AANVAARDEN

1979-05-04
  • Jaargang 23
  • nummer 18
Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods.

Rom. 15: 7.

Op deze aansporing lijkt het betoog van de apostel Paulus uit te lopen.
"Aanvaardt elkaar, zoals ook Christus ons aanvaard heeft."
Paulus heeft het in hoofdstuk 14 .en 15 van de brief aan de Romeinen over de zwakken en de sterken in de gemeente.
De zwakken, dat zijn die gemeenteleden, die geen vlees eten, geen wijn drinken en die bepaalde dagen in ere houden terwijl de sterke er geen punt van maakt of iemand vlees eet dan wel wijn drinkt of bepaalde dagen in ere houdt.
Op zich stoot de apostel zich niet aan het feit dat er in de gemeente zwakke en sterke broeders (en zusters) zijn. Beiden immers, zwakken en sterken, houden aan hun standpunt vast om de Here en beiden kunnen ze de Here danken.
Wat Paulus wel bezighoudt is, dat bepaalde gewoonten of gebruiken gevoelig zijn komen te liggen vanwege de houding die broeders tegenover elkaar hebben aangenomen.
Er is sprake van een spanning die tussen broeders is opgeroepen vanwege gevoeligheden.
Dat laatste moeten we wel in het oog houden. In het spanningsveld tussen zwak en sterk gaat het om gevoeligheden. (hoofdstuk 15 : 1), over dingen waar de één over valt terwijl de ander er gemakkelijk over heen hobbelt. Het gaat om gevoeligheden die verwijdering brengen tussen gemeenteleden.
Daarom moeten we over deze dingen ook niet heenwalsen, maar er mee leren om te gaan op de wijze, die de apostel ons voorhoudt: Aanvaardt elkander. Verschillende malen keert deze aansporing terug.
Over de achtergrond van deze spanning in de gemeente zegt de apostel niet veel. Het vertelt niet waaróm sommigen geen vlees eten en geen wijn drinken en waarom anderen daar geen probleem van maken. Hij zegt ook niet om wat voor soort dagen het gaat waar sommigen aan hechten.
Wel geeft hij, tot een paar keer toe zelfs, een typering van de houding van de verschillende broeders. Zij, die geen drukte maken over eten en drinken, de sterken dus, hebben minachting voor hun broeders, die geen vlees eten en geen wijn drinken. En door het wèl te doen geven de sterken aanstoot. De zwakken op hun beurt veroordelen de sterken omdat zij wel vlees eten en wijn drinken. Minachting typeert de houding van de sterke tegenover de zwakke terwijl veroordeling van de sterke, de houding van de zwakke typeert. Hoe komt de sterke er toe om de zwakke te minachten en waarom veroordeelt de zwakke zijn sterke broeder?

De zwakke broeders kunnen we typeren als een man met een wat al te nauwgezet geweten. Die daardoor wat angstvallig zijn weg gaat in de gemeente. Hij is te gewetensvol en beroept zich voortdurend op dat geweten omdat anderen naar zijn gevoel op bepaalde punten tegen het Woord van God ingaan.
Mensen met zo'n nauwgezet geweten hebben nogal eens de neiging om broeders, die er anders over denken, te veroordelen.
Toch moeten we dan bedenken, dat ons geweten niet altijd het laatste woord heeft. Ons geweten kan ook wel eens te krampachtig zijn afgesteld.
Daarom moeten we ook steeds bereid zijn dat geweten te laten korrigeren door het Woord van God waarop, voor een christen, het geweten is afgestemd. Zoals we ook regelmatig ons horloge, wanneer het voor of achter loopt, moeten bijstellen op radiotijd.
Hoe typeren we de sterke. De sterke broeder is een man, die vanwege zijn principiële gelijk, (hfdst.
14 : 14), hoogmoedig dreigt te worden. De sterke is meestal wat ruimer van geweten, er kan al gauw wat mee door, maar tegelijk heeft de sterke de neiging om op de zwakke neer te kijken vanwege diens standpunt. Hij minacht de zwakke, nog sterker vertaald, de sterke vindt de zwakke een grote nul, een kleinzichtig geval.
En tot deze mensen, die zo minachtend denken over hun broeders, zegt de apostel: "Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overweging te beoordelen" (14 : 1).
Wij hebben de neiging om te denken, wanneer dit woord tegen de sterken gezegd wordt, dat zij altijd aan de grillen van de zwakke broeders moeten tegemoet komen. Per definitie zou dit woord van de apostel een nederlaag voor de sterke betekenen. Daarom hoor je die sterken nogal eens mopperen op de zwakke: "Zo komen we nooit verder in de gemeente, er verandert nooit eens wat bij ons, die zwakken kunnen zo steeds alles tegenhouden."

Uit wat de apostel schrijft krijgen we ook een indruk van de taktiek die zwakken en sterken voeren om hun gelijk te krijgen. De zwakken trekken zich terug in een principieel fort en staan weinig open voor diskussie. En vanuit deze positie houden ze de sterke voortdurend hun gelijk voor, en veroordelen zij hun broeder die er anders over denkt.
De sterke daarentegen is aldoor maar bezig om de zwakke met argumenten over de streep te trekken.
In vers 1 van hfdst. 14 wijst de apostel deze houding van de sterke af, wanneer hij zegt: "Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overweging te beoordelen."
Ook al is Paulus het niet eens met het standpunt van de zwakken, omdat zij te weinig oog hebben en niet durven te genieten van de vrijheid, die ze in Christus hebben gekregen, toch vermaant hij de sterken om de zwakke broeders te aanvaarden. Maar niet om te oordelen over hun bedenkingen. Ze moeten niet op de zwakke broeders losstormen om hen van de sokken te praten.
In hoofdstuk 15 : 1 laat Paulus zien hoe het wel moet. De sterken moeten de gevoeligheden van de zwakken verdragen. Dat is meer dan dulden. Ik zou het veel positiever willen omschrijven: "ik ga helpen meedragen, ik zet samen met mijn broeder mijn schouder onder zijn gevoeligheden en samen dragen we die." Wij houden rekening met de zwakke en zijn hem tot een voet en een hand.

Zulke gevoeligheden krijg je immers de wereld niet uit door te blijven drammen en aan de andere kant: dat "principiële" gepraat snijdt ook niet altijd hout.
Daarom snijdt het mes van de apostel naar twee kanten toe. Bij de sterken moet die hoogmoedige en zelfverzekerde houding er van af en de zwakke moet afleren om steeds maar gelijk te willen hebben.
Overigens de gevoeligheden, die zo'n spanning oproepen tussen broeders moeten niet het gemeenteleven gaan beheersen. Dat is het niet waard.
"Want", zegt de apostel (14 : 7), "het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest." Hoofdzaken en bijzaken moeten in een gemeentelijke (en tussen gemeentelijke) diskussie gescheiden kunnen worden.
Hoe gevoelig dingen soms ook liggen, hoe gemakkelijk wederzijdse irritaties naar boven komen, vergeet nooit, dat het Koninkrijk van God daar niet in opgaat.
Het Koninkrijk Gods is gegrond in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.
Niet de geest van deze wereld heeft het voor het zeggen in de gemeente, de geest die maakt dat broeders met rooie koppen tegenover elkaar kunnen staan, maar de Geest van God die de onderlinge verhoudingen binnen de gemeente zuiver maakt.
Daarbij verwijst de apostel ons naar het Hoofd van de gemeente, onze Here Jezus, die zichzelf niet gezocht heeft. Hij heeft de ander gezocht en terwille van ons smaad moeten dragen. En wat is déze weg, die Jezus gegaan is, op een voor ons ongelofelijke manier gezegend.

Ons zelf verloochenen, uit het eigen belang zoeken, het 'lijkt voor mensen vaak een vernederende weg, maar wel een weg die Gods Woord ons wijst, de weg naar de verhoging, de weg naar het Rijk van Christus.
En dan bidt de apostel ons toe: "God nu, die de bron is van alle geduld en vertroosting, geve u eenheid van gevoelen onder elkaar naar het voorbeeld van Christus Jezus."
In de gemeente kijken we dezelfde kant uit. We staan niet met de rug naar elkaar. We gaan samen op weg. En dan kan het best zo zijn dat het tempo voor allen niet gelijk zal liggen. Maar het zou toch dwaas zijn, dat we ruzie maken, omdat de één wat moeizaam kan meekomen en zich daarom ergert aan het tempo van de ander.

Ik denk dat, wanneer we over de eindstreep zijn gekomen, we elkaar dan met schaamrode kaken zouden aankijken en zeggen: wat is het toch erg dat we zo lelijk tegen elkaar gedaan hebben, terwijl onze hemelse Vader ons beiden liefheeft.
Wanneer we echter leven vanuit het geloof dat Christus ons aanvaard heeft, wanneer we ons niet meer laten voorstaan op het zwakzijn of sterk-zijn, dan lost ook de spanning tussen sterk en zwak zich als van zelf op. Dat klinkt ongeloofwaardig, maar het is waar.
De spanning heft zich zelf op, de tegenstellingen worden achterhaald, wanneer we leven naar dit woord van de apostel.

En dan is er ook echt groei in de gemeente, dan is er werkelijk vooruitgang, omdat we geleerd hebben samen onze schouders te zetten onder de gevoeligheden van de zwakken onder ons.
Aanvaardt elkaar, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods.
Hem nu, onze God en Vader, zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief