Opstandingsgeloof in de vroegchristelijke kerk
1979-04-13
- Jaargang 23
- nummer 15
Dr J. J. Thierry, Opstandingsgeloof in de vroegchristelijke kerk,
Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1978, prijs f 18,90.
Het is goed om te lezen, hoe er in de eerste eeuwen over de opstanding is gedacht en gesproken. En we zijn er blij mee, dat prof. Thierry de kerkvaders op dit punt voor ons toegankelijk heeft gemaakt. Toch hoop ik, dat de schrijver ook nog eens een systematische verhandeling over dit onderwerp geeft, zodat we een helder totaalbeeld krijgen. Nu moeten we verzuchten: We hebben veel fragmenten van de kerkvaders gelezen, maar wat hebben we nu eigenlijk van hen geleerd?
Het boek van ruim 200 bladzijden is hier en daar vermoeiend vanwege de uitweidingen (30 vv, 41 vv), de bronvermeldingen in de tekst (horen thuis in noten of aantekeningen), en de niet-vertaalde citaten van Franse, Duitse en Engelse schrijvers. Ik betreur deze hinderpalen, omdat ik het onderwerp een grotere lezerskring waard vind. In de dagen van de kerkvaders was de christelijke kerk nog ongedeeld. Thierry is van mening, dat het bestuderen van hun werk daarom een bescheiden stap kan zijn op de weg naar de eenheid van Christus' hele kerk. Dit zal dan wel een eenheid in het gelóóf moeten zijn, het geloof aan de historische realiteit en de kracht van Jezus' opstanding een geloof waarin de kerkvaders één zijn met het Nieuwe Testament!
In de tweede eeuw dacht men, dat de engelen een bepaalde rol hebben gespeeld bij de opstanding van Jezus.
Volgens Thierry kan een kanonieke tekst als Handelingen 12 : 7 ons suggereren, wat de engelen precies in het graf gedaan hebben. "Die engelen hebben met hun lichtglans het graf vervuld, de heerlijkheid des Heren er in gebracht. Toen hebben zij Jezus wakker gemaakt door hem in de zijde te stoten en het woord gesproken: Sta snel op. Zij moeten ook aanwijzingen ten aanzien van zijn kleding gegeven hebben, hem uit zijn lijkwade geholpen hebben. Johannes gaat uitvoerig op de kwestie van de kleding in (Joh. 20, 5-7): het blijkt dat men met overleg te werk is gegaan.
Daarna hebben zij Jezus uit het graf naar buiten geleid." (35). Een bespreking als deze leent zich er niet voor om diep op de kwestie in te gaan. Maar: (1) vind ik het op z'n zachtst gezegd twijfelachtig, of we in de bevrijding van Petrus uit de gevangenis een model mogen zien voor de opstanding van Jezus uit het graf; (2) acht ik nog steeds juist de voortreffelijke uitleg die dr J. van Bruggen indertijd heeft gegeven van de opgerolde doeken: geen teken van orde, maar van herscheppingsmacht; (3) ben ik van mening, dat de engelen het graf niet hebben geopend om Jezus eruit, maar de vrouwen erin te laten; nauwkeurige lezing van Matth. 28 : 1-7 noopt mijns inziens tot deze verklaring. Jezus stond op uit de lijkwade die intact, het graf dat gesloten bleef, vergelijk Liedboek 213 : 2!
Ter ondersteuning van het opstandingsgeloof hebben de kerkvaders ook gewezen op Gods macht, de kringloop in de natuur, de bedoeling van de schepping en de loongedachte.
Alleen het derde motief (de bedoeling, de skopos) vindt enige genade in de ogen van de schrijver, Toch: (1) vraag ik me af, of de genoemde motieven inderdaad wijsgerig van aard zijn, of "meer wijsgerig" zoals dr Thierry zegt; zijn het niet veeleer getuigenissen van praktische vroomheid? en (2) ben ik van mening, dat de genoemde motieven dieper in de Schrift geworteld zijn dan de auteur doet voorkomen.
Ook over zijn beoordeling van de genezingswonderen en de relikwieënverering zou te discussiëren zijn. Het kon wel eens wezen, dat de eerste christenen dichter bij Markus 16: 17-18 stonden dan wij in onze ontgoddelijkte tijd.
Ik vind het jammer, dat prof. Thierry zonder meer het begrip "Deuterojesaja"
hanteert (154) en op Paulus lichte kritiek lijkt te hebben (183).
Al met al heb ik nogal wat bezwaren tegen dit geschrift, dat ik nochtans vanwege zijn documentaire waarde waardeer. Voor de volledigheid een opgave van de inhoud: (1) Inleiding. (2) Hoe stelde men zich de opstanding van Jezus voor? (3) Een Paaspreek uit de tweede eeuw. (4) Genezingswonderen bij Augustinus als steun voor het geloof aan de opstanding.
(5) Relikwieënverering. (6) Paasgedachten van Augustinus. (7) Het Paasfeest van Leontius van Constantinopel. (8) Een meer wijsgerige benadering van het vraagstuk der opstanding. (9) Epiloog: de actualiteit der kerkvaders.