Beoordeling van literatuur (2)
1979-05-04
Wat en hoe?- Jaargang 23
- nummer 18
In feite gaat het bij de beoordeling van een literair werk om de vraag: Wat staat er, en hoe staat het er? Met andere woorden: welke ideeën vinden wij erin en op welke wijze zijn die verwerkt?
Die twee vragen horen onlosmakelijk bij elkaar. Het gaat niet alleen om de gedachten, dan zouden wij beter een filosofisch werk kunnen lezen. Maar ook een fraaie vorm maakt een werk niet waardevol, als er niet iets achter zit dat de moeite waard is. Laat ik het illustreren met twee voorbeelden.
Het reine hartje en de blanke tandjes
Er lag een nijlpaard aan het strand.
Dat poetste zijn tanden met het zand.
O meisje, dat jouw hart zo rein
Als 's nijlpaards tanden moge zijn!
Commentaar: een uitstekende grondgedachte maar de vorm is een flop.
Tollens kon het beter. Ik citeer uit: "Op de eerste tand van mijn jongste zoontje
Triomf, triomf. Hef aan mijn luit,
Want moeder zegt: de tand is uit!
Laat dreunen nu de wanden!
Eerst gaf Gods gunst het lieve wicht
Den adem en het levenslicht,
Nu geeft zij 't wichtje tanden.
Triomf, triomf! God dank ervoor,
Want moeder zegt: de tand is door!
Nu lof en lied verheven!
Geluk nu kind, met snaar en zang!
Besteed het wel, bewaar het lang.
Wat u Gods gunst wil geven.
Bewaar het lang, besteed het wel:
Een goed gebruik is Gods bevel:
Laat u dat voorschrift leiden;
Houd, u ten nut en Hem ten dank,
De tandjes rein en 't zieltje blank;
Zo knagen geen van beiden.
(en wat daar verder volgt!) Commentaar: dicht-technisch gezien zit het niet slecht in elkaar, maar de vorm staat in géén verhouding tot het toch niet zo indrukwekkende gebeuren: het d66rbreken van het eerste tandje. De toepassing in de derde strofe is eerder lachwekkend dan stichtelijk, het zieltje is er aan de haren bijgesleept (excuseert u de beeldspraak!).
Eenzijdige beoordeling
Beide kanten van de zaak, het wát en het h6e, moeten bij een beoordeling betrokken worden.
Maar ál te gauw is men geneigd het verband uit het oog te verliezen en slechts aan één van beide aspecten de volle aandacht te schenken.
Merkwaardig genoeg let men in gereformeerde kringen bij een áfwijzend oordeel hoofdzakelijk op dat hóe, dus de wijze van beschrijving en de woordkeus. De positieve waardering van een roman, verhaal of gedicht berust vaak vooral op het wát: men vindt er goede gedachten in, stichtelijke of leerzame.
Bijbelse normen?
Kortgeleden las ik in de krant dat in een bepaalde plaats SGP-leden van het gemeentebestuur de Openbare Bibliotheek willen zuiveren van boeken die zedenbedervend en godslasterlijk zijn. Er is een tekening verschenen waarop zo'n keurmeester door de bibliotheek gaat: de afgekeurde boeken komen in een kruiwagen; waar hij geweest is, zijn de planken leeg! Ik citeer een uitspraak van een SGP-statenlid: "De normen zullen getoetst worden aan Gods woord en wet en wat daarmee strijdig is, zal door ons worden afgewezen". Dat klinkt duidelijk en eenvoudig! De grote moeilijkheid is alleen dat die "normen" gewoonlijk alleen door de criticus, de keurmeester, worden vastgesteld: hij méént dat zijn normen overeenstemmen met de bijbel. Anderen kunnen op grond van diezelfde bijbel een heel andere mening hebben; ik hoef
alleen maar te verwijzen naar de verschillen van inzicht over "zondagsheiliging".
Godslasterlijke taal?
Bij "godslastering" denkt men in het algemeen aan de bekende Nederlandse vloek. Maar men kan niet een boek afkeuren, alléén op grond van het feit dat er zo'n vloek in voorkomt! Ook in de bijbel kom je zulke uitdrukkingen tegen: "Zo doe mij de Here, ja nog erger!" Wie, na goede bestudering, aantoont dat een boek inderdaad opzettelijk de naam van God lastert, heeft gelijk, als hij dat boek verwerpelijk acht.
Ik geloof dat wij gereformeerden wel eens wat voorzichtiger met dat negatieve oordeel mogen zijn.
Mijn ervaring is dat christenen ook door bepaalde literatuur geïrriteerd kunnen worden doordat die hen in feite confronteert met henzelf.
Wij horen niet graag dat wij het risico lopen dat op ons van toepassing is Romeinen 2 : 24: om uwentwil wordt de naam van God gelasterd!
De simpelheid bereikt helemaal haar toppunt, als de vloeken doorgekrast worden, waarna het boek wèl aanvaardbaar wordt geacht. Alsof het nu wèl in overeenstemming met "de bijbelse normen" is!
Zedenbederf ?
Ook als men "zedenbederf" als criterium gaat hanteren, wordt dat een hachelijke zaak. Bepaalde erotisch gekleurde scènes hoeven op zichzelf helemaal niet zedenbedervend te zijn.
Misschien zou men er zelfs in menige bedstee nog een voorbeeld aan kunnen nemen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik huiverig ben voor dit soort benadering van literatuur. Het is bovendien zeer waarschijnlijk dat een heel ánder soort zedenbederf niet wordt opgemerkt en dat te vinden is in de vele prullerige lectuur die ook in christelijke kring gelezen wordt: dokterromannetjes en de zoete verhalen in de trant van Courts Mahler.
Over de gedachtenwereld die achter boeken als van Sartre, Camus en Brecht zit, hoeven we dan helemaal niet te praten!
Nee, het is een slechte zaak, als boeken worden afgewezen, alleen op grond van het feit dat er beschrijvingen in voorkomen van zonden tegen twee van de tien geboden!
Maar zo iemand als Jan Wolkers is toch een viezerik?
Ik heb bezwaar tegen de wijze waarop de sexualiteit in sommige van de boeken van Wolkers is verwerkt. Niet omdat die "sex" op zichzelf verkeerd is, maar de wijze van beschrijving is soms mensonterend. Ik noem maar weer Wolkers, want ook wie nooit iets van hem gelezen heeft, kent zijn naam. Zelfs zuiver literair gezien, is die sexualiteit niet functioneel. Dat is m.i. bij voorbeeld het geval in Turks Fruit.
Het is evenwel onjuist een schrijver vanwege bepaalde passages een sadist of viezerik te noemen. Wolkers geeft ons soms een kijk op de mens die ons huiveren doet, die ons met afschuw vervult, en die ons kan confronteren met onszelf. Het kan ons vergaan als zijn vader die in "Terug naar Oegstgeest" zegt dat hij in de boeken van zijn zoon "verrassend veel herkent" van zichzelf en zijn vrouw!
De bijbel als voorbeeld!
Er staat niet alleen van alles in de bijbel dat Wij NIET mogen! De bijbel is het richtsnoer voor ons leven. Het is logisch dat dit niet alleen geldt voor de boodschap van de bijbel, maar ook voor de vorm waarin de bijbel dit brengt. Het Hooglied is een prachtig voorbeeld van een liefdeslied. Maar daarin worden de zaken wèl bij name genoemd: "Ik zocht des nachts op mijn legerstede hem die mijn hart bemint". Zij verwacht hem dus in haar bed aan te treffen! En ook haar schoonheid wordt genoemd: haar borsten, de welvingen van haar heupen, haar navel. zelfs haar schoot! Waarom zou dan een verhaal moeten eindigen bij: Toen vonden hun lippen elkander! Als Wolkers op die wijze de liefde beschreef, zou er niets tegen zijn. Maar ook hierin demonstreert hij de doorwerking van de zonde! En ook dát vinden wij in de Bijbel. Nee, de zaak ligt niet zo eenvoudig.
Geen preek, maar wel drie punten
Ik stel mij voor drie verhalen te gaan bespreken.
Van het eerste verwacht ik dat sommige lezers het direct zullen afkeuren, terwijl mijn eerste reactie nogal positief was. Bij nader inzien ben ik het met die afkeuring eens, zij het waarschijnlijk op andere gronden. Ook bij het tweede verwacht ik afkeuring, maar ik handhaaf mijn positieve oordeel. Bij het derde verwacht ik dat wij het direct al eens zijn: een mooi verhaal; bij een wat nauwkeuriger bestudering is mijn waardering gestegen; ik hoop dat het u ook zo zal gaan. Bij alle drie zal het erom gaan: wát wordt er gezegd en hóe gebeurt dat?
(wordt vervolgd)