Modernisten aan de schandpaal gezet door de Marxisten
1978-01-20
In Die Grenzbote, het kerkelijke orgaan van de Alt-reformierten Gemeinden in Bentheim trof ik dit merkwaardige en ontdekkende artikel aan. Het is van de hand van dr H. Baarlink die onlangs aan de Theologische Hogeschool in de Oudestraat cum laude promoveerde tot doctor rn de theologie.- Jaargang 22
- nummer 3
Gedurende de laatste jaren hebben in de DDR (Oost-Duitsland) dichters in toenemende mate naar bijbelse stof voor hun werk gegrepen. Wel te verstaan: Marxistische dichters. In het Zondagsblad voor Evangelische Gemeenten in ge provincie Brandenburg "De Kerk van Potsdam", nr. 41 van 9 oktober 1977 lees ik over een blijspel van Peter Hacks: Adam en Eva, verschenen bij Reelam in Leipzig 1976.
Naar de mening van de schrijver stelt het grote beeld van de zondeval "deonvoorstelbaarheid van een ideale toestand" voor. De uittocht uit het Paradijs is de noodzakelijke weg naar de vrijheid met al haar lijden en risico's.
Nadat Adam schaamteloos over zijn weg naar de vrijheid gesproken heeft, vraagt Eva aan God: "Heere, U verbergt Uw ogen. Spreekt hij heel anders dan hij moet spreken?" Het antwoord van God is kort: "Geheel zoals hij het moet". Zonder optimisme en zich geheel bewust van het feit, dac alles altijd onvolmaakt is, spreekt Adam dan de, zoals men dac noemt, dialectische (schijnbaar tegenstrijdige) spreuk uit: "Het Paradijs - het was gekomen, toen wij het verloren". Daarop weent God. En Eva is ontroerd en zegt: "U weent, Heere. Heeft hij U zo sterk teleurgesteld?" En dan zegt God: "Neen, mensen, jullie hebben gelijk. Gaat Uw gang!"
Een spotter? Waarlijk niet.
Hij neemt op, wat anderen voor hem van de geschiedenis van de zondeval gemaakt hebben. Hij veroorzaakt een schokeffect en naar aanleiding van de woorden van de reeeneent in genoemd kerkblad wil hij dat blijkbaar. Hacks vindt het van de Christenen dwaas, de boodschap van de Bijbel zo goedkoop prijs te geven ten gunsec van een moderne kletsboodschap. In een woord achteraf gaat hijzelf op dit thema in. En dan begint het voor schut zetten. Luister naar hemzelf. "Het Christendom zou voor die Christenen gered moeten worden, die al het mogelijke en onmogelijke op de mesthoop gooien. Eerst vond men in de mest de Madonna's Eggen, die de Christenen uit hun kerken gegooid hadden.
- Dat zou de kunstenaars nog naar de zin kunnen zijn.
- Zij verzamelden de oude moedergodinnen en zetten ze thuis in hun vertrekken met kunstvoorwerpen.
- En sedert kort vinden de kunstenaars, als ze langs de mesthopen lopen, ook de Heilige Geest, de Zoon en niet zelden de Vader. De Christenen zelf hebben ze weggegooid. - Ze hebben het Christendom verkleind tot een restant van uitspraken over gerechtigheid, deugd en de oprichting van een meer waardige wereld..."
Horen wij dat? Hoe een marxist de ketterijen in de kerk te kijk zet? Hoe hij een leertuchtproces opent tegen die modernisten in de kerk, die met de Vader en de Zoon en de Heilige Geest tegenwoordig evenzo weinig kunnen beginnen als de beeldenstormers met de heiligenbeelden?
Hij heeft slechts bijtende spot over voor die zogenaamde christenen, voor wie naar zijn woorden het Christendom gered zou moeten worden. Een marxist, die nadenkt applaudisseert zeker niet, als mensen in de kerk menen alles op de mesthoop te moeten werpen, wat boven het geloof in het heden uitgaat. Hij heeft daarvoor alleen maar verachting over. En hij is daarbij ook nog wat moediger en minder mis te verstaan als menigeen binnen de kerk. Hij kent kennelijk ook niet de terughoudendheid, die meestal direct binnen de kerken opduikt, als het om de vraag gaat, of hier of daar de maat van de ketterij niet vol is. Hij schijnt helemaal niet het zogenaamde probleem van vele protestanten te kennen, dat, zoals men meent, niemand behalve God een oordeel toekomt over de Waarheid en de leer der dwaasheid. De marxist heeft door Gods "algemene?" genade een goede speurzin ervoor, dat tegenwoordig iets geheel anders wordt prijsggeven op de mesthoop wordt gegooid, als Madonnabeelden, rozenkransen of dogmatische droge kost. En wat er dan overblijft: "Een rest van uitspraken over gerechtigheid, deugd (moraal) en de vorming van een waardiger wereld", sociaal-kritische theorieën, de roep naar zogenaamde structuurverandering, het gemakkelijk te geloven gepraat over een wereld zonder uitbuiting ; dat alles verdient naar de mening van de marxist Hacks niet meer de naam, christelijk genoemd te worden. Daarom kan hij op zijn best zijn blijspelen daarover schrijven. Terwijl het een tragedie is!
De kerk in de DDR publiceert dit "aan de schandpaal stellen" van het modernistische, uitgeholde Christendom. Zij ziet wellicht achter de marxist Hacks een Andere, Die in de Hemel woont en lacht en spot. Door het nadenken over dit alles komt in mij de herinnering aan een gesprek boven, dat ik kortgeleden met een predikant in de DDR had. Hij vertelde mij, dat enige maanden geleden enkele kandidaten in de theologie een bezoek reis door de DDR hadden gemaakt en daarbij ook zijn gemeente hadden bezocht. Zij zouden zich uitgebreid op de hoogte hebben gesteld, van wat er zo allemaal in de kerk gebeurde.
Welnu, de predikant van de gemeente had hun verteld over de godsdienstoefeningen, over de zorg voor de belijdeniscatechisanten, over jeugdwerk en verzorgde jeugd vakanties en nog enkele dingen meer. Maar de bezoekers hadden voor prediking en onderwijzing, voor onderricht en jeugdwerk geen bijzondere interesse getoond. Op een manier, alsof dat allemaal bijkomstigheden waren. Tenslotte hadden ze gevraagd, of de kerk zich dan helemaal niet met de maatschappelijke politiek bezig hield. Ze hadden de indruk gemaakt, alsof dat nu eigenlijk het ware was.
Mijn broeder in de DDR vertelde mij dit enigszins grinnikend, maar in feite was hem dit zonder meer onbegrijpelijk.
Ten eerste moet men al heel erg dom zijn, als men meent dat een kerk in de DDR zich met de politiek in de maatschappij of kritiek op de maatschappij kan bezighouden. Maar buiten dat, wat voor totale verwarring en verdwazing zit daarachter, als men meent: Dát heeft de Heere Jezus bedoeld, toen Hij de jongeren tot Zijn getuigen maakte, om het Evangelie aan alle schepselen te verkondigen.
Staan daarom niet allen, die binnen de kerk verraad plegen tegenover het evangelie, aan de schandpaal van de marxistische schrijver Hacks? De Heilige Geest, de Zoon en de Vader liggen op de mesthoop van het modernisme.
Belijdenissen worden als lege formules, als oude dozen weggegooid.
dan maakt men zich op de wereld te verbeteren. Wij willen zeker de sociale opdracht van de kerk niet loochenen. Wij zouden dwazen zijn, als we niet zouden erkennen, dat daar wat gebeurt, waar het Evangelie geloof vindt, waar mensen de vingerwijzing van de Vader volgen en waar de Heilige Geest ons in alle waarheid leidt. Maar dat is dan de kracht van het Evangelie, zijn draagwijdte, zijn werking. Wie de opdracht van de Kerk, haar centrale en niet op te geven opdracht ergens anders zoekt dan in de verkondiging van de gekruisigde en opgestane Heer en Heiland Jezus Christus, heeft de opdracht in de mest geworpen. Hij staat daar zonder opdracht, ook al maakt hij voor zichzelf een heel programma, Wie niet gelooft in de veranderende kracht van de verkondiging van het evangelie in prediking en onderwijzing, maar wie voor zichzelf een programma maakt, die "stelt vlees tot zijn arm" en bouwt op zand. In plaats van het Evangelie komt dan opnieuw een wet, de wet van het eigen handelen.
Tegenover dit ontmoedigend en belofteloos streven staat nu merkwaardig verkwikkend het getuigenis van Christenen in de DDR, waaraan we bemerken welke kracht Gods Woord heeft, wat vandaag de prediking van het evangelie vermag, wat dáár gebeurt, waar Gods Geest mensen leidt. De ware revolutie doet zich dáár voor, waar het de door God gewerkte revolutie in mensenharten is, waar alles verandert, waar alles eenvoudig op grond van de roep: "Geloof in de Heere Jezus Christus, dan wordt alles anders. Volg Hem na, dan wordt het leven weer waard om te leven, ook het leven van de ander."
Het is ons wél, dat kandidaten in de theologie het Oosten van ons vaderland bezoeken. Maar ze moeten zich daar maar laten vertellen wat de Geest aan diegenen doet, die Jezus Christus uit de doden opgewekt heeft. Ze zouden moeten vragen of dáár het evangelie een reddende kracht is. Dan zouden ze veel kunnen horen en in dat vele het ene: Ja, het Evangelie heeft kracht en deze kracht is onvergelijkelijk veel troostvoller (voor zijn vrienden) en onvergelijkelijk veel belangrijker (voor zijn vijanden) dan het gedaas en gedoe van maatschappelijk-politieke acties.
Toen ik dit artikel gelezen had dacht ik aan een woord van dr W. v.d. Bergh "het geweten der Doleantie".
Hij zei nl. eens: je moet altijd goed naar de vijanden van de kerk luisteren - die zien haar gebreken het scherpst.