Grondhouding in pastoraat is cruciaal
2012-04-14
Het is goed om vandaag de vraag naar de essentie van het pastoraat opnieuw aan de orde te stellen. Daarom ben ik blij met het artikel van Job Smit. Ons kerkelijk pastoraat verkeert in een crisis en in veel gemeenten zoekt men naar oplossingen om het te redden. Daarin wordt het pastoraat steeds meer georganiseerd en wordt de pastor steeds meer organisator – toeruster en begeleider – van het pastoraat. Alsof pastoraat zich laat organiseren. Dat klinkt misschien wat cynisch, en zo bedoel ik het niet, maar naar mijn overtuiging hoort een pastor met zijn klompen in de klei te staan.- Jaargang 56
- nummer 8
Het inschakelen van gemeenteleden in het pastoraat is op zich positief.
Het kan de pastorale bearbeiding van de gemeente ten goede komen. Er zijn gemeenteleden die er geknipt voor zijn en de gaven die ze daar onmiskenbaar voor hebben ontvangen op een voortreffelijke manier inzetten.
Maar net als bij het aanwerven van ambtsdragers wordt er ook bij het vragen van pastorale bezoekers niet altijd gelet op gaven en bekwaamheden.
Ook pastorale bezoekers moeten worden toegerust. Niet in het minst in het luisteren, want daar mankeert het nogal eens aan. In plaats van naar het verhaal te luisteren wordt het eigen verhaal verteld. En luisteren naar het verhaal is ook meer dan het verhaal aanhoren. Wat ligt er onder het verhaal dat verteld wordt? Om dat naar boven te halen is meer nodig dan goedwillendheid. Zeker de pastor moet in dat opzicht terdege geschoold worden, willen er geen al te grote spaanders vallen.
Fundamenteel voor het pastoraat zijn de woorden van Jezus: ‘Ik ken de schapen en de schapen kennen Mij.’ Wezenlijk is dat je de ander kent, in de Bijbelse zin van het woord. Kennen ligt dan heel dicht bij liefhebben.
Niet in de emotionele betekenis van het woord, maar in het luisteren naar en het gehoorzamen van elkaar.
‘Hierin wordt duidelijk dat je Mij liefhebt, dat je Gods geboden bewaard.’
Ene schaap
Fundamenteel is ook dat het pastoraat persoonlijk toegepast wordt. Iedereen heeft zijn verhaal, ieder mens is uniek. Natuurlijk is de gemeente belangrijk, maar dat mag nooit ten koste gaan van het individu. Een schaap is geen kuddedier, maar wij willen toch wel graag alle neuzen dezelfde kant uit. Een gemeentelid wordt vaak beoordeeld op zijn betrokkenheid bij de kudde en niet op wie hij is en op wat hij kan betekenen voor de gemeente. Veel kritische gemeenteleden verlaten daarom de gemeente. Ik heb van Jezus geleerd dat je de gemeente soms moet loslaten om dat ene schaap er weer bij te halen. Zonder dat ene schaap is de kudde niet compleet.
Sterk vind ik ook de nadruk die Job Smit legt op het luisteren naar het verhaal. Op huisbezoeken bepaalden vroeger de ambtsdragers het gesprek en de richting die het moest nemen.
Aan de hand van een thema of een Bijbelgedeelte, waarbij het gemeentelid met zijn verhaal ondersneeuwde.
Te vaak ook werd een gesprek een discussie. De ambtsdragers moesten het beleid van de kerkenraad verdedigen.
Of de Bijbel of God. Maar in het pastoraat gaat het om die ene mens voor het aangezicht van de levende God. Pas als je zijn of haar verhaal gehoord hebt, kun je helpen, raad geven, troosten, ondersteunen, met en vanuit het Woord.
Welk model een gemeente ook kiest, wanneer de grondhouding niet deugt, is het pastoraat op drijfzand gebouwd.
Ds. Jan Bouma is emeritus predikant van de NGK Kampen.