Jeremia

1978-01-20
  • Jaargang 22
  • nummer 3
Waarheen?
We doen er goed aan niet zo te klagen en te schelden. Wie scheldt, distantieert zich van schuld en medeverantwoordelijkheid, Maar als je erkent dat je met een oordeel van de HERE te maken hebt, kun je dat niet maken. Dan is er geen ruimte voor schelden, maar voor verootmoediging.
En verder zullen we ons moeten afvragen: Waar gaat het ons om?
Gaat het ons om welvaart en luxe of om Christus? Gaat het ons om de spijs die vergaat of om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven? Het ging Israël om de spijs die vergaat. Die stond centraal en niet Jahweh. Bij ons zal het anders moeten zijn. Het zal ons te doen moeten zijn om het waarachtige brood dat uit de hemel neerdaalt: Christus. En als de vraag gesteld wordt: waarheen? zullen we met Petrus moeten zeggen: Naar wie zullen we anders gaan dan naar U? U hebt woorden van eeuwig leven (Joh. 6 : 68). Dan geldt voor ons: wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid en wie heilig is, worden nog meer geheiligd (Openb. 22: 11). Dan kan de grote droogte ons geen schade meer doen. Want dan hebben we recht op het geboomte des levens en mogen we nemen van het water des levens om niet.

JEREMIA 23 : 9-32

Schokkend
De profetieën van hoofdstuk 23 over de valse profeten horen vermoedelijk thuis in de laatste regeringsjaren van Joakim. Overigens is een exacte datering van deze profetieën niet zo belangrijk, want tien jaar later zouden ze nog even actueel en toepasselijk en schokkend zijn.
Dat schokkende is het eerste dat naar voren komt, Jeremia zelf is er helemaal van ondersteboven: mijn hart is in mijn binnenste gebroken. Hij is helemaal verbijsterd. Hij staat te trillen op zijn benen. Het duizelt hem. En dat komt door wat Jahweh hem geopenbaard heeft over de priesters en profeten (vs. 9). Hij had daar nl. helemaal geen vermoeden van. Jeremia kwam zelf uit een priestergeslacht en hij was zelf profeet.
Wat Jahweh over de priesters en profeten openbaarde, kwam in zijn eigen hart niet op. Jeremia hield zich daar ver van. En een mens is altijd geneigd de wereld om zich heen te taxeren vanuit zijn eigen instelling. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten, Jeremia zal heus wil eens iets bij de priesters en profeten gesignaleerd hebben, dat niet door de beugel kon. Maar dat het zo erg was, had hij nooit vermoed. Naar buiten toe waren ze immers zo vroom. Bij het indrukwekkende af. juist daarom schokt het hem zo, als Jahweh een boekje over hen open doet.

Echtbrekers
Walt heeft de HERE hem laten zien? Het land is vol echtbrekers. Het woord echtbreuk wordt in de Schrift zowel in letterlijke als in figuurlijke zin gebruikt. In figuurlijke zin duidt het aan de afval van Jahweh door het dienen van andere goden. In Jer. 23 mogen we wel aan beide betekenissen denken. Het land gonsde van de afgodendienst. Maar echtbreuk in letterlijke zin was ook schering en inslag, En de HERE legt in vs. 10 nauw verband tussen die echtbreuk - in beide betekenissenen de situatie waarin het land verkeert.
Die situatie was niet zo rooskleurig. Er ligt een vloek over het land. Alles is verlept en verdord door de droogte (vgl. hoofdst. 14). Als gevolg daarvan gaat het niet best met de economie. De productie is teruggelopen. Het land' is met onvruchtbaarheid geslagen.
Dat komt, omdat de bewoners het kwaad najagen en zich sterk proberen te maken door onrecht te plegen (23: 10). Daarom is die vloek over het land gekomen.
We mogen daar in onze tijd ook wel eens aan denken. Het gaat niet zo best met de economie. De inflatie grijpt om zich heen. Fabrieken worden gesloten of krimpen hun personeel in. De werkeloosheid groeit. Economische en financiële experts zoeken ijverig naar oorzaken. Ze geven allerlei verklaringen en adviezen. Maar welke maatregelen er ook genomen worden, ze hebben allemaal b1lijkibaar weinig effect. Of nu het ene advies gevolgd wordt of het andere, het maakt allemaal weinig uit. De teruggang is niet tegen te houden. Dat zou wel eens kunnen samenhangen met het feit, dat één factor stelselmatig buiten beschouwing blijft: de afval van Jahweh, de massaliteit van de echtbreuk in de Bijblse betekenis van het woord, het onrecht. Dat God vanwege dat alles wel eens een economische teruggang kan zenden, ligt mijlenver buiten de gezichtskring.
Wie houdt er nog rekening mee, dat het wel eens een vloek, een oordeel van Jahweh over de wereld kan zijn?

Priesters en profeten
In Juda zagen ze dat verband ook niet. Ze zagen wel, dat het land er erbarmelijk aan toe was en dat het niet goed ging met de economie. Dat voelden ze aan den lijve. Maar ze zagen het verband niet met hun levenswijze: het kwaad najagen. Ze konden dat verband ook niet zien, omdat ze van dat kwaad bij zichzelf helemaal niet overtuigd waren. Toch was dat kwaad er wel degelijk. Juist ook bij de priesters en de profeten. Ze plegen heiligschennis, zegt de HERE (vs. 11).
Het woord dat hier gebruikt wordt, heeft te maken met: vervreemden van de eigenlijke bestemming.
Hun leven dat getypeerd zou moeten zijn door het feit, dat ze door God in beslag genomen waren voor zijn dienst en dat van de buitenkant af gezien daar ook nog als eens mee te maken had, was in werkelijkheid van God vervreemd, Zelfs in de tempel heeft Jahweh hen op goddeloosheid betrapt (vgl. Ezech. 8.). De profeten in Jeruzalem, tot wie Jeremia zich richt, hebben het nog bonter gemaakt dan destijds de profeten in Samaria. In Samaria was de afgodendienst ver doorgedrongen.
Daar liep het volk achter de Baälsprofeten aan. Door hen werd het volk misleid. En dat was ergerlijk en verschrikkelijk, Want het was niet zomaar een volk. Het is mijn volk, zegt Jahweh (vs. 13).
Dat moeten we even goed noteren. Ook het Noordelijke rijk was en bleef Gods volk. Toen ze wegbraken van het koningshuis van David en zich distantieerden van de eredienst in de tempel te Jeruzalem, was daar geen verandering in gekomen. Ze bleven het volk van God. En dat volk werd misleid door Baälsprofenen. Dat vindt de HERE verschrikkelijk.
Ook vandaag geldt dat nog. De christenheid is weliswaar uiteengevallen in een onnoemelijk aantal kerken. Maar tegen welke kerk je ook oploopt, je hebt altijd te maken met Gods volle En de HERE vindt het verschrikkelijk als dat volk misleid wordt door profeten van Marx of Mao of Marcuse. Maar erger nog dan die Baälsprofeten in Samaria vindt de HERE de profeten in Jeruzelem.
Die profeteren weliswaar niet in de naam van Baäl. Ze profeteren in de naam van Jahweh. Maar intussen zijn ze echtbrekers en onbetrouwbare leugenaars (vs. 14).
Het gevolg daarvan is, dat niemand van het volk zich bekeert.
Omdat deze profeten zich in hun eigen leven overgeven aan goddeloosheid en aan het verachten van Gods wet, roepen ze ook anderen niet tot bekering op. Daarom is er niemand die zich bekeert. Iedereen denkt dat de manier waarop hij leeft, wel goed is. Daarin worden ze gestijfd door de profeten. Die zeggen voortdurend tot hen die Jahweh verachten: vrede over u van Jahweh, En rot hen die wandelen in de verstoktheid van hun hart, zeggen ze: geen kwaad zal u overkomen (vs. 17).

Misleiding
Zulke profeten vind ik veel erger dan de Baälsprofeten, zegt Jahweh. Want bij de Baälsprofeten kan men weten waar men aan toe is. Ten aanzien van hen kan het duidelijk zijn, dat Ik niet door hen spreek en niet achter hen sta. Maar het afschuwelijke van te profeten in Jeruzalem is, dat ze de naam van Jahweh gebruiken om de goddeloosheid te sanctioneren.
Ze sussen de mensen in slaap met hum vrome woorden en met bemoedigende bijbelteksten. Vrede zij u, zeggen ze, geen kwaad zal u overkomen. Psalm 121 ligt hen a.h.w. in de mond bestorven, Jahweh is uw Bewaarder, de schaduw aan uw rechterhand. Hij zal u bewaren voor alle kwaad.
Is dat niet prachtig? Het zijn toch onvervalste bijbelteksten? Ik hoorde in een ziekenhuis een mij onbekende predikant in de zaal zeggen: u bent allemaal Gods oogappel.
Dat klinkt aardig, Ook voor de radio kun je wel eens dergelijke klanken horen. Zonder onderscheid wordt tot iedereen gezegd: vrede zij u. De HERE zal u bewaren.
Kijk, zegt Jahweh, op die manier wondt mijn volk nu misleid (vs. 32). Zo worden ze in slaap gesust. Zo worden de handen der boosdoeners gesterkt (vs. 14). Want die denken nu: we kunnen rustig doorgaan. We hebben niets te vrezen. Jahweh is toch met ons.
Of we nu onze vrouw in de steek laten en er met een ander vandoor gaan of de arme verdrukken of onszelf handhaven en verrijken door onrecht en oneerlijkheid, het doet er allemaal niets toe. Het is niet van belang. Want we komen gewoon in de tempel en brengen onze offers. En daar krijgen we van de profeten de godsspraak mee: vrede zij u. Jahweh zal u bewaren en voorspoed geven. Wie zonder onderscheid aan iedereen maar loopt te vertellen: vrede zij u, is een misleider, Hij tekent een beeld van God dat volledig bezijden de waarheid is. Zulke predikers en profeten hebben dan ook helemaal niet in de raad van Jahweh gestaan en zijn woord niet vernomen (vs. 18, 22). Wat zij zeggen, komt niet bij Mij vandaan, zegt de HERE (vss. 16, 22, 32). Het lijkt alsof dat wel zo is. Ze citeren zelfs bijbelteksten. Maar als zulke citaten worden doorgegeven aan mensen die zich in hun dagelijkse levenspraktijk met van God aantrekken en zelfgekozen wegen gaan, hebben deze woorden van troost en bemoediging niets met God te maken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief