DE NAAM VAN DE KERKEN
1979-04-06
Vrije Gereformeerde Kerken (2) - Jaargang 23
- nummer 14
1. Teleurstellend. Het commentaar van dr Van Klinken in Opbouw van 2.3.79 stelt teleur. Het springt niet in binnen de gang van het betoog, maar tracht te blokkeren.
Deze gedragslijn en haar bewoordingen en qualificaties zijn ons overbekend uit het patroon van de kerkpolitieke arena, dat zoveel schade heeft aangericht in de Kerken van Christus. Deze stijl heeft de wezenlijke band vernageld. Hiermee helpen we elkaar niet, ofschoon dat toch de opzet was van het L.V.: onderlinge hulpverlening: vroeger was zulk een organisatie op den duur telkens uitgelopen op een machtsstrijd met de bekende definitieve gevolgen, maar nu had men door de ervaring geleerd.
De toon kon milder, men had zichzelf nu beter in de hand. En als hier en daar de toon wat scherp zou uitvallen, dan kon men toch steeds een beroep doen op het evangelische karakter van een kerkelijke vergadering, nietwaar?
2. Structuur en structuurwet. Maar hier ligt de grote vergissing. Een kerkverbands-organisatie is als zodanig bouwsel, en dat met de bedoeling historisch gefundeerd, een menselijk hulp te verlenen. Deze structuur volgt haar wezenlijke, innerlijke bestemming, maar gebouwd op haar fudnament: macht: opgebouwd op uitgebrachte stemmen, functionerend door stemgerechtigde afgevaardigden, zich voegend naar bepalingen, vastgesteld bij meerderheid van stemmen.
Hoe soepel alles moge zijn bedoeld, hoe waterdicht de ordebepalingen mogen-zijn geformuleerd, het blijft de orde van de macht. En dan gáán die stemmen functioneren, en we kunnen er de verslagen maar op nalezen, hóe, Het gaat over zeer diepgaande, kerkelijke, confessionele vragen. Vragen die nimmer in het kader van de macht mógen worden behandeld. En nu zitten èn de afgevaardigden èn de afvaardigende kerken in de klem van hun eigen, moeizaam opgebouwde apparaat.
En dan ontstaat deze krampachtige, tyrannieke trant van spreken en schrijven, en zoeken de rupsbanden hun weg in de gemeenten.
Veelal is de "hulpverlening" ook nog ongevraagd.
3. Individualiteit der kerken. Niet alleen immers bevinden zich de afgevaardigden van de kerken op landelijke vergaderingen zich in de ban van deze èchte verzoeking, waarin zij zijn geleid. Het ergst worden de kerken zelf bedreigd. Wie ondergaat niet de spanning, bij het lezen der verslagen, van wat er uit de bus zal komen voor zijn gemeente, hoe de stemming het gezicht en het onderlinge verkeer in eigen gemeente zal beïnvloeden?
Want deze macht scheert alle kerken over één kam, ondanks de Wet van Christus.
In deze organisatie hebben de afzon\ derlijke kerken niet meer de individualiteit, die wij haar in de bijbel zien verzekerd. Waardoor wij die onderling verschillende brieven hebben gekregen: die aan de gemeente te Corinthe anders dan die aan Efeze, en die aan Colosse wéér anders en verschillend met die aan Filippi. En
zelfs nog in de tijd, waarin de apostel Johannes, op dictaat van onze Heiland Zelf, brieven schreef aan Zijn gemeenten in Asia, zijn die onderling duidelijk verschillend naargelang van de onderscheiden individualiteit der 7 gemeenten.
Stel U eens voor, dat de gemeente van Filadelfia de brief, voor Laodicéa bestemd, aan zich geadresseerd had gekregen. Zij zou zichzelf daarin niet hebben herkend.
4. Eigen gedragslijn in eigen situatie.
Natuurlijk lazen die verschillende gemeenten elkaars brieven wel, wat dacht U. Maar ieder vanuit haar eigen gezichtshoek, met het oordeel des onderscheids, d.w.z. het eigen oordeel, overeenkomstig eigen geweten, de eigen "samenleving" in de eigen situatie, naar de beschikbare krachten ook. Het humanisme wil nivelleren, maar het Evangelie wil aanmoedigen tot zelfstandige groei, het eigene tot zijn recht laten komen. Dat komt de wezenlijke band van de verschillende kerken ten goede en prikkelt de werfkracht. De dienst des Woords en der gebeden is, als het goed is tenminste, ánders in de ene gemeente dan in de andere. In de eigen gemeente kènnen we elkaar, elkaars vreugde en elkaars verdriet, elkaars krachten en elkaars zwakheden, elkaars zonden, gebreken, hebbelijkheden, moeilijkheden. Nietwaar, de Heiland heeft niet voor niets "Mt. 18" in de geméénte in praktijk willen zien gebracht. Wij weten veel van elkaar.
Dat wordt ook zichtbaar aan het Avondmaal.
En juist in verband met die heel aparte samenleving heeft de afzonderlijke gemeente eigen karakter, en heeft zij eigen beslissingen en voorzieningen 'te treffen. Die macht ligt in de handen van de Heiland Zelf. Hij kan het alléén wel af.
5. Paulus. Zo werd in de gemeente van Corinthe de vrouw als gelijkwaardig aan de man gezien, volkomen naar luid van het Evangelie. En zo ook in het optreden in de gemeente, in het gebed en het profeteren. Paulus sluit zich bij deze eigen zienswijze der Corinthiërs aan, en geeft, desgevraagd, advies om deze gelijkwaardigheid te vrijwaren van ontaarding tot gelijkheid.
Het eigene van de gemeente en het eigene van de vrouw diende te worden bewaard. Hij dacht er niet aan, terwille van een algemene uniformiteit van alle gemeenten, het advies te geven, zich maar te laten gelijkschakelen met anderen, die zich deze zienswijze (nog) niet konden permitteren.
6. Naam. En juist in dit verband: in het verband van dit advies in 1Cor. 11, merkt hij op in vs. 16: "Indien het er iemand om te doen is gelijk te krijgen, wij houden er een dergelijke gewoonte van omgang-met-elkaar niet op na, en evenmin de gemeenten Gods."
Deze evangelische, nu weer herwonnen, vrijheid zou moeten worden vastgelegd in de naam van onze kerken.
Ter garantie en ter reformatie. Met name om de opdracht van Christus te vervullen in Mt. 28 : 18 v.v.