DE NAAM VAN DE KERKEN
1979-04-20
- Jaargang 23
- nummer 16
Gehoorzaamheid is beter dan offeranden, opmerken beter dan het vette der rammen, 1 Sam. 15.
Als ik de situatie, waarin onze kerken zich bevinden op me laat inwerken en het geharrewar, ook in "Opbouw", over de naam der kerken en wat daar zoal mee samenhangt, overzie, moet ik steeds weer aan dit Schriftwoord uit 1 Sam. 15 denken.
Hoe is het toch gekomen dat we elkaar zo moeilijk meer verstaan en begrijpen?
Dan ga ik even terug naar de jaren 67/68. In de strijd die we toen hadden te voeren zijn we altijd beschuldigd van ontrouw aan de Schrift, belijdenis en D.K.O., kortom wij werden gebrandmerkt als mensen die bezig waren de kerk van haar Geref. karakter te beroven. De meesten weten nog wel hoe dat ging.
Onze "woordvoerders" daarentegen, wezen met klem deze zware beschuldigingen van de hand en voor God en Zijn gemeente ontkenden zij, de Geref. kerken te willen verwaarlozen.
Niets was minder waar. Juist de trouw aan die kerk noopte ons tot die strijd. Dat was ons uitgangspunt! Desondanks werden we buiten gezet, maar onze belofte van trouw was voor Gods aangezicht afgelegd. Die grondslag voor ons kerkelijk leven is nooit door iemand onzer afgezworen en daarom rust op ons allen de grote verantwoording, tegenover de Heer der kerk als tegenover alle broeders en zusters, deze belofte waar te maken en in te lossen. Gehoorzaam doen aan wat toen voor Gods aangezicht beloofd is, dat is de weg waar we dan ook de zegen des Heeren op mogen verwachten.
Reeds te lang dwalen we als schapen en velen zijn opnieuw verontrust over wat nagelaten wordt en zien de toekomst voor onze kerken donker in.
Ze vragen zich af, zijn de beschuldigingen van 67/68 dan toch juist-geweest?
Hebben we gelogen toen we beloofden, dezelfden te willen blijven als die we waren voor de scheuring?
Bang voor nieuwe hiërarchie?
We mochten, onder de leiding des Geestes, in de strijd tegenover de aanvallen der nu "binnenverbanders"
staande blijven. Eindigen we nu met het vlees, door de hiërarchie der "vrijheid" te aanvaarden? Wie heeft ons betoverd? Is het tevergeefs geweest dat we zoveel hebben ondervonden?
, Het past ons in ootmoed terug te keren tot ons uitgangspunt, om alsnog gehoorzaam de weg te gaan die we beloofd hadden te zullen gaan. Dat zal eerst moeten, terug naar het begin.
De trouw aan Schrift en belijdenis en voor mijn part ook de d.k,o., al of niet herzien. Deze weg zal ons als kerken van Christus samenbinden en ook tegenover hen die ons hebben uitgedreven zullen we verantwoord zijn. Ook heilzaam voor heel de Gereformeerde gezindte. Maar nog eens, in de eerste plaats zouden we gehoorzaam zijn aan God. We hebben beloften afgelegd.
De Heere geve ons die genade, tot eer van Zijn naam en tot opbouw van Zijn gemeente.
J. H. de Jong, Hardinxveld/Giessendam
De kring van hen die behouden worden
Het moet er dan eindelijk maar eens van komen.
Na de diverse pennevruchten over onze naam, kon ik mijn pen niet langer laten liggen. En misschien mag ik deze keer even op het papier van Opbouw iets kwijt.
Om te beginnen zou ik graag iets doorgeven uit die kerkelijke papieren, die mij het meest dierbaar zijn, de Schriften.
In Handelingen 2 vers 47 lezen we: .,En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden". Wat een duidelijke naam, 'de kring van hen die behouden werden'. Wel een beetje lang. Langer in ieder geval dan de naam die een van de broeders bejacht heeft, 'Bijbels Reformatorische Kerken'. Toch zou ik niet graag BRK-er genoemd worden. Hetis zo verwarrend, B.R.K. Zeg nou zelf.
Want als reformatorisch bijbel is, dan is BR dubbelop. En als R niet Bis, dan zou je die R maar gauw moeten schrappen. Je krijgt dan BK. Maar de K is toch bijbels? Tenminste, als we met de Kerk ook inderdaad de Gemeente bedoelen. Overigens lees ik in de Bijbel alleen maar over de Gemeente, het lichaam van Christus. Je weet wel, de kring van hen die behouden worden. Ik lees zelfs niets over een ware-en een valse Kerk, alleen 'over de Gemeente. Maar ... , over die Gemeente wei zeer heerlijke dingen. Dus kan de K eigenlijk ook wel geschrapt worden, .
Nee, dan voel ik toch wel bet meest voor die andere naam, ook genoemd in het boek Handelingen. De naam Christen. " ... en dat de discipelen het eerst in Antiochië Christenen genoemd werden". Handelingen 11 vers 26. En slaan we dan meteen even Handelingen 26 vers 28 op. Daar zegt Agrippa tot Paulus: "U wilt mij wel spoedig als Christen laten optreden!"
Optreden als Christen. Getuigen van onze Heer, van Christus, van Hem die ons een nieuwe naam heeft beloofd.
Openbaring 2 vers 17.
Tussen de naam Christenen die nieuwe naam zitten we nu.
Ik kan mij nog herinneren, dat er vlak na de Bevrijding gesproken werd over de Bezwaarden. Als jongens begrepen we daar niet zoveel van, maar we waren het wel. Later werden we 31ers genoemd, maar ook daar zaten we niet mee, want we waren nog lang niet zo oud. Weer later werd bet gewoon Vrijgemaakt. En dan is het nu G.V. B.V. Mogelijk wordt dat V.G.K. of N.G.K.
Jonge, jonge, wat een toestanden voor mensen die tot de kring van verlosten, van kinderen van God behoren.
Maar, om heel eerlijk te zijn, ik zou het ook nietzo gauw weten. Ik denk wèl dat we te ver van onze broeders en zusters uit het boek Handelingen verwijderd zijn om ons nog onbevangen discipelen van Jezus te laten noemen. Dat klinkt niet zo gereformeerd.
En toch was het toen duidelijk. Neem nou Dorcas bijvoorbeeld. Zij wàs een discipelin.
En wat zijn wij, mijn beste broeders en zusters?
Zijn wij wie we zijn, of zijn we hoe wij heten?
Om nu dat laatste een beetje dichter bij dat eerste te brengen, zou ik niet teveel gebonden willen zijn aan een naam, maar vrij omdat Jezus mij heeft vrijgemaakt. En dan voelt u wel waar ik heen wil.
Vrije Gereformeerde Kerken lijkt mij nog zo gek niet. Voorlopig.
In Christus verbonden,
uw Bert Koning
Er is de laatste tijd nogal wat geschreven in Opbouw over de naam van onze kerken. Ook al omdat het hard nodig is om een echte naam te krijgen. Zo is ook de naam "Vrije Gereformeerde Kerken" naar voren gekomen. Dat lijkt mij de beste naam voor onze kerken, hoewel er sommigen ook anders over denken. Wij hebben met de vrijmaking gezegd dat wij Gereformeerd blijven, en zijn toen vrijgemaakt van het synodale juk dat men ons op wilden leggen. Wanneer wij zeggen "wij zijn vrijgemaakt", bei lijden wij daarmee, dat wij dat niet lelt hebben gedaan, maar dat God ons heeft vrijgemaakt. Maar onze vrijgemaakte broeders en zusters hebben zich weer het synodale juk op laten leggen en zijn zodoende nog wel vrijgemaakten maar leven niet meer als Vrije Gereformeerde kerken. De vrijheid die God ons geschonken heeft hebben ze opzij laten zetten. Zodoende kunnen zij zich niet ergeren aan de naam Vrije Gereformeerde Kerken, wanneer wij tenminste die naam aannemen, en daarnaar leven. Er zit voor ons een belijdenis in, dat God ons nog altijd ruimte laat om vrij als Gerefomeerde kerken te leven. Laten wij daar dankbaar voor zijn, en dat ook laten horen in de naam der kerken.
H. Booy, Hoogeveen
Een te late diskussie
Via ingezonden stukken in Opbouw en het Kerkblad voor Noord- en Zuid-Holland heeft zich de afgelopen weken een diskussie ontsponnen over de naam die onze kerken in de toekomst zullen dragen.
Het valt op, dat sommige ingezonden stukken-schrijvers nogal verwijtend kijken naar de Landelijke Vergadering van Wezep. Die besloot op 25 november jl. om de beslissing over de naam van onze kerken over te laten aan de voortgezette Landelijke Vergadering op 19 mei a.s. waar alle kerken rechtstreeks vertegenwoordigd zullen zijn.
Wezep was wel degelijk bevoegd om in deze zaak zelf een beslissing te nemen, maar vond een stemverhouding van 20 tegen 18 een te wankele basis daarvoor.
De verwijten van de ingezonden stukken-
schrijvers betreffen voornamelijk de beslissing die Wezep nam omnaast andere namen - de naam Vrije Gereformeerde kerken af te wijzen en de keus op 19 mei te beperken tot twee namen, t.w. Nederlands(e) Gereformeerde kerken en Vrijgemaak!t(e) Gereformeerde kerken. Allerlei argumenten worden nu aangedragen ter verdediging van de naam Vrije Gereformeerde kerken en ter bestrijding van de andere namen. Het gaat mij verder niet om de argumenten pro of contra deze namen, maar om de vraag: Nam Wezep - zoals is gesuggereerd - met bovengenoemd besluit een beslissing over de hoofden van de kerken heen en eigenlijk tegen de wens van de kerken in en is de afwijzing van de naam Vrije Gereformeerde kerken dus een kwalijke zaak?
Op die vraag past maar één antwoord: Néé.
De Landelijke Vergadering had nl. bij zijn bespreking van het onderwerp in kwestie twee rapporten op tafel liggen over de naam van onze kerken: twee rapporten met de uitslagen van twee enquêtes die de Kommissie voor kontakt met de hoge overheid in opdracht van de Landelijke Vergadering van Kampen-1976 onder alle kerken heeft gehouden. De eerste enquête vond plaats begin 1977, de tweede begin 1978. De laatste enquête - waarbij de keus beperkt was tot drie namen - leverde geheel in lijn met de eerste enquête het volgende resultaat op: 62 kerken spraken zich uit voor de naam Nederlands( e) Geref. kerken, 13 voor Vrije Geref. kerken en 9 voor Evangelisch Geref. kerken. Welke konklusie men er verder ook uit trekt, één ding valt er duidelijk uit af te lezen, nl. een ondubbelzinnige uitspraak van de kerken tegen de naam Vrije Geref, kerken. Bovendien: een geargumenteerde uitspraak. In de rapporten van beide enquêtes zijn de argumenten pro en contra de diverse namen uitvoerig vermeld. Daaruit blijkt dat praktisch alle argumenten die nu in de diverse ingezonden stukken naar voren worden gebracht indertijd al door de kerken breed zijn overwogen.
Zowel de afzonderlijke kerken als de Landelijke Vergadering hebben bepaald niet zómaar de naam Vrije Gereformeerde kerken afgewezen, maar hun beslissing gebaseerd op een serieuze weging van argumenten.
Het bovenstaande maakt ook duidelijk, dat de kerken tot tweemaal toe volledig de kans hebben gekregen om hun mening over de naam van onze kerken kenbaar te maken. Ik kan me geen zaak herinneren waarin de plaatselijke kerken zozeer rechtstreeks hebben kunnen meespreken en meebeslissen en dat ook daadwerkelijk hebben gedaan als in deze kwestie.
Bovendien: de zaak van de naam der kerken is in bespreking sinds 1972. In dat jaar stuurden enkele kerken, w.o. die van Velp, een brief aan de kerken waarin ze de naam Nederlands(e) Geref. kerken voorstelden. In 1976 hield de Landelijke Vergadering van Kampen zich met de zaak bezig en gaf aan de Kommissie voor kontakt met de hoge overheid bovengenoemde opdracht. Die raadpleegde de kerken en legde het resultaat daarvan voor aan Wezep. Er .zijn dus in een lange reeks van jaren talloze gelegenheden geweest voor kerkleden om hun mening hierover te geven, met name binnen hun eigen gemeente, maar ook via de kerkelijke pers. Het is mij dan ook een volslagen raadsel waarom nu plotseling - 7 jaar na het begin van de procedure en 2 jaar nadat ieder via de eigen plaatselijke kerk zijn zegje heeft kunnen doen - een stroom ingezonden stukken loskomt waarin op een keuze pro de ene en contra
de andere naam wordt aangedrongen, en waarin ook nieuwe namen worden voorgesteld. Me dunkt: de ingezonden stukken-schrijvers van nu hebben als kerklid hun tijd voor inspraak voorbij laten gaan en kunnen zeker Wezep niet verwijten deze zaak te overhaasten of de kerken buitenspel te zetten.
Ze voeren hun - op zichzelf heel boeiende - diskussie vele jaren te laat en negeren bovendien de duidelijke uitspraken die de kerken totnutoe al gedaan hebben.
Tenslotte: ik schreef het bovenstaande volstrekt ,los van enige eigen voorkeur voor de 2 namen waartussen op 19 mei moet worden gekozen. Integendeel, ik heb grote bezwaren tegen beide namen; mijn voorkeur gaat uit naar één van de andere door de meerderheid van de kerken en van de Landelijke Vergadering afgewezen namen.
Maar nu de kerken via 2 enquêtes en via de Landelijke Vergadering de naam van mijn voorkeur hebben afgewezen en nadat deze kwestie 7 jaar lang op tafel heeft gelegen, is voor mij de kous af. Ook in de kerk komt er een moment dat men moet ophouden met het herhalen van oude argumenten - hoe waardevol die ook zyn - en dat men zich erbij moet kunnen neerleggen dat de meerderheid van de kerken een keuze wenst te doen die men persoonlijk liever anders zou hebben gezien.
A. P. de Boer, Nijkerk