pastorale notities

1979-04-27
  • Jaargang 23
  • nummer 17
Jaren geleden preekte ergens een "dominee van elders" in de vakantiemaand. Een kopstuk in de vrijgemaakte kerken. Trouw aan de traditie las hij de tien geboden voor.
Na de woorden: "Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen", gooide hij zijn bril even af en riep: "Hebt u het goed gehoord, gemeente?
Zès dagen zult gij arbeiden; er staat niet: vijf dagen in de week."
In die tijd begreep iedereen de bedoeling.
Er werd toen gesproken over invoering van de vijfdaagse werkweek. Die dominee was daar principieel tegen; het ging in tegen de scheppingsordinantie. Na de dienst vroeg een broeder, of dominee het nogal naar de zin had in Wijk aan Zee. "Daar bent u toch met vakantie?"
Ja, hij had het enorm naar zijn zin.
Toen vroeg die broeder, of dominee dan geen moeite had met het vierde gebod, want zes dagen in een strandstoel zitten was toch ook wat anders dan zes dagen zult gij arbeiden.
Die broeder was een fabrieksarbeider, een voorman van het gereformeerd maatschappelijk verbond.
Het waren de arbeiders, die naar een werkweek van vijf dagen verlangden en het had hem gestoken, dat een predikant op die manier de wens, ook van alle broeders in de fabriek, in een kwaad licht zette: ongehoorzaamheid aan God.
Wat hierboven staat, schreef ik, voordat ik het artikel van D. van de Wetering las, in het nummer van vorige week. Mijn dank en erkentelijkheid voor de kracht van argumentatie met de Bijbel. Het ging vorige week over de plaats van de vrouw in de gemeente. Voor de Bijbel willen we buigen. Maar er is toch nog iets anders ook. De slaven zijn in de vorige eeuw vrijgemaakt.
Kon voordien niet tot degenen, die ijverden voor hun vrijheid, gezegd worden, dat Paulus de slaven gebiedt, om hun meesters onderdanig te zijn? Ik dacht dat wij met zijn allen mochten proberen om de gevolgen van de vloek, ook voor de vrouw, weg te nemen; in Jezus' Naam.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief