Bijbel en Ervaring

1979-04-06
  • Jaargang 23
  • nummer 14
Ervaring is het slagwoord in heel wat van het moderne theologische bedrijf. Het komt tegemoet aan de behoeften van de mens van deze tijd, waarin de voorliefde voor het verstandelijke heeft plaats gemaakt voor het verlangen naar de persoonlijke beleving. Vroeger kon een diepzinnige theologische "uitdieping"
van een tekst de mensen in de kerk tot bewondering brengen over de geleerdheid van de man op de kansel, tegenwoordig moet de preek "overkomen" . Hij moet de hoorders aanspreken, ze wat doen. Hij wil zichzelf in de preek als het ware terug vinden en herkennen. Het gaat hem er niet om veel over God te horen, maar om Zijn gemeenschap te beleven, Zijn liefde te ervaren. Een rationeel betoog zegt hem weinig of niets, hij wil er zelf bij betrokken zijn. Brood niet voor het verstand, maar voor het hart!

Nu is dit op zichzelf niet iets nieuws, al is het nu sterker dan vroeger wel eens het geval is geweest.
Als onderstroom is het altijd in de kerk geweest. We hebben allemaal wel eens gehoord van de "bevindelijke" kringen. Daarin was het woord bevinding het slagwoord.
Men sprak over de bevindelijke waarheid, die in het eigen gemoed beleefd en gekend moest worden tegenover de verstandelijke, die slechts een zaak van uiterlijkheid was. De bekende vertegenwoordiger van het Groninger Piëtisme, Schortinghuis, onderscheidde de letterlijke kennis - puur verstandelijke - van de bevindelijke, die volgens hèm gekend werd door het gevoel. Wat theologisch op deze wijze met behulp van soms vergaande verstandelijke onderscheidingen werd uiteengezet, werd door het gewone kerkvolk kort en krachtig weergegeven met: het komt niet op de kennis aan! Je moet het beleven.

Hoe eenzijdig dit allemaal soms werd voorgesteld en uitgewerkt, er werd toch in getast naar de waarheid dat het evangelie brood is voor het hart. De theologische woordvoerders van de kerk op haar best hebben daarom de zaak, die deze "bevinding" voorstond ook niet afgewezen.
Ze hebben volledig erkend dat er een werk van de Heilige Geest in de harten is waardoor er ervaring is van de troost van het evangelie. Wel wezen zij allerlei ontsporingen af als bijvoorbeeld het funderen van de heilszekerheid op allerlei bevindingen. Daartoe legden ze de norm van de Bijbel aan en zij wezen op Gods beloften als de enige grond voor de zekerheid van het heil.

