Jeugd en seksualiteit (9)
1978-01-13
In een aantal artikeltjes heb ik wat geschreven over "jeugd en seksualiteit".- Jaargang 22
- nummer 2
Ik ben daarin niet volledig geweest. De bedoeling was slechts om te laten zien dat er op dit gebied veel vragen zijn, bij de jongelui die erover spreken willen èn wellicht ook bij de ouderen die er liefst over zwijgen.
Maar vragen zijn er om te beantwoord te worden. Verantwoord leven voor God betekent dat we trachten om de vragen van ónze tijd concreet te benaderen en daarop vanuit de bijbel een antwoord te zoeken. Te zoeken ... want de belijdenisschriften van de kerk zeggen er vrijwel niets over!
Geloven èn belij den zullen we echter moeten doen vandaag. En ons belijden, ook als het gaat over vragen rondom de seksualiteit, zal moeten zijn een verwoorden van Gods Woord in onze tijd.
Onze jongens en meisjes hebben recht op méér dan wel algemene klanken die al eeuwen worden gehoord.
Ze hebben ook recht op méér dan wat wij gepast of ongepast vinden binnen allerlei fatsoensnormen en fatsoensmoraal. De bijbelstudieweekends hebben opnieuw doen zien dat er over gepraat kán worden, dat het mogelijk is om sámen naar wegen te zoeken.
Misschien is dat vandaag moeilijker dan b.v. een dertig, veertig jaren geleden. Maar dat moeilijke komt dan niet door de vrijheid, waarnaar jongeren - zoals ouderen wel beweren - grijpen. Dat moeilijke komt voor een deel door de ouderen die de problemen van het jong zijn vaak benaderen vanuit hun eigen jong zijn.
En dat gaat nu eenmaal niet. Jong zijn in 1978 is anders dan jong zijn in 1938.
Als slot van deze serie wil ik enkele gedeelten laten volgen uit het slotwoord tijdens de weekends. Het zijn wat losse zinnen om over na te denken:
"Het gebod van God aan de mensen om lief te hebben is aloud. En toch heeft Johannes (1 Joh. 2) het over een nieuw gebod. Hij doet dit, omdat de Here Jezus aan dat oude' liefdegebod een nieuw karakter heeft gegeven, omdat de Heiland aan dat gebod iets heeft toegevoegd.
Hij heeft dit gebod niet alleen centraal gesteld voor héél het leven, denk maar aan de bergrede - maar er vooral op gewezen dat wij moeten liefhebben zoals Hij heeft liefgehad. Jezus heeft aan het liefdegebod de zelfopoffering toegevoegd. In de liefde van Christus zien we tot werkelijkheid komen het beeld van de graankorrel, waarover Hij spreekt in Joh. 12: "indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf, maar indien zij sterft brengt zij veel vrucht voort" ... Zelfopoffering, geen zelfvernietiging."
"Het is opmerkelijk dat Paulus in 1 Cor. 15, als het gaat over het begraven worden na ons sterven en het weer opstaan van ons op de nieuwe aarde, ook het beeld van de graankorrel gebruikt.
Voor de gemeente van Corinthe aan wie Paulus schrijft lagen er belangrijke vragen met betrekking tot "hoe dat dan wel allemaal zijn zou". En dan antwoordt Paulus: ,,". en als gij zaait, zaait gij ...slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan ieder zaad zijn eigen lichaam."
Dat lichaam van ons met al zijn gebreken is voor God belangrijk genoeg om het straks terug te zien op de nieuwe aarde. Maar eerst moet het geofferd worden.
Straks, na ons sterven, wordt het overgegeven aan het verderf, maar ook nu reeds is ons lichaam een "vernederd lichaam" (Fil. 3 : 21). Ons lichaam draagt de sporen van de zonde met zich mee: ziekte, gebrek, zwakheid, maar ook: gebrek aan zelfbeheersing, egoïsme, seksuele zonden. We zondigen met dat lichaam van ons."
"Ons lichaam is van God en Hij vraagt het offer van ons lichaam: "dat gij uw lichaam stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst (Rom. 20 : 1).
Zelfopoffering heeft niet alleen te maken met de "ziel". Zelfopoffering heeft te maken met onze handen en voeten, ogen en oren, mond en maag, ook met onze geslachtsorganen. Godsdienst is niet maar een zaak van zuivere leer of iets dat zo heet. Godsdienst heeft te maken met je lichaam en hoe je met dat lichaam omgaan. In die omgang met ons lichaam vraagt God een offer van ons. En een offer brengen betekent: bezitten als niet-bezitende." "God is maar niet alleen in ons midden en rondom ons, maar Hij is ons. En nu wil Hij dat we met ons lichaam Hem verheerlijken. Dat betekent in verband met de seksualiteit allereerst dat we met een dankbaar en gelovig hart die seksualiteit aanvaarden als een geschenk van God. Een geschenk van Hem echter waarvan wij door de zonde het zondeloze hebben afgehaald. Een geschenk van Hem dat door onze schuld is komen te liggen onder Gods vloek. Een geschenk van Hem, dat Hij ons desondanks heeft laten houden en waarvan wij toch mogen blijven genieten. Echter: Hij wil bij dat genieten zijn.
Hij wil het eerste en het laatste woord. Er is een Derde, Die de eerste wil zijn.
God. En dát is nu precies het offer dat je brengen moet; God het laten zeggen in je leven, ook in de beleving van de seksualiteit. Denk nog even aan de graankorrel die sterven moet... "
"Seksualiteit, seksuele behoefte, zelfbevrediging, omgaan met elkaar, ongetrouwd blijven, homofiel zijn: beleef het zó, dat God er naar kan blijven kijken en er zachtmoedig bij kan blijven."