons land uitsluitend vergadert op het adres van de vrijgemaakte kerken. Hier ben ik weer terecht bij de kern van de Open Brief.
Niemand van ons heeft gesteld dat de Heiland zijn gemeente niet vergaderde in onze kerken. Het is mij nog altijd een raadsel hoe men tot deze insinuatie is gekomen.
De zaak die aan de orde is gesteld is dat Christus' kerk niet uitsluitend in de weg van de vrijmaking werd vergaderd, maar dat die vergadering zich voltrekt overal waar door de werking van het Woord en van de Geest de harten voor Christus en het evangelie worden gewonnen.
Houdt men in de kerken binnen verband vast aan leringen als zou de kerk vergaderd worden op één adres, i.c. de kerken binnen verband, dan stelt men zich op buiten de werkelijkheid, ook al wordt er volmondig erkend dat er gelovigen buiten die kerken zijn.
Wat is het kerkvergaderend werk van onze Heiland anders, dan dat Hij de Zijnen tot Zich vergadert om hen te reinigen en te heiligen en toe te rusten uit louter genade.
Zien we nu rondom ons dat in andere kerken de Geest door schriftgetrouwe prediking krachten van behoud werkt, dan staan we voor de gebrokenheid van het kerkelijk leven, die niet valt weg te redeneren.

Daarom zei ik, dat de kerken binnen vervand zich stellen buiten de werkelijkheid, buiten de geloofswerkelijkheid.
Het ziet er niet naar uit dat de broeders op hun schreden terugkeren.
Het is van reformatie tot doorgaande reformatie gegaan, waarbij de consequenties van de opvattingen over het kerkvergaderend werk zijn getrokken, met als gevolg dat verenigingen, stichtingen en organisaties slechts open staan voor leden van de ware kerk.
Zou men van de door mij gesignaleerde dwaling terugkeren, dan zou het "vrijgemaakte huis" als het ware ineenstorten.
Voor wie" de inzichten, die in de vrijgemaakte kerken tot heerschap pij zijn gekomen niet deelt, is de zaak van de vergadering van Christus' kerk niet zo simpel in kaart te brengen.
Intussen zijn wij als kerken buitenverband in een vacuüm terechtgekomen.
Hoewel de buiten-verbandstelling voor velen onder ons is gekomen als een bevrijding van een on-geestelijke dwang en als het eind van dodelijk vermoeiende kerkelijke procedures, is het niet in onze hoofden opgekomen om dure woorden als reformatie e.d. te gaan gebruiken, of onze kerken uit te roepen tot de enige ware kerken.
Het is beter te spreken van verstrooiing, met daarbij de troost, dat wie in de strijd om het hart van het evangelie verstrooid raakt, zich toch in Christus vergaderd mag weten.
Veel begrip voor de situatie, waarin wij zijn terecht gekomen hebben we niet gevonden.
Bij de kerken binnen verband houdt men ons op een afstand in het oog en vindt in onregelmatigheden in onze kerken steeds een nieuwe rechtvaardiging voor hun buitensluitende daden.
Zelfs bij de Christelijke Gereformeerde Kerk stuit je dikwijls op de gedachte, dat wij ons allemaal direct bij deze kerken hadden moeten aansluiten.
Wat willen ze toch, die buitenverbanders.
Nu steeds duidelijker wordt, dat de in de zestiger jaren geslagen breuk niet te helen is, komen onze kerken steeds meer te staan voor de levensvraag: Hoe functioneren de kerken in het geheel van het lichaam van Christus.
Kort geleden las ik o.a. in het Nederlands Dagblad dat er in onze kerken een beweging in de richting van de Wereldraad van Kerken op gang zou zijn gekomen.
Nu heb ik alle conventen van de kerken bijgewoond, maar niets van een ontwikkeling in deze richting bespeurd.
Het tegenovergestelde is het geval; er leven in verschillende kerken bezwaren tegen het vastleggen van bindende regels in een kerkorde.
Wel zijn er allerlei symptomen, waaruit blijkt dat onze kerken onbewust driftig op zoek zijn naar hun eigenheid (identiteit).
Dit valt te bespeuren in experimenten en veranderingen in de liturgie, in diverse evangelisatie-activiteiten en niet in de laatste plaats in een weer oplevende discussie over de naam van de kerken. De keus zal moeilijk zijn, te meer daar er grote verwarring is rondom de vraag wat men onder "vrije kerken" verstaat.
Betekent dit bv. los van de binding aan de belijdenis, zoals ik uit een ingezonden stuk van D. J. Buwalda meen te moeten opmaken, dan zal er een duidelijk neen moeten klinken.
Er is niet alleen onder ons, maar in vrijwel alle kerken in ons land nieuwe verwarring rondom de vragen van de kerk, nu de oecumene wat op zijn retour is en de georganiseerde kerk te traag is in zijn bewegingen en wordt gehinderd door niet te overwinnen verdeeldheid.
Daarom vallen er allerlei activiteiten van basisgroepen, evangelische bewegingen e.d. waar te nemen.
Opnieuw komt de vraag aan de orde wat de kerk toch is.
De christelijke gemeente is niet een groep christenen, die in kleine kring een verbondenheid in Christus poogt te beleven; is niet een plaats waar actieve mensen geïnspireerd worden tot nog meer activiteiten, een plaats waar vroomheid wordt betracht of i.d.
Los van de naamgeving van de kerken wil ik opmerken dat de kerk niet vrij is. Wij geloven niet in een aantal kerken, in groepen christenen, maar wij geloven één heilige, algemene christelijke kerk.
Het is de kerk van ons belijden, de uitverkoren gemeente, die de Zoon van God vergadert.
Jezus Christus trekt met zijn kerk door de geschiedenis. In die kerk van Christus zijn we verbonden met al de heiligen, om samen uit te gaan de bruidegom tegemoet.
Daarom blijft de vraag klemmen, hoe de kerken kunnen gaan functioneren in het geheel van het lichaam van Christus.
Die vraag geldt niet alleen onze kerken en daarom is het niet recht en billijk van ons te verwachten dat wij onszelf nu maar gaan "opheffen", waarbij ieder maar een goed heenkomen moet zoeken.
Onze kerken hebben uit genade een inbreng in het geheel van de kerk.
Laten we ons er voor wachten een groepje kerken te worden terzijde van de heirbaan en vooral bedenken dat er geen weg terug is naar de eerste christelijke kerken, want we moeten niet terug, we moeten voort met Christus naar Zijn dag.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief