Jeremia

1978-06-23
  • Jaargang 22
  • nummer 25
Delegatie (vervolg)
Hoe dit zij, er gaat een delegatie naar Babel. Elasa en Gemarja maken er deel van uit. En aan hen geeft Jeremia een brief mee voor de ballingen in Babel. Een brief die dus niet verward moet worden met de onheilsprofetieën over Babel, die Seraja meekreeg. Deze brief aan de ballingen droeg niet het karakter van een gewone brief, zoals iemand die schrijft aan een ver familielid en die vol staat met persoonlijke informatie en met vragen als: hoe maken jullie het? Zijn jullie goed gezond? Neen, het was een open brief, die - zoals dat met zoveel open brieven het geval is - als een bom explodeerde en heel wat losmaakte. Bovendien was het eigenlijk geen brief van Jeremia, maar van Jahweh zelf (29: 4). De ballingen krijgen een brief van de HERE.

Jahweh der legerscharen
De brief begint indrukwekkend: Zo zegt Jahweh der legerscharen, de God van Israël, tot de ballingen in Babel. Het is niet onmogelijk, dat er a.h.w. een elektrische schok ging door de ballingen die deze aanhef hoorden. Jahweh der legerscharen: dat klonk als een klaroenstoot. Jahweh van de slagorde van Israël. Dat was de naam die Jahweh aanduidde als de God die aan het hoofd van zijn volk de vijanden voor zich uitjoeg en versloeg en die ruim baan maakte voor zijn volk. Het is de naam die Hem typeert als de God aan wie alle machten onderworpen zijn en die zijn volk in vrijheid stelt. De ballingen in Babel verwachtten die vrijheid ook, nog wel op korte termijn. En dan bereikt hen uit Jeruzalem een brief, meegebracht door de delegatie van Zedekia. Die delegatie moest tegenover Nebukadnezar loyaliteit en trouw betuigen. Dat was erg vernederend en pijnlijk. Maar er was ook een brief voor de ballingen. En luister eens hoe die begint: zo spreekt Jahweh der legerscharen, de God die uittrekt aan het hoofd van zijn volk, de God van Israël. Het ligt voor de hand dat de harten der ballingen sneller begonnen te kloppen, toen ze dit hoorden. Nu gaat het komen, dachten ze. De klokken van de bevrijding worden hoorbaar. Nu zal de boze vijand worden verslagen. Jahweh, de God van Israëls slagorden, staat op tot de strijd.

Ontnuchtering
Maar dan komt de ontnuchtering. Want Jahweh der legerscharen roept niet op tot de strijd, maar zegt: bouwt huizen en woont daarin. Legt tuinen aan en eet de vrucht ervan. Neemt vrouwen en verwekt zonen en dochters. Vermeerdert daar in Babel en vermindert niet. Dat was een opdracht die lijnrecht tegen de verwachting van de ballingen en tegen de door hen ingenomen houding inging. Ze zaten nu ongeveer vier jaar in Babel. Maar ze waren er nog niet toe gekomen op grote schaal voor zichzelf huizen te gaan bouwen. Ze namen genoegen met wat er aan onderdak voorhanden was en met de hoogstnoodzakelijke voorzieningen. Waarom zou je er een hoop geld tegenaan gooien en duurzame huizen bouwen, als je toch binnenkort naar Jeruzalem zou terugkeren? Dat betekende allemaal weggegooid geld en verspilde energie. Het was veel beter je nog maar even te behelpen Ook met het aanleggen van tuinen met vruchtbomen en wijngaarden waren ze nog niet begonnen. Dat had immers ook geen zin. Tegen de tijd dat de eerste vruchten er zouden groeien, zaten ze al weer hoog en droog in Jeruzalem. En huwelijken werden er ook nauwelijks gesloten. Want baby’s en kleuters zouden veel te lastig en te hinderlijk zijn op de lange en inspannende tocht terug naar Jeruzalem. Die kon je daarbij eigenlijk niet gebruiken.
Het was veel verstandiger nog maar even te wachten met trouwen tot ze weer in Jeruzalem waren. Zo hadden de ballingen in Babel zich helemaal ingesteld op een spoedige terugkeer naar Jeruzalem. Die verwachting stempelde hun hele optreden en hun hele levenshouding in Babel. En nu moesten ze hun instelling ineens helemaal omgooien.

Voorbede
Toch is dat nog niet alles. Wat de HERE hen opdraagt, grijpt nog veel dieper in. We kunnen ons de verbijstering van de ballingen voorstellen, toen ze uit de brief hoorden voorlezen: zoekt de vrede voor de stad, waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren. Bidt voor haar tot Jahweh. U moet in dit verband eens even denken aan Ps. 122. Het is helemaal niet uitgesloten, dat de ballingen in Babel deze psalm regelmatig zongen. Bidt Jeruzalem vrede toe. Mogen wie u liefhebben, rust genieten. Vrede zij binnen uw muur, rust in uw burchten. Om mijn broeders en mijn vrienden wil ik zeggen: vrede zij in u. Dat was een psalm die ze in Babel met hun hele hart konden zingen: vrede voor Jeruzalem. Een dergelijke psalm hield de moed erin en het verlangen naar Jeruzalem wakker. Je zou de positie van de ballingen in Babel kunnen vergelijken met die van de Zuid-Molukkers in Nederland. Ook zij houden krampachtig vast aan het verlangen naar hun vaderland. Dat koesteren ze en stimuleren ze. Ze zingen hun liederen van heimwee en zien uit naar een terugkeer in vrijheid. En je zult op hevig verzet bij hen stuiten, als je tot hen zegt: jullie ideaal is irreëel. Vergeet het. Bouw hier in Nederland huizen en woon daarin.
Zo lag het ook bij de ballingen in Babel. Ze klemden zich vast, uit alle macht, aan hun terugkeer. Ze zongen hun liederen en psalmen van heimwee: vrede zij Jeruzalem. Maar vrede voor Jeruzalem impliceerde ondergang voor Babel. Het een was in hun gedachtegang onvermijdelijk de tegenhanger van het ander. Als het goed ging met Babel, was er geen vrede voor Jeruzalem. En als het goed ging met Jeruzalem, was er geen vrede voor Babel. Vrede voor Jeruzalem kon er alleen maar zijn ten koste van Babel en omgekeerd. Daarom was hun gebed om vrede voor Jeruzalem impliciet een gebed om de ondergang van Babel. En nu komt daar ineens die brief van Jahweh: zoekt de vrede voor Babel. Bidt voor haar tot Jahweh. Want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn.

Ingrijpend
Voelt u hoe ingrijpend dit is? Het gaat dwars tegen elke menselijke reactie en menselijke houding in. Het is toch niet normaal dat een mens bidt voor de vrede van zijn onderdrukkers?
Als dat nu eens tot ons gezegd was tijdens de tweede wereldoorlog: bidt voor de vrede van Berlijn. Daar zouden we toch niet aan gedacht hebben? Wij zongen iets anders:

In de mini-maneschijn
bombarderen ze Berlijn
kort en klein.

En als dat vandaag gezegd zou worden tot de christenen achter het ijzeren gordijn: bidt voor de vrede van Moskou. Dat gaat toch dwars tegen alles wat je voelt in? Daar komt toch alles in je tegen in opstand? En toch is dat juist wat God van de ballingen vraagt en wat Paulus later aan de christenen in het romeinse rijk opdraagt. Die hadden vaak helemaal geen prettige ervaringen met hun overheden. In Rome zat een figuur als Nero op de troon: een bruut die speelde met mensenlevens. En toch zegt Paulus: bidt voor die overheden (1 Tim. 2: 1, 2). En Paulus schrijft: vreest God, eert de keizer in Petr. 2: 13-17). En Christus leerde ons: bidt voor degenen die u vervolgen (Matth. 5 : 44). Dat gaat vierkant tegen alle menselijke gevoelens in. Maar daarin moet je je nu juist als christenen onderscheiden, zegt Christus. Het is helemaal niet moeilijk om te bidden voor je vrienden en voor mensen die je graag mag en van wie je houdt. Als je dat doet ben je niets beter dan de tollenaars. Die houden elkaar ook de hand boven het hoofd. Dat is niets bijzonders. Maar als je christen bent, verwacht God iets meer van je (Matth. 5 : 45-48). Dan verwacht Hij dat je bidt voor degenen die je vervolgen en voor de overheden, ook voor een regering die helemaal je sympathie niet heeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief