"Vader Drees" over de PvdA
1978-01-13
In het "Reformatorisch Dagblad" werd een bijzonder interessant en belangrijk interview gepubliceerd dat een paar medewerkers van dat blad hadden met - om hem met zijn volle titel te noemen - "Minister van Staat Dr W. Drees", Het ging daarin voornamelijk over de PvdA. En omdat wat hij zegt zo bijzonder belangrijk en actueel is geef ik het oordeel van deze "grand old man" graag hier door.- Jaargang 22
- nummer 2
Eerst citeer ik wat dr Drees zegt over de openbaarheid. Men weet het: brutale, vaak onbeschofte journalisten, radio- en televisiemensen. persen hun slachtoffers bij wijze van spreken "het nieuws" uit het lijf. Het zo belangrijke "geheim van Soestdijk" , voor een gezonde politiek en democratie noodzakelijk, is al zwaar geschonden. De adviezen aan de koningin gegeven inzake de kabinetsformatie worden soms zelfs in extenso gepubliceerd. Het wordt voor de koningin zo bijna onmogelijk het odium van partij digheid te ontgaan.
En evenzo worden de onderhandelingen en gesprekken van een kabinetsformateur zwaar bemoeilijkt als iedere fase daarvan in de krant komt. Dan ontstaan bijna onvermijdelijk prestigekwesties en het vastpinnen op woorden. Men denke aan het interview van minister Van Agt met een Duitse journalist.
Minister Drees zegt er dit van: "Er is in onze tijd ontstaan een geheel nieuwe opvatting van openbaarheid.
Ook in mijn tijd was er een zekere vorm van openbaarheid. Zo is de behandeling van de grote politieke vraagstukken altijd openbaar geweest. De wijze waarop nu echter alle meningsverschillen, die er bijvoorbeeld heersten tijdens de afgelopen kabinetsformatie tussen PvdA, CDA en D'66, in de openbaarheid werden gebracht en het publiceren van elke gedachtewisseling tussen de fractieleiders en het elke dag opdraven voor de televisie om te vertellen hoe ze denken dat het zal gebeuren en na afloop hoe het gebeurd is, ik geloof niet dat onze politiek daarmee gediend is.
Neem nou ook de besprekingen voor het Centraal akkoord tussen werkgevers en werknemers. De interviewer vraagt vooraf: "Wat wilt u hebben?" En: "Tot welke concessies is u bereid als dat niet ingewilligd wordt?" Ze willen het overleg al gevoerd hebben voor de t.v, Men wil niets meer toevertrouwen aan de mensen die men heeft gekozen. Zo zijn er vraagstukken als de grondpolitiek, die heel ingewikkeld zijn en die grondig bestudeerd moeten worden, nu wil men iedereen ook over alle details laten meepraten. Dat is een hele slechte zaak."
Dr Drees vertelt dan door welke oorzaken hij van de PvdA is vervreemd. Hij zegt daarover:
"Ik heb de partij tot mijn tachtigste als voor het leven. benoemd lid van het partijbestuur, van zeer nabij meegemaakt. Toen kon ik de verantwoording er niet meer voor nemen. Dat was na het congres van 1971, dat naar mijn mening twee volstrekt tegenstrijdige besluiten had genomen. Het ene was dat men zou komen tot de vorming van een progressieve volkspartij met D'66 en PPR, wat er toe leidde dat men na afloop vaststelde: De rode vanen hebben voor het laatst gewapperd.
In de afspraak die Den Uyl met Van Mierlo had gemaakt, was namelijk uitdrukkelijk gesteld: noch socialistisch, noch liberaal, maar zuiver pragmatisch. Dat was eigenlijk voor mij al reden om er uit te gaan. Ik hecht nu eenmaal aan het socialisme, je kunt onder de naam progressief weliswaar praktisch dezelfde dingen doen, maar voor mij is het socialisme met alle gebreken die eraan kleven, de massabeweging zoals die zich in een lange geschiedenis heeft ontwikkeld.
Later zijn die toezeggingen aan D'66 en PPR weer ingetrokken en is men zelfs zover gegaan dat men wilde dat de rode vanen van de stadhuizen zouden wapperen. Daar ben ik dan weer tegen omdat je de rode vlag wel kunt gebruiken als een strijdsymbool dat van principiële betekenis is, maar je kunt het niet gaan verheffen als symbool voor de bevolking als geheel.
