Preken

1978-01-20
  • Jaargang 22
  • nummer 3
Een woord met een bijsmaak
Hoor je het zinnetje "...en toen begon hij een preek tegen me af te steken", dan heb je tien tegen een te doen met een verontwaardigde vertegenwoordiger van onze lieve jeugd.
De boosdoeners zijn doorgaans ouders, politieagenten, 'leraren en andere opvoedkundigen.
Op je ziel krijgen is tot daar aan toe. Maar dat iemand op je ziel werkt, wordt blijkbaar niet in dank aangenomen. Voor dat laatste is dan de (boete) preek het evenzeer aangewezen als verfoeide instrument: je voelt je meteen weerloos slachtoffer.
Terwijl onze bloeden van kinderen zich nu juist zo onschuldig achten als een pasgeboren lam. Intussen verraadt ons spraakgebruik van der jeugd af aan, hoezeer het beïnvloed is door de tale Kanaäns en hoe weerzinwekkend (zulke) preken worden ervaren.
Kunt u mijn vreugde begrijpen toen ik op een artikel stuitte met de kop: "Vertroostende cijfers over de preek"? Het was van de hand van A. J. Klei - juist, het stond in "Trouw", om precies te zijn: op woensdag 17 december 1975, en was geschreven aan de hand van een samenvatting van een proefschrift over "Preek en toehoorders". Dr J. G. M. Sterk promoveerde op dit onderwerp.
Uit het artikel geef ik het volgende citaat door: "Mijn overleden collega Herik de Jong, groot kenner van de 'kleine' kerkgeschiedenis, heeft me eens voorgerekend dat alleen al in de protestantse kerken van ons land elke week vijfduizend preken gehouden worden, wat neerkomt op een kwart miljoen per jaar." Daar zijn bovenbedoelde boetepreken dan nog niet bij inbegrepen. Maar goed: "Er wordt dus veelvuldig gepreekt en er wordt ook druk naar geluisterd (radiodominees kunnen er over meepraten) maar vinden de mensen de aangehoorde preken ook mooi? Het antwoord kan een luidkeels 'ja' zijn ... : 61 procent van de doorsnee kerkgangers vindt de preek goed tot zeer goed en van de meer traditioneel ingestelde kerkgangers laat zich maar liefs 82 procent lovend over de preek uit."

Gedempte vreugde
Toch was mijn vreugde slechts van korte duur. Want niet alleen las ik even verderop "dat de heer Sterk zijn onderzoek deed onder West-Duitse roomsen (23 parochies en 1231 ondervraagden).
Maar mijn vreugde bekoelde helemaal bij het zien van een ander artikel (waarvoor ik nu eens het "Friesch Dagblad" uitkies). Want wat denkt u alleen al van de volgende kop: "Onderzoek Leidse Universiteit: Veel preken 'onder de maat"?
De forse aanhef van het (naamloze) artikel luidt: "Zowel pastoors als dominees preken over het algemeen slecht. Dit geldt zowel voor de "linkse" als voor de "rechtse" partores.
Tot deze conclusie komt een onderzoek, dat onder leiding van de Leidse hoogleraar dr M. H. Bolkestein is gedaan naar het taalgebruik en de communicatievormen van 89 preken. Prof. Bolkestein is hoogleraar in de praktische theologie aan de Theologische faculteit van de Universiteit van Leiden." En het artikel is van 6 mei 1977, terwijl de "onderzochte" preken gehouden werden in de tweede helft van 1973. U bent benieuwd naar de herkomst van deze preken?
Nu, ze werden "gehouden door hervormden en gereformeerde bonders, door gereformeerden en vrijgemaakten (ik ben benieuwd of de indeling zo subtiel is, dat er wel dan niet 'b.v.' bij wordt vermeld, P.), vrijzinnige protestanten, rooms-katholieken en door pastores van de Amsterdamse studentenecclesia, "Voorts wordt vermeld, dat de preken in gestencilde of gedrukte vorm beschikbaar waren. Zulks vergemakkelijkt het onderzoek natuurlijk in belangrijke mate. Wie alleen maar aangewezen is op aangehoorde preken, is duidelijk in het nadeel. Het merendeel van de hoorders hoort - het is evenzeer bemoedigend als verontmoedigend! - zeker de helft van de preek niet. En dat wordt alleen maar erger naarmate de preek langer is.
Ons concentratievermogen is betrekkelijk klein en de uitvinding van de boekdrukkunst heeft daar ook het nodige toe bijgedragen. Ik wil niet beweren, dat het geloof niet meer uit het gehoor is. Maar het feit ligt er dat de lectuur voor een groot deel het horen heeft vervangen als het gaat om het zich toe-eigenen van kennis. Ook barden en minstrelen zouden tegenwoordig nauwelijks emplooi vinden.
Tenzij bij radio, tv, of grammofoonplatenmaatschappijen.

Vonnis en enig verweer
Het lijkt me nuttig nog wat meer van dat laatste artikel door te geven. De schrijver vertelt: "Het merendeel van de onderzochte preken ('t lijken wel patiënten, P.) ademt volgens prof. Bolkestein een ouderwetse sfeer. En dat komt niet alleen doordat de predikanten ouderwetse woorden gebruiken. Zij maken ook onkritisch gebruik van verouderde voorstellingen.
Nergens constateren predikanten bijvoorbeeld dat het bijbelse wereldbeeld niet klopt met het nu geldende wereldbeeld. Het heeft er volgens prof. Bolkenstein de meeste schijn van, dat de prediking hieraan eenvoudigweg voorbijgaat. " Dat laatste lijkt mij eerlijk gezegd nauwelijks een serieus verwijt. Je mag toch aannemen, zoveel eeuwen na Copernicus en Galileï, dat zelfs een schoolkind weet, dat de aarde, astronomisch gezien, niet het middelpunt van het heelal is. Akkoord, de aarde draait om de zon, maar in de bijbel draaien Gods bemoeiingen om de aarde, nader om de mens op die aarde.
Verder heb ik er geen enkele moeite mee, dat zowel voor de bijbelschrijver als voor mij de zon op- en ondergaat.
Zo nemen wij het nu eenmaal waar - toevallig?
Maar 't kan zijn, dat ik prof. Bolkestein zo niet goed begrijp. De volgende zin luidt immers in genoemd artikel: "Ook de bijbeluitleg en de leerstelligheid zijn weinig bij de tijd. Al de onderzochte preken laten maar weinig merken van nieuwe inzichten."
Ja, misschien ontbreekt het de meeste predikers aan tijd om alle nieuwe inzichten bij te houden. Misschien ook herkennen zij in die nieuwe inzichten stokoude ketterijen en zeggen zij het De Prediker na: er is niets nieuws onder de zon. Of zij willen de hoorders niet vermoeien met het bestrijden van theologen, die toch niet bij hen in de kerk zitten. Mogelijk achten zij de nieuwe sterren aan de theologische hemel (wellicht ook een restant van een verouderd wereldbeeld) als kometen die wel een vurige staart (van aanhangers) maar nochtans een kort leven hebben. De vraag is: wat wordt met nieuw bedoeld als het gaat om "nieuwe inzichten" ?
Maar, alweer volgens dat artikel, het onderzoek wees meer uit - nare symptomen, die wel degelijk op ernstige ziekte kunnen wijzen. Hoor (ik bedoel: lees) maar: "Het is prof.
Bolkestein opgevallen, dat het gepreekte christendom een vreugdeloze aangelegenheid is. De meeste preken zijn wettisch. Ze zwepen de kerkgangers op tot allerlei moeiten. Van een bevrij dend mogen en van hoopvolle verwachting is maar weinig sprake. Of nu linkse of rechtse pastores aan 't woord zijn, maakt geen verschil, aldus prof. Bolkestein. Van dat wetticisme, dat (onheilig) moeten kan ik me wel iets voorstellen.
In de eerste plaats, omdat het zowel aan de angst voor de vrijheid tegemoet komt: ze mocht eens ontaarden in bandeloosheid. Maar ook omdat wetticisme doorgaans een gelukkig huwelijk lijkt te Ieiden met conservatisme (in de nare zin van het woord). Juist daarom preekt het zo makkelijk weg; maar hier is "hetzelfde te zeggen" even kwalijk als slaapverwekkend. Een volgende keer nog wat meer.
Maar alvast tot troost van deze of gene collega: prof. Bolkestein "zegt ervan overtuigd te zijn, dat er in het onderzochte tijdvak van 1973 elders beter is gepreekt, maar - zo zegt hij - heel veel goede predikers gaven hun preek niet in druk'." Maar goed ook?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief