"Het Kopergeld van de Gouden Eeuw."
1979-04-27
Prof. Dr A. Th. van Deursen,- Jaargang 23
- nummer 17
"Het Kopergeld van de Gouden Eeuw."
Deel 1 Het dagelijks brood. Dl. 2 VolkscuItuur.
Uitg. Van Gorcum, Assen 1978.
Prijs per deel f 15,-.
Het "Kopergeld van de Gouden Eeuw" is een vierdelige serie, waarin ons verteld wordt hoe gewone mensen ten tijde van de 17e eeuw hebben geleefd, gewerkt, gevoeld en gedacht.
Deze serie van vier onderling verbonden monografiën wil voor ons de Hollandse volkscuItuur van de 17e eeuw ontsluiten.
Deel 1 gaat over de materiële kanten van het bestaan. Deel 2 handelt over opvoeding, onderwijs, ontspanning en cultuur.
In deel 3 zal de verhouding tussen volk en overheid centraal staan, terwijl deel 4 tenslotte zich richt op de geloofsovertuigingen zoals die meestal binnen en soms ook buiten de bestaande kerkgenootschappen uitdrukking vonden.
Wanneer je met het lezen van deze boeken begint denk je, zo verging het mij in elk geval, vrij droge lectuur in handen te krijgen.
Nu is het begin, dat handelt over mensen van klein beleid en vermogen, inderdaad wat droog. Het noemt nogal veel getallen over Ionen en prijzen.
Prof. van Deursen is ook een voorzichtig geleerde. Hij past er zorgvuldig voor op geen voorbarige conclusies te trekken. In zijn voorwoord wijst hij er nadrukkelijk op, dat de resultaten nog slechts een voorlopig karakter dragen, maar wel meent hij, dat de basis van dit boek hecht genoeg is voor een redelijk betrouwbaar beeld.
Als niet historicus vraag je je dan wel eens af, of hij soms niet te voorzichtig is. Bij het lezen van theologische boeken kom je trouwens wel eens het tegenovergestelde tegen.
AI spoedig echter kom je onder de indruk van zijn aanpak en het gevoel van saaiheid verdwijnt al heel spoedig.
Je gaat deze boeken met steeds meer belangstelling lezen, omdat het beeld van de mens uit die tijd steeds duidelijker wordt.
Je gaat jezelf steeds meer inleven in de volkscultuur van die dagen.
Wanneer je geschiedenis hebt moeten leren in de dertiger jaren, was dat meestal een geschiedenis van oorlogen en van hooggeplaatsten.
Bij lezing van deze boeken ontdek je, dat je de gewone man uit die tijd helemaal niet kende.
Wel is waar poogde je dat tekort vroeger op te vullen met het lezen van historische romans. De daar getekende personen bleven echter altijd romanfiguren.
Hier leer je echter hoe het gewone volk nu werkelijk leefde.
Je ziet de gewone man ploeterend om zijn karig dagelijks brood te verdienen.
Je ziet hoe de positie van de vrouwen in die tijd was. De verhouding tussen jongens en meisjes. De lectuur uit die tijd. De vermaken, die men toen had. Het beeld wordt al lezend steeds duidelijker.
Aardig is de titel van het boek: "het kopergeld van de gouden eeuw". In die gouden eeuw blijkt inderdaad niet alles wat blonk goud te zijn geweest.
Daar waren wel welgestelden in die tijd, maar de grote meerderheid bestond uit eenvoudige mensen, die naar onze maatstaven maar een karig bestaan hadden. Wel was Nederland, vergeleken met vele andere landen, een welvarend land.
Ook in dit welvarende land waren bedelaars toch een bekend verschijnsel, dat zelfs door kerkelijke tuchtmaatregelen niet uit te roeien was.
Ook toen was misbruik van de tucht geen onbekend verschijnsel.
Opvallend is het aantal immigranten, dat in die tijd is opgenomen.
In Leiden bv. van 1581-1621 28000 immigranten, hoofdzakelijk uit Zuid-Nederland: In 1622 was de meerderheid van de bevolking van Leiden dan ook van Zuidnederlandse afkomst.
In totaal zijn er uit Zuid-Nederland tussen de 60 en 80.000 mensen naar Noord-Nederland getrokken.
Daarnaast namen ook vele Joden en Duitsers de wijk naar Nederland. Ons land stond bekend als een gastvrij land, maar Van Deursen laat ons zien, dat vele gastarbeiders, evenals nu, gebruikt worden voor de slechtst betaalde, hardste arbeid. Beter hadden het de Zuidnederlanders, die goede vaklieden waren en die loonden bijdragen aan vergroting van de welvaart.
De mogelijkheden om tot groter welstand te komen waren wel aanwezig, maar duidelijk beperkter dan nu, Speculaties waren een van de mogelijkheden.
Bekend is de tulpenhandel, die tenslotte als een zeepbel uiteenspatte.
Interessant is om te lezen, waarom juist die tulpenhandel zo in de belangstelling kwam te staan ..
Boeiend vond ik het hoofdstuk "Vrouwen en meisjes".
Van Deursen is erg voorzichtig met het trekken van stellige conclusies, Immers wat wij weten van vrouwen en meisjes is afkomstig van mannen.
Als niet historicus zou ik zeggen, dat mannen vermoedelijk een objectiever beeld kunnen geven dan vrouwen, maar in deze wil ik mij toch graag voegen naar de opvatting van de schrijver.
Het beeld, dat wij van die vrouwen krijgen is niet in alle opzichten fraai.
Velen schilderen hen af als heerszuchtig en danslustig.
Ook toen was er, evenals nu, sprake van zedelijk verval.
Ook toen ging de kerk verder in het verbieden dan de overheid. De hardigheid des harten was ook in de 17e eeuw voor overheid een beletsel strenger op te treden.
Aardig is wat de schrijver ons vertelt over de omgang der jonge mensen.
Gereformeerde jongelui konden elkaar in de kerkdiensten ontmoeten.
De zeden waren daar vrijer dan bij de oude kerk. Jongens en meisjes mochten in de kerk naast elkaar zitten en samen uit -één boek zingen.
Van rooms-katholieke zijde werd dat zinneprikkelend genoemd. Op dat idee zou in onze tijd zelfs bisschop Gijssen niet komen.
Daar was echter nog een bezwaar, nl. dat Paulus geleerd had dat de vrouw in de gemeente had te zwijgen.
Ook pogingen om ongewenste zwangerschap te onderbreken kwamen toen voor. Deze waren toen echter nog weinig effectief.
Overigens moet men hier niet de conclusie uit trekken, dat het een tijd van bijzonder grote zedelijke verwildering was. Het huwelijk werd b.v. door onze voorouders buitengewoon ernstig genomen.
Het zijn zo maar wat wilekeurige grepen uit deze boeken, die gemakkelijk een scheef beeld kunnen geven.
Het is beter, dat u deze werken zelf leest.
Terecht wordt gesteld op de achterzijde, dat deze boeken bedoeld zijn voor iedereen, die belangstelling heeft voor de geschiedenis van de Nederlandse 17e eeuw. Voor ouders, die nog niet vergeten zijn wat ze vroeger op school geleerd hebben en jongeren, die er wel wat van zouden willen horen binnen of buiten de school.
Ikzelf heb er niet slechts veel van geleerd, maar heb er ook van genoten.
De uitgave is keurig verzorgd en voorzien van toelichtende illustraties.