Jeugd en seksualiteit (8)
1978-01-06
Over homofilie- Jaargang 22
- nummer 1
De Duitse televisie bracht op 8 november j.l. een film op het scherm naar het boek van Alexander Ziegier "Die Konzequenz" (Het gevolg).
Er zijn in dit boek twee hoofdpersonen: een homofiele jongen van 16 jaar en een oudere man. De film laat de jongen zien in allerlei situaties. We zien hem in gesprek me zijn ouders die hem niet begrijpen en zijn homofiel-zijn niet willen aanvaarden.
Als de jongen in een inrichting wordt geplaatst heeft hij een gesprek met de directeur die hem er op wijst dat hij de groep niet moet bederven maar het daarbij laat. In deze inrichting gaat zijn persoonlijkheid door de mangel. Hij weet te ontsnappen en weer in contact te komen met de oudere man die hem op een verstandige manier tegemoet treedt. De jongen verkeert jaren achtereen in een geestelijke crisis die hem tenslotte brengt tot een wanhoopsdaad: poging tot zelfmoord.
Ik geloof dat het goed is dat de problematiek van het homofiel-zijn wat meer onder de aandacht komt.
Want homofielen komen niet alleen voor in films; ze zitten zondags ook in de kerk. En ook dáár - de plaats waarvan we zingen dat er rust geschonken wordt - zijn en blijven ze meestal de “onbegrepenen". Ook in het midden van Gods gemeente lopen homofielen kans om uitgelachen te te worden, lopen ze de kans om benaderd te worden met allerlei cliché-uitspraken die hen slechts van de wal in de sloot kunnen helpen.
Adviezen als "je moet er mee leren leven" of "je moet maar veel bidden" zijn wel goed bedoeld, maar geven er nog op geen enkele manier blijk van dat ook echt getracht is iets te verstaan van de leefsituatie van de homofiel. Een gesprek met homofielen, een gesprek over homofilie, kan slechts zin hebben als werkelijk serieus wordt getracht om naast hem of haar te gaan staan. Als de Here Jezus raad weet met alle mensen, zou het dan geen tijd worden dat ook kerkmensen raad gtlan weten met homofielen. Dat betekent niet dat ze dan het juiste antwoord altijd weten, het kán betekenen dat ze m:inder antwoorden weten dan vroeger. Het betekent in ieder geval wel, dat we als zondige mensen de naaste willen zijn van die homofiele naaste.
Ik wil deze keer laten volgen gedeelten uit een brief van een homofiele jongen:
"Hoewel ik het ontzettend moeilijk vind om erover te praten, schrijf ik toch. Ik ben er nml. één, en ik ben (of beter gezegd was) een christen. Op mijn 12e jaar begon ik jongens al veel leuker te vinden dan meisjes, hoewel mijn contacten mijn leven lang vooral met meisjes beter waren als met jongens. Ik had meer vriendinnen dan vrienden. En meestal als ik onder jongens ben, dan ben ikontzettend verlegen. Een goed jaar geleden ging ik naar het slotconcert van New Hope in
Rotterdam. Daar, op het Zuidplein liepen veel donkere jongens, Surinamers en Molukkers. Nou, ik werd me toen toch verliefd op een jongen. Ik raakte in een soort trance, en mijn hart sloeg op hol. Ik voelde me doodongelukkig, en dacht: waarom overkomt mij dit nou? Ik wil helemaal geen homofiel zijn.
Maar ik zal je in het kort eerst wat van mijn leven vertellen. Op de lagere school had ik veel seksuele relaties met jongens, we gingen dan het bos in. Zulke ideeën kwamen niet van mij, want daar was ik veel te verlegen voor. Mijn vrienden verzonnen meestal zoiets. AIs ik bij mijn neefje logeerde, had ik ook vaak seksueel contact met hem. Door hem werd ik voorgelicht op allerlei gebied.
Toen ik 12 jaar was gingen mijn ouders scheiden (mijn neefje heb ik sindsdien ook niet meer gezien). Ik werd thuis lastig en mijn moeder kon me niet meer aan. Ik heb toen voor een klein poosje in een pleeggezin gezeten, daarna was ik weer thuis maar dat ging nóg niet. Toen ben ik naar een internaat gegaan (toen was ik ook christen geworden). Ik was nl. in ... geweest in een kamp. Later ging ik naar de koffiebar.
Een jongen van 26 jaar had daar de leiding, zijn ouders hoorden dat ik in een internaat zat en ze wilden me graag in huis nemen. Dat is ook gebeurd. Vorig jaar zomer tijdens een tentcampagne van onze koffiebar heb ik aan mijn pleegbroer (die de leiding had over de koffiebar) verteld dat ik homofiel ben. Hij raadde me aan er met zijn ouders over te praten. Nou, daar heb ik het ontzettend moeilijk mee gehad en ik heb er nooit met ze over gepraat. Ik begon me te verharden.
Mijn pleegbroer heeft nog wel eens geprobeerd met me te praten, maar ik zei dat het toch geen zin meer had en dat hij me beter met rust kon laten.
Het boek "Ik ben niet meer zo" heb ik een poosje terug gelezen, maar alles wat er instond wist ik al. Alleen zijn seksuele relaties met anderen spraken me erg aan. Ik heb sinds ik op de middelbare school zit geen relaties met andere jongens.
Als ik een gesprek heb gehad met die jongen die ik zo leuk vind, ben ik thuis niet om te genieten. Want ik wil geen homofiel zijn, ik wil een meisje hebben en ik wil trouwen. Maar je kunt natuurlijk geen meisje nemen als je niet eens verliefd op haar bent.
Ik ben bijna 18 jaar ... Bij ons in de koffiebar moeten ze altijd ontzettend lachen wanneer er over homofilie gesproken wordt, en daar ben ik wel van geschrokken. Als ze het van mij zouden weten, dan zouden ze vast er achter mijn rug ook om lachen. Gelukkig heb ik totaal geen contacten met andere homofiele jongens. Dat schrijf ik nu wel, maar als ik eerlijk ben dan verlang ik er toch dikwijls naar. Waarom ben ik zo? Mijn geloof zakt weg in het moeras... "
Wie nu meent meteen een antwoordbrief aan deze jongen te kunnen schrijven kan het beste maar heel lang wachten met dat antwoord te schrijven. Tijdens de bijbelstudieweekends waar we over seksualiteit spraken, heb ik de vraag gesteld: "Heb je al eens voor homofielen gebeden?" Met dat gebed moesten we maar eens beginnen.
Om daarna aan het werk te gaan op een geestelijke manier.