Het woord bevinding kom je in het moderne theologische spraakgebruik niet tegen, zoveel te meer echter het woord ervaring. Maar Je situatie is wel geheel gewijzigd.
Voor de ervaring beroept men zich niet op de Bijbel, maar de Bijbel wordt beschreven als een produkt van de ervaring. Een hele omslag dus, al moet er bij gezegd worden dat de ervaring in wat breder zin 'opgevat wordt dan vroeger het woord bevinding. Ze is niet louter innerlijk van aard, maar heeft ook betrekking op uiterlijke gebeurtenissen voorzover zij ervaren worden, zoals om een voorbeeld te noemen de uitleiding uit Egypte van het volk Israël. Toch ervaring, waarin zij geïnterpreteerd werd als het werk van God. Van deze ervaring is de Heilige Schrift het produkt.
Zij is de vrucht van wat de Bijbelschrijvers van God ervaren hebben, aan Hem hebben beleefd.
Prof. Kuitert heeft zich voor deze stelling geheel ingezet en aan deze kwestie en wat er mee samenhangt o.m. zijn boek Wat heet geloven? aan gewijd. Nu is dit praktisch alleen voor theologen leesbaar, maar we komen deze gedachte ook in meer gepopulariseerde vorm tegen.
Zo b.v. in het Centraal Weekblad, het meest gelezen blad in de Gereformeerde Kerken (synodaal). Ik trof in het nummer van 3 maart een zeer bevattelijk geschreven artikel aan van prof. dr G. P. Hartvelt te Kampen, waarin we dezelfde' gedachte tegenkomen, nu toegespitst op de leer van de kerk.
De hoogleraar stelt daarin de vraag, waar de leer van de kerk vandaan komt? Als men mij zou vragen, zo schrijft hij, waar de bronnen van de "leer" liggen, heb ik de neiging te antwoorden: in de ervaring.
Mensen hebben ervaringen aan God opgedaan en in wat wij "leer" noemen hebben zij die ervaringen willen ordenen. Zodat ze weer even verder konden.
Blijkbaar staat het volgens prof. Hartvelt niet alleen zo met de leer, die de kerk heeft geformuleerd, maar ook met de "leer" van de Bijbelschrijvers zelf. Hij neemt tenminste aan dat we in het pink stergebeuren staan bij de bronnen van de christelijke leer. Bij dat pinkstergebeuren waren er ontzagwekkende ervaringen toen in de tekenen van "vuur en wind" de Geest van God over de mensen kwam. De wereld draaide en waggelde om hen heen. "Dan moet er zoiets geordend worden, welnu, dat is daar toen ook gebeurd, toen Petrus al die ervaringen ordende met dat ene woord "Jezus"."
Ik stop hier even.
Het valt op dat de schrijver niet zegt dat Petrus de gebeurtenissen ordent, maar de ervàringen van mensen vàn die gebeurtenissen. In het woord ervaring ligt altijd iets subjectiefs, daarin komt iets van de mens zelf mee. 1) De één ervaart een gebeurtenis altijd wat anders dan de ander. Maar Lucas, de schrijver van Handelingen, spreekt niet over de ervaringen van die mensen, wanneer hij Petrus' rede weergeeft; die zijn trouwens totaal verschillend (2 : 11), maar richt de aandacht op de gebeurtenissen zèlf: wat gij en ziet en hoort, vers 33.
Deze uitdrukking wijst het "objectieve" aan, het onloochenbare feit.
Ook ordent Petrus de ervaringen niet. Niet de ervaringen van zichzelf en de zijnen, want hij spreekt tot de "mannen van Israël". Hun ervaringen ordent hij ook niet, dat was trouwens onbegonnen werk, want ze waren tegenstrijdig: de een is verlegen, de ander spot! Hij verkláárt echter de gebeurtenissen en hij doet dat met de beloften van het Oude Testament, die nu zijn vervuld.
En dat als apostel van Jezus, toegerust met de Heilige Geest.
Prof. Hartvelt spreekt verder over de ervaringen van Paulus - op de weg naar Damaskus, toen Christus hem een halt toeriep, Hand. 9 -, waarin Jezus ordening aanbracht.
Toen is er, zo meent hij, hetzelfde gebeurd als op de pinksterdag. Ik neer er notie van dat gezegd wordt dat Jézus in die ervaringen ordening aanbracht, maar merk hier toch weer de voorliefde voor het woord "ervaringen". Paulus zelf zegt in Gal. 1: 16 over deze gebeurtenis: dat het God behaagd heeft "Zijn Zoon in mij te openbaren". Een kleinigheid? Een van de nieuwste, Duitse verklaarders van de brief aan de Galaten vergelijkt deze uitdrukking met andere teksten en schrijft dan: "de teksten tonen dat Paulus in vs. 16 "typische Sprache" gebruikt, die in het algemeen-daartoe diende, oerchristelijke profetische en respektievelijk apostolische autoriteit en legitimiteit te funderen. Deze gezichtspunten verhinderen nogmaals achter de formuleringen onmiddellijk het paulinische ervaren (Erleben) terug te vinden. Ze zijn niet primair biografisch georiënteerd, maar zakelijk op de legitimatie van zijn evangelie gericht."
Nu wil ik uit de woorden van prof. Hartvelt niet meer halen dan hij er zelf duidelijk inlegt. Ik beweer dus niet dat hij ontkent dat er op de weg van Damaskus van openbaring sprake was, ik signaleer zijn voorliefde voor het woord ervaring, ook als de Bijbel duidelijk van openbaring spreekt om op het van alle subjectiviteit ontdane vaste te wijzen.
En ik constateer verder dat hij de leer produkt van de ervaring van mensen noemt; het leven gaat aan de teer vooraf, zij is denkvorm van een levensbeweging en tenslotte dat zijn artikel eindigt met: "naar 2) de ervaringen veranderen, zal ook de leer veranderen. Dit is toch niets om tegen op te zien? Want wij veranderen toch ook? Of niet soms?"
Maar waarop loopt dit denken uit?
Ik wees reeds even op het boek van prof. Kuitert: Wat heet geloven?
Ik denk ook aan een t.v.- uitzending van een gesprek tussen hem en prof. dr E. Schillebeeckx, gehouden op 7 maart 1975, aan de hand van een viertal stellingen.
Voor de tv werd het gesprek ingekort, door publicatie is het volledige gesprek, dat twee uur duurde - hier en daar bewerkt en aangevuld, alsnog te lezen in het boekje: Jezus van Nazareth en het heil van de wereld. De eerste stelling van prof. Kuitert was - en hier hebben we de aansluiting bij het slot van het artikel van prof. Hartvelt: Als de mens verandert, verandert ook wat hij als heil ervaart. Daarom verschuift de heilsverwachting. Heil in Jezus is aan dezelfde regels onderworpen.
Daarom verschuift de betekenis van het heil in Jezus".
Hier hebben we de consequentie van de huidige ervaringstheologie ten voeten uit voor ons. De inhoud van de openbaring van God wordt bepaald door de ervaring van de mens, die veranderlijk is. Daarom verandert ook de betekenis van het heil. 3)



1) Zie H. M. Kuitert: Wat heet geloven?
147 v.v.
2) Jürgen Becker op de Brief aan de Galaten in Das Neue Testament Deutsch.
3) Kuitert erkent volmondig het element van subjectiviteit in zijn voorstelling van zaken, maar tracht toch het verwijt van subjectivisme te ontgaan. Hij baseert zich niet op louter individuele ervaring, maar spreekt van cumulatieve ervaringen, die steeds weer bevestigd worden of ook achterhaald bij wijziging van cultuursituatie enz. Vanwege dit laatste o.m. is het christelijk geloof naar zijn inhoud - wat christenen geloven - een zoekontwerp, voor wijziging vatbaar, vgl. Hartvelt over de leer. Maar zoekontwerpen zijn toch niet zonder grond. Wat zijn die gronden dan? Sporen van God in onze ervaringswereld.
In zover het godsdienstig geloof daarnaar verwijst wordt God niet afgeleid uit onze subjectiviteit en is HU geen creatie - in de zin van projectie - van 's mensen innerlijk. Op dat innerlijke wil Kuitert zich niet baseren voor wat de christenen geloven. In zijn kritiek op W. Herrmann zegt K.: ... als de christologie geconstrueerd wordt vanuit de innerlijke ervaring, is het duidelijk dat deze christologie meer zegt over het innerlijk van de gelovige mens die haar construeerde dan over Jezus, pag. 200.
Maar staat het anders wanneer men zijn standpunt neemt in de breder opgevatte ervaring, in de cumulatieve ervaring, met haar door cultuur, klimaat enz. bepaalde referentiekader? Hebben de andere godsdiensten, waarover K. veel vergelijkend spreekt, niet haar cumulatieve ervaringen?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief