Ezra de Schriftgeleerde
1978-01-06
Wat voor een man is de priester Ezra geweest, die in opdracht van de Perzische koning in Jeruzalem kwam opdagen? Wie was Ezra en wat wilde hij? Op deze vragen krijgen we antwoord in Ezra 7. Pas in het 7e hoofdstuk van het boek Ezra maken we kennis met de man Ezra.- Jaargang 22
- nummer 1
Ezra trok op uit Babel. We kunnen vragen waarom een man als Ezra zo Lang in Babel is gebleven, nadat zijn broeders naar Jeruzalem vertrokken waren. Maar u moet niet vergeten dat de terugkeer van de eerste groep Joden uit de ballingschap naar Jeruzalem plaats vond bijna 60 jaar voordat Ezra op het toneel verscheen.
Zijn ouders zijn, net als heel veel Joden, in Babel gebleven. Misschien was Ezra nog een kind, maar waarschijnlijk was hij nog niet eens geboren toen de gemeente in Jeruzalem voor 't eerst na de ballingschap weer Paasfeest vierde.
Ezra was een Schriftgeleerde. Die titel droeg hij: Schriftgeleerde. En hij was bekwaam in de wet. Hij was de vertrouwensman van de Perzische ' koning en hij kreeg tot taak de gewoonte en de wet van de Judeeërs bekend te maken en u:it te voeren. En hij was bekwaam in de wet van Mozes. De Joden zeggen, dat Ezra al de afschriften van de wet, die hij kon vinden, verzamelde en met elkaar 'vergeleek en ze uitgaf met alle profetische boeken en geschriften, die door Goddelijke ingeving tot stand gekomen waren.
Die wet heeft Ezra niet zelf geschreven. Die wet was in zijn dagen aloud.
In de dagen van koning Josia, lang vóór de ballingschap, vond de priester Hilkia het boek van de wet des HEREN, gegeven door Mozes. Letterlijk vertaald zegt II Kronieken 34 : 14 "het wetboek van Jahweh van de hand van Mozes." Die wet, die thora, dat onderwijs is een weldaad die God aan zijn volk bewezen heeft.
Hoe had Israël op die weldaad gereageerd? Met zwaar zondigen tegen de HERE, en zijn geboden.
Maar de HERE wil zijn volk niet eindeloos kastij den. Na het oordeel van de ballingschap keerde een overblijfsel terug. En na vele jaren geeft de HERE aan dat volk een man, bekwaam in zijn wet.
Daar de hand van de HERE zijn God over hem was, had de koning aan Ezra alles gegeven wat hij verlangd had. Achter de menselijke overleggingen, achter de welwillendheid van koning Arthasasta werkt de hand van de HERE. Dat is in heel dit boek op te merken, Zestig jaar eerder bouwden de oudsten der Judeeërs voorspoedig voort tijdens het profeteren van de profeet Haggaï en van Zacharia, de zoon van Iddo; zij voltooiden de bouw volgens het gebod van de God van Israël en volgens het bevel van Kores, Darius en Arrhasasta, koningen van Pezië. Achter het bevel van de machtige koningen staat het gebod van Israêls grote God. De HERE had het hart van die koningen tot de teruggekeerde Israëlieten gewend om hen te steunen bij de arbeid aan het huis van God, de God van Israël. En wat heeft, zestig jaar later, koning Arthasasta bewogen om aan Ezra grote volmachten in Juda te geven? Het was in het belang van het rijk, dat er in Juda geleefd werd naar de wet van Mozes. Een volk dat leeft naar het Woord van God eert de overheid. Dat zal Ezra wel tot de koning gezegd hebben. Als de gemeente leeft naar de wet van Mozes zal het in Juda rustig blijven.
In ieder geval heeft de koning aan Ezra gegeven wat hij verlangde. Hij gaf hem vergunning naar Jeruzalem te gaan en hij verleende hem bijzondere volmacht. Ezra kreeg alles wat hij, verlangd had.
Met een hele karavaan trok Ezra van Babel naar Jeruzalem en na vier maanden kwam hij daar aan, omdat de goede hand van zijn God over hem was, want Ezra had zijn hart er op gezet om de wet des HEREN te onderzoeken en haar te volbrengen en om in Israël inzetting en verordening te onderwijzen.
Dat was Ezra' s levenswerk, Daar had hij zijn hart op gezet. Dat is een prachtige uitdrukking. Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des HEREN te onderzoeken en haar te volbrengen. In Nehemia 8 wordt verteld hoe men de Schriftgeleerde Ezra verzocht het boek der wet van Mozes, die de HERE aan Israël gegeven had, te halen. Toen ging Ezra op een houten verhoging staan en hij las uit het welboek voor op het plein vóór de Waterpoort, van dat het licht werd tot de namiddag. Ezra onderzocht niet alleen voor zichzelf de wet van de HERE, maar hij onderwees daaruit ook Israël, het volk van God. Maar om anderen te kunnen onderwijzen moet je eerst zelf onderwezen zijn. Daarom zag Ezra het als zijn éérste taak de wet van de HERE te onderzoeken. Daar zette hij zijn hart op. Het onderzoeken van de Heilige Schriften was zijn lust en zijn leven.
Ezra zou de dichter kunnen zijn van Psalm 119. Die dichter bad: Neem het Woord der waarheid niet geheel van mijn mond, want uw verordeningen verbeid ik, opdat ik uw wet bestendig onderhoude, voor altoos en immer. Dan zal ik wandelen op ruimer baan, want ik zoek uw bevelen.
Als we het Woord van de HERE onderhouden staan we in de echte vrijheid. Vrijheid is niet dat we maar kunnen doen waar ons hart zin in heeft. Vrijheid is dat we ongehinderd en ongestoord de HERE kunnen dienen.
Ezra had zijn hart er op gezet de wet van de HERE te onderzoeken en te volbrengen. Hij gaf het goede voorbeeld. Leringen wekken, voorbeelden trekken.
Ezra had z'n hart er ook op gezet om in Israël inzet en verordening te onderwijzen. Uit Nehemia 8 kunnen we leren hoe Ezra en zijn medewerkers onderwijs gaven. Ze lazen uit het boek, uit de wet van God, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep . Ezra onderwees in Israël inzetting en verordening. Inzettingen en verordeningen, daar horen we in de Schrift vaak over. Ezra ging de Joden onderwijzen hoe ze in Juda zich naar de wet hadden te gedragen. De Schrift onderzoeken, doen en onderwijzen. Dat is nog altijd de taak voor iedere prediker.
Daar was Ezra helemaal van vervuld, Dat deed hij met hart en ziel. Met het werk van Ezra de Schriftgeleerde begint een nieuwe tijd in de heilsgeschiedenis. Een tijd waarin geen profeten meer spreken. Het wordt nu de tijd van de Schriftgeleerden. De profeten kregen directe boodschappen uit de hemel. De Schriftgeleerden hadden de woorden van Mozes en de profeten, de woorden van God, in een boek. De woorden van Mozes en de profeten waren vastgelegd in heilige geschriften. De laatste profeet, Maleachi, heeft geroepen: Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël, inzettingen en verordeningen.
Later kwamen de apostolische geschriften er nog bij. - Maar heel de Schrift, Mozes, de profeten, de apostelen - het is ons alles toevertrouwd om daarbij te leven. Om daarin te onderzoeken. Om daarnaar te doen.
En goede Schriftgeleerden blijven een taak houden. Het is jammer dat verklaarde vijanden van Christus en zijn Evangelie de naam Schriftgeleerden hebben gedragen. Een goed etiket op flessen met een slechte inhoud!
Het is jammer dat ook in later tijden Bijbelonderzoekers de waarheid hebben tegengestaan. Maar goede Schriftgeleerden zijn een geschenk van God aan zijn volk. Christus zegt: Daarom is iedere Schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt.
De Heilige Schrift is voltooid. Er komen geen nieuwe openbaringen uit de hemel. De Heilige Geest heeft de apostelen geleid in de volle waarheid. Alles wat wij moeten weten om als Christenen te leven en in vrede te sterven is ons in de Heilage Schrift bekend gemaakt. Alles wat wij hebben te weten is in het geschreven Woord van God te vinden. De Schriftgeleerden in de dagen van de Here Jezus waren Joodse theologen geworden die hun Joodse wetenschappelijke theologie aanzagen voor geloofskennis en daardoor de sleutel van deze kennis weggenomen hebben. Maar de Schrift kent gelukkig ook andere Schriftgeleerden, die discipelen van het Koninkrijk der hemelen geworden zijn. De beslissende vraag voor ieder mens is: Wat zegt de Schrift?
Christus zond zijn apostelen uit om de volken tot discipelen te maken, om te dopen en om te leven alles wat Hij geboden had te onderhouden. Zo is het Woord van God in de geschiedenis ook tot ons volk gekomen. En er is maar één goede weg voor iedere gedoopte. Eén weg voor ons allen.
Het onderwijs - dat is de thora, de "wet" - het onderwijs van de Here zoeken en daarnaar leven en dat doorgeven aan onze kinderen en aan ieder die het horen wil, - En geen extra openbaringen zoeken buiten het Woord van God om. En als we dat doen, mogen we vragen of Gods goede hand over ons zal zijn.