Wat vraagt de Heere van U?
1979-04-06
- Jaargang 23
- nummer 14
"Hij heeft u bekend gemaakt, 0 mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid *) lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God. (Micha 6 : 8).
Hier is een vers, dat algemeen beschouwd wordt als een van de hoogste toppen in de Bijbel. Inderdaad, bekwame leraars hebben het genoemd "de belangrijkste uitspraak in de profetische geschriften en de machtigste spreuk van het oude testament". Want het geeft in een heldere maar diepe volzin de hele zedeleer en alle godsdienstonderwijs van Israël's profeten weer. Laten wij het nog eens bezien en zo mogelijk de boodschap voor onszelf verstaan.
Wat Micha en zijn omstandigheden betreft weten we maar weinig. Maar wel krijgen we in zijn boek een beeld van de situatie, die zijn geest bezig hield; een situatie die veel lijkt op wat wij vandaag om ons heen zien.
Bij voorbeeld: de meerderheid van ons zal stellig betreuren, dat zulk een betrekkelijk klein deel van ons volk enige binding aan de kerk heeft; zal betreuren de onverschilligheid van velen ten aanzien van het christelijk geloof. 0, ik weet dat het ons soms boos maakt - maar vooral zijn wij bedroefd om de geestelijke armoede en het vaak lage morele peil van onze tijd; verdrietig vanwege ons schijnbare onvermogen om er iets aan te doen.
Maar laat me zeggen: dit is niets nieuws. Immers in de Bijbel vinden we hetzelfde benauwende toneel. Het is des te meer benauwend, als we ons herinneren dat, als er één volk in de oudheid diep gelovig zou moeten zijn geweest, dan wel de oude Hebreeën. Had God hen niet uitgekozen en hun een hele reeks krachtige leiders gezonden, profeten en priesters?
Natuurlijk hebben ze perioden van sterk geloof en bezieling gekend. Maar zelfs Israël kon dat niet volhouden. We staan voor momenten van regelrechte goddeloosheid en afgoderij.
Welnu. Waar de profeten een voor een worstelden met dit gruwelijke probleem, waren sommigen bewogen tot heftige aanklachten; ze vroegen openlijk om Gods straf over wat zij tekenen als een verdorven en krom geslacht. Terwijl anderen een bewogen beroep doen op het volk, om tot de Heere terug te komen en zo zijn rechtvaardige straf te ontgaan.
Micha slaat die laatste weg in. Hij doet dat op een prachtige en beeldende manier. Hij maakt. een dramatisch toneel in dichterlijke taal. "God, de almachtige Schepper, de Koning des hemels en de Vader van Israël, verlaat zijn hemelse troon en komt neer om te twisten met zijn kinderen. Hij spant een geding tegen hen aan. Hij roept de bergen van hun land als getuigen op." Soms zeggen we: als de muren konden spreken - wat zouden ze ons wat vertellen! Nu, Micha tekent God, die de heuvels van Juda laat spreken en vertellen wat zij gezien hebben in voorbije eeuwen en jaren. Hoe God de vaderen en de voortrekkers en het hele volk Israël heeft geleid en gered en geholpen. Zo roept Micha:
Hoor nu eens wat de Heere zegt: Sta op, open dan uw mond ten aanhoren van de bergen, En laat de heuvels uw stem verstaan.
Hoort, gij bergen, de aanklacht des Heeren.
Ook gij, vaste fundamenten van de aarde: Want de Heere heeft een aanklacht tegen zijn volk En met Israël wil Hij een geding aangaan!
Ja, hier zien we Micha's geloof in de wezenlijke waarde van de menselijke ziel. Want God probeert niet door geweld de mens goed te maken - maar doet een beroep op hem als redelijk wezen. Anders gezegd: God zegt duidelijk dat we geen machines maar zelfstandige wezens zijn. En Micha wanhoopt niet aan de mens. Zeker, als alle ernstige en gevoelige knechten van God moet hij vaak hebben willen vaststellen, dat de menselijke natuur verdorven is en volledig vergiftigd. Maar hij doet het niet Liever herinnert hij ons er aan, dat de mens met al zijn verdorvenheid en dwaasheid toch in staat is Gods bedoeling te verstaan en daaraan te beantwoorden.
En wij als christenen moeten dat ook geloven en doen. Zeker daar wij weten, hoe onze Heiland mensen aanspreekt; zelfs onfatsoenlijke mensen - toch in staat om het goede te kiezen en Gods stem te beantwoorden.
Telkens herinnert Hij ons er aan: dat wij naar Gods beeld zijn gemaakt en dat wij in staat zijn met Hem te spreken en in gemeenschap met Hem te leven. Dezelfde gedachte vinden we in Paulus' oproep tot zijn lezers: om zich aan God te wijden, hetgeen - naar hij zegt - onze redelijke eredienst is. We moeten vandaag duidelijk zien: dat de oproep van de christenheid niet fantastisch en onmogelijk is. Ons wordt gevraagd ons
van God gekregen hart en verstand volmaakt te gebruiken en door Christus rijke vruchten te dragen.
Dan - God twist met ons zoals een vader twist tegen zijn ongehoorzame kinderen. Want Hij houdt van ons en vraagt onze wederliefde.
Maar in Micha's geding was Israëls antwoord niet zo zeer afwezig - het was totaal fout. Het volk gaf offers - kalveren, rammen, olie en zelfs, vreselijke gedachte, hun onnozele kinderen! Als de kerk materiële offers van haar leden vraagt, dan vraagt God de Heere in feite onze innerlijke overgave. Zo leidde Micha het drama naar zijn grote climax. Het is alsof God het voornaamste levensdoel voor ons plaatst opdat we dit met nieuwe ogen bezien:
Hij heeft u bekend gemaakt, 0 mens, wat goed is.
En wat de Heere van u vraagt: niet anders dan recht te doen, de barmhartigheid lief te hebben en nederig met uw God te leven.
Let op de adressering van de profeet: 0 mens. Tot zo ver heeft hij in hoofdzaak gesproken tot de natie als een geheel. Want ze achtten hun relatie met God meer een nationale dan een persoonlijke zaak. Maar Micha gaat verder met zijn schijnwerper. ,,0 mens," zegt hij, en niet ,,0 Hebreeuws mens", of ,,0 Syrisch mens" - gewoon ,,0 mens." En hier zien we het zaad, waaruit het aangrijpende "onze" is gegroeid, uit het Onze Vader. En we zien de wereldwijde opdracht van de huidige christelijke kerk. Inderdaad, de ware godsdienst is dezelfde voor alle mensen, waar ook ter wereld; en zonder die kan geen enkele ziel volkomen zalig worden.
Maar laten we kort bezien Micha's machtige drievoudige omschrijving van wat goed is. Eerst roept hij ons op om "recht te doen". Nu, misschien hebben wij, opgevoed in de reformatorische traditie, het ware goede wel sedert onze kinderjaren geleerd. Maar dat was voor de meeste hoorders van Micha toch geheel nieuw. Eerder dachten zij dat godsdienst een zaak was van bepaalde seizoenen en feesten en offers. En zelfs als zij verdwaalden in Kanaänitisch heidendom, werden zulke praktijken beschouwd als een manier om de goden om te kopen of tevreden te stellen. In feite was hun godsdienst sterk bijgelovig en had niets uit te staan met zuiverheid, oprechtheid en barmhartigheid.
Maar de boodschap van de profeet is ook nu nog van kracht. Er zijn immers mensen, ijverig in het uiterlijk nakomen van hun religie - en toch met harde harten en de handen op de zakken, Ook zijn er die verschrikkelijk nauwkeurig zijn in zaken van orde en regel - maar weinig zorg tonen voor het morele kwaad, dat een gemeenschap kan vernielen.
Dan ten tweede: "de getrouwheid liefhebben". Dat betekent gewoon liefhebben in nieuwtestamentische betekenis. En hier schijnt Micha een oudere profeet te citeren - Hosea, die meer dan een ander de prediker was van Gods tere liefde. Inderdaad, we weten dat hij de betekenis van onbaatzuchtige liefde in zijn eigen bittere ervaring heeft verstaan. Zelfs zijn eigen vrouw liet hem in de steek om een vrouw van de straat te worden; de wet gaf hem de kans van haar te scheiden en haar voor goed weg te sturen; toch blijkt Hosea dat niet te kunnen doen. Want hij hield van haar en wenste haar terug te winnen tot eerbaarheid en vreugde. En zijn lijden gaf hem dieper inzicht in Gods band aan. Israël. Inderdaad, wanneer Jezus het volk van zijn dagen onderwees zagen we, dat God liefheeft, met een liefde die ons niet laat gaat. Wat vraagt de Heere meer van u, dan de ander lief te hebben zoals Hij ons liefheeft?
En tenslotte roept de profeet ons op om "ootmoedig met God te wandelen".
Nu, hier zien we toch wel een scherp contrast tussen Micha's omschreven godsdienst en de moderne mens. Of de mens nu wel of niet recht en betrouwbaar en vriendelijk in zijn bedoelingen mag zijn - nederig voor God te zijn heeft hij niet geleerd. Integendeel is hij vaak geboeid en bezeten door zijn eigen groeiend vermogen om de natuurkrachten te beheersen. Het schijnt werkelijk alsof hij - met de verfijnde werktuigen van de wetenschap in handen - op de duur tot alles in staat zal zijn. En we kunnen zeggen wat we willen maar het humanisme, in de zin van vertrouwen in het menselijk vermogen om zijn lot zelf te bepalen, is in de Westerse filosofie overheersend. Dat blijkt wel uit de wijze, waarop de grote meerderheid van ons eigen volk tegenover de kerk staat en haar boodschap als volmaakt onbelangrijk ziet.
Maar laten we duidelijk zijn. We kunnen niet de vruchten van onze religie in goedheid en naastenliefde oogsten, als we de wortels van ons geloof kappen, namelijk de ootmoedige wandel met God. Zeker, de innerlijke ootmoet, die we bij alle heiligen aantreffen, de Geest die we vinden in de zaligsprekingen, die moeten we trachten te grijpen. Want de echt godsdienstige mens is innerlijk nederig. Hij moge rijk zijn of knap of machtig in wereldse zin - maar hij weet dat hij Gods genade nodig heeft en is zich diep bewust van wat hij zijn Verlosser schuldig is. Inderdaad, deze innerlijke ootmoed heeft elke christen nodig; daar moet hij naar streven.
Micha beantwoordt één vraag niet. Dat kon hij niet: hoe moeten wij de kracht en de genade vinden om naar zulk een hoog ideaal te grijpen en op dat niveau te leven?
Daarvoor moeten we naar het nieuwe testament. Naar Hem die vrede ademde, mensenharten sterkte. Naar Hem die rustig zei: "komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u en leert van mij. Want Ik ben nederig en zachtmoedig en ge zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en mijn last is licht".
Dat is stellig de enige bron, waaruit we kracht kunnen putten, om zo te worden als God ons bedoeld heeft.
*) In de Engelse tekst staat mercy = weldaad, zegening, barmhartigheid. De reacties in het verleden moedigen aan, om nog eens een volledige preek van deze 70-jarige te geven. D.W.L.M.