Maar na deze wonderlijke capriolen van de PvdA, eerst: "we zijn niet meer rood" en toen: "heel het volk rood" volgde er iets dat veel erger was.
Dr Drees zegt er dit van: Na deze tegenstrijdige besluiten maakte de PvdA een nieuwe draai! Dat gebeurde door de invloed van "Nieuw links". Het was volstrekt in tegen spraak met dat fabriceren van een "volkspartij", aldus dr Drees, dat men de zeggenschap in meerderheid aan nieuw-links gaf, een veel radicalere groep. Dus terwijl men aan de ene kant de neiging had om de gematigde kant uit te gaan met D'66, die uit de liberale hoek kwam, ging men aan de andere kant nieuw-links praktisch de zeggenschap geven. Daardoor was het zeker dat de partij een zeer radicale koers zou gaan varen, een heel andere koers dan tot nog toe gevolgd was. Deze verwachting is ook uitgekomen. Zie maar naar de manier waarop tegenwoordig door de jonge intelligentie de partijlijn wordt bepaald en de enorm lange verkiezingsprogramma's waarop ongeveer 4000 amendementen werden ingediend!
Zo kan het gebeuren dat door waarnemers wordt vastgesteld dat je op de PvdA-partijraden geen arbeider zult aantreffen.
Het is de jonge intelligentia, studenten en afgestudeerden, vormings- en welzijnswerkers, die het heft in handen hebben.
En dat zijn mensen met idealen en veel ambities, maar dikwijls met gemis aan werkelijkheidszin. Het feit dat men hulp geeft aan Cuba, dat een leger de Atlantische Oceaan overstuurt om een nieuwe dictatuur te vestigen in Angola, dat is typisch het linkse deel van de PvdA. Chili mag niet gesteund worden (daar ben ik het op zich wel mee eens) maar een land dat zijn soldaten erop uitstuurt om elders een dictatuur aan de macht te helpen, daar moet Nederland hulp aan geven.
Dat heb ik zien aankomen in de partij, die radicale stroming en daar heb ik de verantwoordelijkheid niet voor willen dragen. Het feit dat ik minister-president ben geweest en voor mijn leven in het partijbestuur was benoemd, dat maakte, dat ik me meer dan een gewoon lid verantwoordelijk achtte voor wat er gebeurde.
Het is allemaal wel heel verdrietig geweest hoor, je laat veel achter, maar aanblijven zou onwaarachtig geweest zijn…”
Wat dr Drees hier zegt klopt volkomen met wat ik een paar weken geleden ontleende aan het onthullende boekje van Vuijsje: De nieuwe vrijgestelden, het spijkerbroekenproletariaat.
Die "vrijgestelden" hebben in de PvdA, de PPR, de PSP de zaak volkomen in de macht! De PvdA is alles behalve een partij van de arbeiders. Die stemmen er wel op. Maar ze hebben - ook door hun eigen schuld - daarin niets meer te zeggen.De fantasten - "welzijnswerkers" en nog onrijpe academici met grote monden, grote traktementen, veel vrije tijd en weinig werkelijkheidsbesef - bedisselen daar de boel.
Ze vissen wel de vette kluiven uit de politieke soep! Herinnert U zich nog het rake woord van Hans van den Doel: "Voor tien jaar hadden de nieuw-linksers niets te verliezen dan hun ketenen, nu niets dan hun ambtsketenen ?"
Inmiddels werd door Nieuw-links in Groningen de "oude garde" van de PvdA opgeruimd. En in Amsterdam is men daarmee ook grondig bezig. Wethouder De Cloe heeft al de bons gekregen en na hem nog zes anderen!
En burgemeester André ter Louw viert zijn eenjarig jubileum als burgemeester met op zijn bureau de mededeling dat voor het eerst sinds jaren de activiteit in de Rotterdamse haven - door het niet alert zijn van de - in meerderheid rode - raad - is teruggelopen. En er ligt voor hem ook nog het dossier Kalma!
Ongelukkig het land welks koningen "kinderen in wijsheid", "groten van mond" en "begerigen naar macht"
zijn. Maar dr Drees heeft nog meer te vertellen. En wel over de financiën. Men hore:
Ook op dit gebied van de financiën had ik zorgen. Naar mijn mening is men daarmee uitermate onvoorzichtig geweest.
Ik geloof dat er zeker tegenstellingen bestaan tussen mij en de partij.
Dat hangt ook weer samen met nieuwlinks, dat helemaal niet bekommerd is over het doen van overheidsuitgaven.
Men is nu zelfs zo royaal geworden dat men in de tijd dat het laatste kabinet zitting had, van de 44 miljard, zeg ik wel eens, waartoe men in 160 jaar gekomen is, in nog geen vier jaar gegaan is tot 100 miljard. Men zit nu met een tekort van 15 miljard, wat onmogelijk ruim IS. Als je in een situatie verkeert als in de dertiger jaren, zijn tekorten nog geoorloofd.
Dat was een crisis waarbij vooral de consumptie aangemoedigd moest worden.
Dat ligt nu heel anders. Nu is het tekort duurzamer geworden. Ik geloof dat er op dat gebied een tegenstelling ligt tussen mij en een man als Den Uyl. Geen persoonlijke tegenstelling overigens, want we spreken elkaar af en toe nog wel, maar hij denkt gemakkelijker over het doen van openbare uitgaven."
En nog is Dr Drees niet uitgesproken. Hij geeft ook nog zijn oordeel over dat wat zonder twijfel het gevaarlijkste is voor een democratie. Namelijk dat een partijraad van één partij baas gaat spelen over een partijfractie in de Kamer en zelfs over een ministerie en kabinetsformatie!
Dr Drees zegt er dit van:
Een andere opvallende ontwikkeling is dat de partijen, met name de PvdA via de fracties op z'n zachtst gezegd invloed uitoefenen op het beleid van de minister.
Wat vindt de ex-minister daarvan?
Drees: "Ik onderscheid daarbij twee dingen. Er moet beslist contact zijn tussen de minister en de fractie, zodat men elkaars algemene denkbeelden goed kent.
Maar bezwaren heb ik als ministers, wanneer er in de ministerraad een concreet punt aan de orde komt, moeten gaan praten met de fracties. In dat geval komt men als blokken tegenover elkaar te staan. Daardoor wordt naar mijn mening het vinden van een oplossing heel veel moeilijker.
Tegenwoordig is die opvatting totaal anders. In de afgelopen periode had men elke week contact met de fractievoorzitters over concrete punten. Dat heeft bepaald niet bijgedragen tot de politieke besluitvaardigheid.
Dan zeg ik, maar dat is een algemene kwestie waarin ik altijd met nieuw-links van mening heb verschild (iedereen moet zich met alles kunnen bemoeien), je moet de ministers, die door de Koningin in overeenstemming met de politieke situatie benoemd worden, vertrouwen schenken en aannemen dat ez de algemene denkbeelden van de fractie kennen en daarmee rekening zullen houden, en dat ze niet altijd terug moeten gaan: mag ik, mag ik?
Ik heb zelfs reden om aan te nemen, want er lekt soms veel uit, dat men over de grondpolitiek, waardoor de botsing ten slotte is gekomen, in het kabinet tot overeenstemming had kunnen komen over een compromis-voorstel als er niet gezegd was: ja, maar dat moet nog aan de fractie worden voorgelegd. En toen is door de fractie van de PvdA bezwaar ingebracht en daarom is het zo gegaan. Nu ook weer bij de kabinetsformanie. De fractievergaderingen van de PvdA werden bijgewoond door het dagelijks bestuur. Dat is weer een vermenging van functies hè? Zoiets is een vertrouwenszaak van de fractie."
Ten slotte lucht dr Drees over de door een kleine partijafdeling van de PvdA voorgestelde en in een vloek en een zucht aanvaarde motie waarin werd uitgesproken dat de PvdA de voorkeur geeft aan een republiek boven een monarchie van het huis van Oranje! Dr Drees oordeelt daar zo over.
Het Koningshuis: Het PvdA-congres nam op een mistige vrijdagavond een resolutie aan waarin de voorkeur werd uitgesproken voor een republiek. Koningin Juliana dus Hare Majesteit àf en daarvoor in de plaats een gekozen president.
Daarmee haalde de partij de al tijden begraven strijdbijl, eens door Troelstra lustig gehanteerd, weer boven de grond.
Drees: "Ja, die uitspraak van het congres is een typisch onverstandige geweest.
Men kan in theorie de republiek een gewenste staatsvorm vinden, bijvoorbeeld in het geval van de vroegere koloniën.
Maar de PvdA hoeft dat niet voor de hele wereld aan te geven, maar voor Nederland. En om nu in ons land het Koningshuis te vervangen door een president, dat vind ik bijzonder onverstandig. Ook moet dan het nieuwe staatshoofd gekozen worden door de hele bevolking.
Maar dat geeft niet zóveel waarborgen! Hindenburg is ook bij algemene verkiezingen tot president gekozen en heeft Hitler tot rijkskanselier benoemd. En was Nixon zo'n ideaal staatshoofd? En wat ook geldt, is dat staatshoofden worden gekozen na een politieke strijd waarbij de tegenstander nogal eens gediskwalificeerd wordt en de gekozene toch typisch als een partijman naar voren komt. Bovendien hebben we in Nederland het Oranjehuis met die sterke historische herinnering en verbondenheid aan de strijd om de vrijheid, die weer is opgeleefd tijdens de oorlog. Dan voel ik er heel weinig voor en is het toch wel heel ongelukkig om daar verandering in te brengen. Het zou ook in ons volk op grote tegenstand stuiten. Ik ben er verder van overtuigd dat ook de opvolgster van onze vorstin, prinses Beatrix, een goed staatshoofd voor ons zal kunnen zijn."
Tot zover dr Drees.
Ik vraag mij zo dikwijls af: waarom ontmaskeren de christelijke massamedia dit ondemocratisch geknoei niet genadeloos. Het gaat toch om het welzijn van het land.
Om van een christelijke politiek nog maar niet eens te spreken! Men lette toch vooral op de wonderlijke situatie die uit het bovenstaande olijkt. Een rasechte en beginselvaste socialist schrijft dit in - het Reformatorisch Dagblad! En dat kon omdat beide op zakelijke gronden bezorgd zijn over de toekomst van ons land en volk Toen ik het artikel van dr Drees had gelezen dacht ik aan twee momenten uit een conference van Wim Kan. De eerste was de meesterlijke imitatie van de gesprekken met de "ministerpresident" Den Uyl, U weet wel die gesprekken waarin Den Uyl veel sprak, of beter gezegd veel praatte, maar weinig of niets zei. Als je daarnaar luisterde en dan weer flitsen hoorde uit zijn "geweldige" verkiezingsspeech voor de massa schoot je het prachtige woord van Churchill te binnen: "Een politicus denkt aan de eerstvolgende verkiezingen, een staatsman aan de komende generatie."
Het tweede "bon mot" van Wim Kan was het volgende: Een vriend van hem vertelde dat de wereld in het komende jaar een verschrikkelijke ramp zou beleven. Ontdaan vroeg Kan waarin die zou bestaan. Het antwoord was: "Er zal een groot staatsman sterven." Kan: "Opgelucht haalde ik adem! Want die ramp gaat ons in ieder geval voorbij. Een groot staatsman, nee, die bezitten we niet."
Ja, een slimme, uigekookte politicus is Den Uyl wel. Hij maakte alle draaien van de PvdA met plezier, of onverschillig, of grommend mee, maar leiden deed hij zijn partij niet. Tenslotte hadden de Reekmannen hem in de tang. Ik wil eindigen met een woord van de milde prof. Goudzwaard, de man die een belangrijk aandeel had in de geboorte van het CDA. Hij schreef in Ned. Gedachten o.a. het volgende: "De weg naar de PvdA is door die partij zelf - middels haar congresdemocratie - zo fundamenteel opgebraken, dat het nu nog spreken over die regeringsmogelijkheid sinds enkele weken zelfs beschamend aandoet.
Misschien mag ik het zo zeggen: "de PvdA heeft voor zover zij vrienden had binnen het CDA, die vriendschap op een ontstellende wijze op de tocht gezet. De door wantrouwen gevoede meerderheidstrategie heeft mij verder van de PvdA vervreemd dan ik een paar maanden geleden nog voor mogelijk zou hebben gehouden."