Jaarvergadering Opbouw

1979-05-11
  • Jaargang 23
  • nummer 19
Op de onlangs gehouden jaarvergadering van de persvereniging "Opbouw" heeft mr. dr. J. Meulink de bespreking van het redaktiebeleid ingeleid met een kort referaat. De tekst van dat referaat vind tu in onderstaand artikel.

Het weekblad Opbouw is een van de weinige bladen, die van een persvereniging uitgaan.
Dat is geen toevalligheid. Een vereniging is een samenwerkingsverband.
In dit geval een samenwerkingsverband om mee te werken aan de opbouw van het gereformeerde leven in de ruimste zin van het woord.
De consequentie daarvan is, dat Opbouw niet slechts een zaak is van de redaktie, maar van ons allen tesamen als leden van de persvereniging.
De bespreking van het redaktiebeleid is dan ook niet maar een formeel agendapunt, omdat het nu eenmaal zo hoort, maar het is van wezenlijk belang voor ons blad. De persvereniging heeft ook verantwoordelijkheid voor Opbouw. U bent in zekere zin medeplichtig.

Het is al enige jaren gewoonte, dat een van de redakteuren een korte inleiding houdt. Dat gebeurt niet om u te vertellen, hoe het redaktiebeleid behoort te zijn, maar alleen om zo het gesprek op gang te brengen over het gevoerde en te voeren redaktiebeleid.
Meer moet u achter mijn verhaaltje niet zoeken. Ik ga op dit moment het redaktiebeleid niet verdedigen en evenmin vertellen hoe het gebeuren moet. Ik begin alleen maar het gesprek in de hoop en verwachting, dat als één schaap over de dam is, er wel meerderen zullen volgen.
Eerlijk gezegd voel ik me ook een beetje een schaap, omdat het niet zo eenvoudig is, iets zinnigs te zeggen zonder te herhalen wat in vorige jaren al is beweerd. Dat neemt niet weg, dat wij als redaktie en ik hoop u als lezers en leden van Opbouw wel behoefte heeft aan een gesprek.

Het is b.v. een moeilijke zaak na te gaan, hoe een artikel bij de lezers overkomt.
Een artikel wordt vaak heel anders gelezen, dan de schrijver denkt en bedoelt.
Vaak bemerken we uit brieven, die we ontvangen, dat we heel anders overkomen, dan we gedacht hadden.
Brieven overigens, die ons zeer welkom zijn, ook al zijn de briefschrijvers lang niet altijd tevreden over onze artikelen. Te uwer geruststelling, wij zijn zelf ook lang niet altijd tevreden over onze produkten.
Het is al vele jaren geleden, dat ik, zelf nog Kamerlid zijnde, door afwezigheid in de Kamer de gelegenheid had via de T.V. een Kamerdebat te volgen. Ik schrok daarvan, want ik herkende de Kamer, waar ik toch al 10 jaar inzat, nauwelijks. Het debat kwam op mij heel anders over, dan wanneer ik er zelf midden in zat. Eerlijk gezegd kwam het veel slechter over. Zo zou het ook met onze artikelen kunnen gaan. Die kunnen ook wel eens heel anders overkomen. Daarom alleen al is een gedachtenwisseling een nuttige zaak.

Een andere mogelijkheid is, dat redaktie en lezers elkaar niet altijd voldoende kennen. Schrijven in het kerkblad van een kleinere gemeente b.v. is veel gemakkelijker. Je kent elkaar goed. Daardoor kunnen misverstanden veel minder snel optreden. Het is daarom ook goed, dat wij op een jaarvergadering als deze elkaar in de ogen kunnen kijken en elkaar beter leren kennen.

We moeten ons er ook steeds bewust van blijven, dat de lezers van Opbouw zelfs al beperken we ons tot hen, die )id zijn van de kerken, die we aanduiden als "buiten verband", over verschillende vraagstukken genuanceerd denken. Zo is een duidelijk verschil tussen de kerken in het westen en die van het oosten.
Ik heb eens een socioloog horen beweren, dat de interpretatie van het geloof en daarmee ook de variatie in het belijden en in het beleven samenhangt met de gesteldheid van de bodem.
Hij zei: zandchristenen zijn anders dan kleichristenen.
Als dat waar is, zou je kunnen zeggen, dat we in het westen klei- en in het oosten zand-buitenverbanders hebben.
Maar, om nu weer serieuzer te worden, het is helemaal geen ramp, wanneer we wat verschillend denken over bepaalde vraagstukken, mits we maar tesamen willen luisteren naar wat God in Zijn Woord zegt en mits we elkaar als broeders en zusters vertrouwen.
Mijn indruk is echter, dat het wederzijdse vertrouwen niet altijd in voldoende mate aanwezig is en dat ook de binnenverbandse gedachte, dat alles koekoek-een-zang moet zijn, bij meerderen nog op de achtergrond meespeelt.
Wanneer een schrijver eens de oude paden verlaat en dat is voor een gereformeerd mens nodig, immers reformeren moet een blijvende aktiviteit zijn, bemerk je direkt enig wantrouwen.
Toch moet het mogelijk zijn, dat we in Opbouw rustig met elkaar kunnen praten over vraagstukken, waarover we niet gelijk denken.

Zo zal, om een voorbeeld te noemen, aandacht moeten worden gegeven aan het vraagstuk van het kerkverband. Daar wordt nog al verschillend over gedacht. Naar mijn opvatting zowel door de klei- als de zand-buitenverbanders te polariserend. Vergeten wordt, dat het zijn van kerk niet afhankelijk is van het bestaan van een kerkverband en evenmin van het afwezig zijn van een kerkverband. Christelijke nuchterheid is een even noodzakelijk als spaarzaam artikel.
Opbouw heeft bij een vraagstuk als dit tot taak een gedachtenwisseling op gang te brengen, waarin we trachten naar elkaar te luisteren. We zuilen dat probleem in Opbouw wel niet kunnen oplossen, maar we kunnen wel trachten elkaar te begrijpen. En dan zijn we al een stuk verder.

Een andere vraag is, of Opbouw moet trachten hier direkt leiding te geven in de zin, zoals dat in De Reformatie gebeurt. U zult bemerkt hebben, dat we als redaktie daarvoor wat huiverig zijn.

Daar is, om iets anders te noemen, nu een diskussie aan de gang over de naam van de kerken. Dat lijkt me een goede zaak, al vind ik persoonlijk, dat sommigen er iets te vurig over schrijven.
Zo geweldig belangrijk is die naam nu ook weer niet. De faam van de kerk is belangrijker dan de naam.
Toch lijkt me een diskussie hierover wel van betekenis, temeer omdat de landelijke vergadering hier een steekje heeft laten vallen.

Het is nl. een wat merkwaardige gang van zaken, dat een landelijke vergadering na 2 enquêtes onder de kerken zo maar een aantal namen, die door verscheiden kerken waren genoemd, buiten spel zette. Hier was echt wel een hiërarchisch trekje aanwezig. Het is ook goed, dat in deze diskussie niet alleen theologen aan het woord komen. Het is nl. wel duidelijk geworden, dat zij veel te weinig gelet hebben op de juridische betekenis van een naam. Als je 3 kinderen in 1 gezin Piet noemt, heeft de naam haar zin verloren.
Ik vrees, dat deze naamdiskussie nog lang zal duren. Om de landelijke vergadering wat te helpen, zou ik willen voorstellen het b.v. bij onze kerken maar te veranderen in n.v. Dan zijn we de kerken zonder náam geworden. .
Ik ben mij bewust wat van mijn onderwerp te zijn afgedwaald, daarom ga ik hier verder niet op in.

Opbouw wil meewerken aan de ontwikkeling van het gereformeerde leven n de ruimste zin van het woord, Daarbij moeten we ons bewust zijn,dat we maar zwak van krachten zijn. We zijn echt niet in staat in Opbouw alle terreinen van het leven te bestrijken, Onze mogelijkheden zijn beperkt.
Dat neemt niet weg, dat. we b.v. over de politieke vraagstukken graag ook iets in Opbouw willen zeggen. Daarover denken we, ik zou haast zeggen uiteraard, niet gelijk.
Natuurlijk is het niet de taak van Opbouw om voor een bepaalde politieke partij propaganda te maken (behalve dan via betaalde advertenties).
Ook adviezen hoe men stemmen moet, vallen buiten de taak van Opbouw.
Ik zou ook met grote klem willen waarschuwen deze kant niet uit te gaan. In de Vrijgemaakte kerken hebben we daardoor grote ellende en verwijdering tussen kerkgenoten gezien.
Een diskussie bv. tussen br. Rietkerk, ds De Jong en mij over de vraag of je nu lid moet zijn van het R.P.F., het G.P.V. of de A.R.P. lijkt me geen goede zaak.
Dat neemt niet weg, dat Opbouw niet mag zwijgen over allerlei politieke vraagstukken. Denk alleen maar aan het abortusvraagstuk, dat binnenkort in de Kamer zal worden behandeld.

