Samen en hands-on
2012-04-14
‘Jan, ruim jij de keuken even op? En graag goed schoon!’ Jans vrouw vertrekt voor een dagje uit met de zussen en wil graag dat haar man de taak verricht die zij normaal voor haar rekening neemt. Jan doet wat hem is gevraagd, maar op zijn manier.- Jaargang 56
- nummer 8
Stel dat zijn vrouw terugkomt en merkt hoe keurig het is in de keuken, dan zal zij Jan wellicht vaker vragen deze taak te verrichten. Maar is de keuken niet schoon genoeg naar haar zin, dan kan zij twee dingen doen. Óf zij vraagt Jan de volgende keer weer, maar geeft hem feedback op zijn vorige optreden met als doel dat de keuken schoon wordt volgens haar maatstaf. Óf – waarschijnlijker – zij denkt: Jans werk is onder de maat, ik vraag het hem niet meer, ik doe het voortaan zelf wel. Dat gaat meestal gepaard met een gevoel van teleurstelling (over Jans werk) en met een sterk zelfvertrouwen (over eigen prestaties op dat vlak).
Laat me dit laatste even het ‘managerssyndroom’ noemen. Ik vind het terug in de bijdrage van ds. Job Smit over de pastorale taak van de ambtsdragers (lees: predikanten). Uit onvrede over de pastorale tekortkomingen in het kring- en inschakelmodel bepleit hij de pastorale inzet van de predikanten. Laten zij het maar zelf doen.
Sleutelwoord
Ik ben het met hem eens dat in de onderlinge zorg in de gemeente van Christus niet alles in de kringen kan worden gelegd. De werkzaamheden van ouderlingen, diakenen en predikanten zullen meer dan administratief, coördinerend of faciliterend moeten zijn. Alleen al omdat hun taakomschrijving die kant op wijst: weiden met het Woord (Titus 1:9; 1 Timoteüs 3:2). Maar de valkuil van het huisbezoekmodel moet wel serieus vermeden worden. Samenwerking is het sleutelwoord: tussen hen die door de gemeente speciaal geroepen zijn tot hun taak én hen die omzien naar hun naaste vanuit de algemene roeping van de gelovigen.
In die samenwerking mag je een voorbeeldwerking verwachten als je echt samen ‘hands-on’ aan het werk bent. De zwakheden van het onderlinge pastoraat (gebrek aan ambtelijke afstand, ongeoefend zijn in goed luisteren, het niet kunnen hanteren van verschillende rollen, zoals gids, herder of heler) kunnen dan in het concrete samenwerken worden weggenomen. De bezoeken krijgen op die manier een opleidende functie (‘in-servicetraining’).Daarbij blijft de kracht van het ambtelijke huisbezoekmodel behouden en wordt de onderlinge zorg in de gemeente op een degelijker leest geschoeid.
Wil dit in een gemeente werken, dan veronderstelt dat drie dingen:
-bereidheid bij het goedwillende gemeentelid om zich te laten vormen door middel van feedback en daarmee dus erkennen dat je er met talent alleen nog niet bent;
-bereidheid bij de ambtsdrager om te investeren in onervarenen en daar geduld voor te hebben;
-bij beiden: reëel kunnen omgaan met het verschil tussen de hoge norm en de gebrekkige werkelijkheid.
Geen cynisme (‘het wordt toch nooit wat’) en geen idealisme (‘morgen gaat het zeker beter!’), maar gelovig vertrouwend je laten vormen om het beste te geven voor de Heer.
Te smalle focus
Dat een (academisch) opgeleid prediker daarin zijn taak zal kunnen vervullen is helder. Net zo helder als het feit dat er een verband is tussen preken en pastoraat.
Al werkt dat ook in een richting die omgekeerd is aan die welke Smit aangeeft: preken roepen herinneringen wakker, ze roepen vragen en reacties op: u zei dit en dat in uw preek, daar wil eens met u over praten. Preken roepen ook pastoraat op! Maar voor het springende punt waar het Smit om gaat – het algemene functioneren van het pastoraat, de kwaliteiten die gezien de aard van het pastoraat nodig zijn – is dat allemaal niet van belang. Ten onrechte focust Smit op de rol van het predikant. Dat is echt te smal. Wil het pastoraat goed functioneren, dan vraagt dat om goede leiding.
En dan is de predikant echt bijkomend.
Het draait niet om hem, maar om de oudsten. Het onderlinge pastoraat functioneert immers, eventueel ook zonder een prediker, onder leiding van de groep tot leiding geroepen oudsten. Dat agogische vaardigheden tegenwoordig zo nodig zijn in het pastoraat maakt het des te noodzakelijker om in de breedte van de gemeente te werken aan groei van die vaardigheden, zodat wij elkaar steeds meer tot een Christus kunnen zijn in de onderlinge zorg.
Simon van der Lug is predikant van de GKv Delft.