Een probleem is daarbij wel, dat je bij de bespreking van een dergelijk probleem niet uit je politiek huid kunt kruipen.
Wanneer men een verhaal van mij daarover b.v. leest zal men bemerken, dat hierover een A.R. schrijft.
Dat maakt het schrijven wel moeilijker en werkt ook remmend, omdat veel lezers een andere opvatting zijn toegedaan.
Het is heel menselijk, dat je een schrijver van een andere partij wat kritischer en argwanender bekijkt.
Het lijkt me daarom gewenst, dat in Opbouw ook over politieke vraagstukken geschreven wordt door mensen, die tot een andere politieke partij behoren.
We spreken graag over de eigen identiteit, ook van een blad als Opbouw.
We zullen deze identiteit niet moeten trachten te vinden in het spuien van dezelfde opvattingen.
We moeten er integendeel voor oppassen, dat Opbouw niet het blad van een bepaalde groep wordt. Dat zou nog saai worden ook.
Als ik in Opbouw alleen maar artikelen las, waar ik het van a tot z mee eens was, zou ik het niet meer lezen.
Naar mijn idee leeft bij sommigen de groepsgedachte nog wel. Dàaraan moeten we in Opbouw echter geen voet geven.
Natuurlijk is de een behoudender of wat progressiever dan de ander. Dat is een goede zaak. Vooruitstrevenden en behoudenden hebben elkaar vooral in de kerk nodig. Het uitschakelen van een van beide is een slechte zaak.
Het is daarom wel jammer, dat er lezers zijn, die hun abonnement opzeggen, omdat een schrijver iets geschreven heeft, dat volgens hen nieuwlichterij of ouderwets is. Het eerste komt het vaakst voor. Beide zijn fout.

In dit verband zou ik met instemming willen wijzen op het jaaroverzicht in het kerkelijk handboekje van ds Janssen, waarin de problematiek van Opbouw m.i. op goede manier benaderd wordt.
Naast artikelen, die voor geen diskussie vatbare waarheden van de Schrift op duidelijke aanspreekbare wijze naar voren brengen, is het nodig, dat er een nuchter vriendelijk gesprek wordt gevoerd, waarbij de gesprekspartners naar de Schrift willen luisteren.
Ik gebruik hier met opzet het woord gesprek. Tegenwoordig gebruikt men vaak het woord dialoog. Dat woord heeft voor mij een nare smaak. Niet slechts omdat het geen nederlands woord is, maar vooral omdat het vaak betekent het voeren van twee dialogen. En van alleenspraken wordt geen mens, en ook geen Opbouwlezer wijzer.
Dat gesprek, die gedachtenwisseling moet menselijk en mild zijn. Dat betekent niet zoetsappig. We mogen echt wel de puntjes op de i zetten.
We moeten ervoor oppassen uit angst geen bijval te krijgen, zo te schrijven, dat we in eigen kring vooral voor goed orthodox worden aangezien.
We moeten niet schrijven voor binnenkerkelijke hoera's.
Het is ook helemaal niet erg als we brieven ontvangen van mensen, die er anders over dènken. Het is al fijn, dat er gedacht wordt, Ik weet niet, of u het verhaal van Bomans kent: Pa Pinkelmans in de politiek. Op een gegeven moment schrijft Pinkelmans aan zijn vrouw Anna, dat hij in de politiek wil gaan. Hij wordt nl. te dik. Daarom heeft hij avonturen, gevaar, smaad, beledigingen en ingezonden stukken noodig.

Zo erg is het nu bij de redaktie van Opbouw ook weer niet. Maar echt, ingezonden stukken hebben we wel nodig. En een beetje smaad mag er ook wel bij. Dat houdt ons wakker.
En daarvoor staan we als redaktie vanmorgen ook weer klaar.
Ik wilde met deze opmerkingen volstaan in de hoop, dat er nu wel geen beledigingen zullen volgen, maar wel, dat de leden-lezers van Opbouw toch geen blad voor de mond nemen.
Als we van elkaar maar wel proeven de liefde tot onze God en Vader en zijn koninkrijk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief