Geef mij je hand

1978-01-27
  • Jaargang 22
  • nummer 4
U weet al dat de Kelten uit vijf landen (Schotland, Ierland, Man, Kanaaleilanden en Wales) in hun jaarlijkse toogdagen een groot-Keltische beweging tot uiting brengen. Een andere uiting van die verbondenheid is het jaarlijkse Pan-Celtic Songfestival, waar nieuwe en oude Keltische liederen worden gezongen en waar sterk op het historische karakter en het volkseigene wordt gelet.

Gewoontijk hebben die Keltische liederen een nostalgische lading. De Kelten zingen graag over hun verleden, hun traditie, hun verdriet en hun geluk. Ze hebben hierin de neiging zich op te sluiten, zich te verliezen in een introverte levenshouding, die niet genoegzaam rekent met de grote wereld rondom hen. In verschillende details zijn de Kelten vergelijkbaar met onze Friezen: in hun liefde tot hun landstreek, hun taal, hun historie.

Des te meer opvallend is het lied van Iain Macleod, dat op het festival vorig jaar te Killarney de hoofdprijs in de wacht sleepte. Dat lied heet: "Geef mij je hand". Het is zowel in het Engels als in het Gaelic (Schots Keltisch) gezongen door Mary Sandeman, die meer naam heeft dan die van sherry alleen. Aan elke zijde van het beschikbare gramofoonplaatje staat een versie. De muziek is van E. MacSpence. En het opvallende van het lied is, zoals Oban Times destijds fijnzinnig opmerkte, dat deze Kelt de nationale traditie doorbrak, de wereldverbroedering bezong, voor zijn christendom uitkwam en bovendien nog de winnaar van het concours werd. Als u daar iets meer van wilt weten, volgt hier eerst de tekst, vrij vertaald uit het Engels:

Mijn grootvader en de jouwe
hebben in hun jaren maar weinig vrede gekend:
ze voerden oorlog en gingen elkaar te lijf -
laten wij tenminste vrienden zijn.

Ze vochten en verbloedden, toen stierven ze.
Nu liggen hun lichamen naast elkaar,
hun kinderen staan boven dezelfde groeve te wenen -
o neem mijn hand aan, geef mij je hand.

Mijn beste vriend is zwart gekleurd
en in je trots keerde je hem de rug toe,
alleen omdat we liefde tekort komen -
ga mee, geef hem je hand.

Ik ga naar de kerk, kniel neer en bid.
Misschien wel fout, net als je zegt,
maar laat vriendschap toe, laat de liefde blijven -
hier is mijn hand, geef mij je hand.

En het beheersende refrein, het schone chorus zogezegd, luidt:

Geef mij je hand, geef mij je hand,
zo zal de wereld begrijpen,
dat in elk land vrede kan komen -
geef mij je hand, geef mij je hand!

ons zulk een lied opstelde: alleen met het doel de Christusbelijders uit de gereformeerde gezindte tot elkaar te brengen? Subsidiair: alle groepen gereformeerden zo ver te krijgen, dat ze in de andere denominaties een stukje van Christus' gemeente mochten erkennen?

Misschien zijn gereformeerden daar nog niet rijp voor; of niet meer. Maar de pan-Keltische wereld is rijp voor een lied, dat om wereldvrede smeekt. De zangeres Mary Sandeman zingt het lied met overgave maar uiterst simpel. De muziek vraagt ook al geen aandacht. Zonder twijfel, de tekstdichter zelf heeft de hoofdprijs verkregen: door zijn tekst en door de achterliggende gedachte.

Het plaatje is voor een populair prijsje te koop. Er zit geen hoes om en de tekst krijgt u er niet bij. Maar die kent ieder. Ik kreeg de tekst in mijn bezit: op de achterkant van een menu, door de dichter in het Engels voor me opgeschreven. De dichter Iain Macleod is namelijk een predikant uit Oban en vaak tref ik hem op een lunch. Hij is een geboren Kelt, zo een van het eiland Harris (denkt u aan Harris tweed?) waar de jongens het Gaelic als moedertaal indrinken en pas Engels leren als ze naar de High School gaan.

Een vriendelijk en zachtmoedig man, die ds Macleod. Als je zijn handschrift beziet schijnt hij een fijnzinnig, knap, snel denkend en impulsief handelend mens te zijn. Als je hem zelf ziet: een bescheiden, haast verlegen man met onschuldige blauwe kijkers. Houd zulk mensen in het oog.

Want hij heeft als Paulus veel mensen met listigheid gevangen.' Hij kom meedoen met de prijsvraag, want hij kent zowel Engels als Gaelic uitnemend. Maar hij zag ook de beperkte horizon van de Kelten. Hij bracht een noodzakelijke verbreding van hun denken. In plaats van herinnering aan vroegere verdrukkingen en onrecht bracht hij de positieve christelijke liefde. Want hij vergat zijn christelijke boodschap allerminst - dat kon je van hem verwachten. Niet prekerig, eerder verontschuldigend, neemt hij de mogelijke tegenspreker alle wind uit de zeilen. Zoals elk zinnetje van zijn lied blijft haken, zo ook de zin "ik ga naar de kerk, kniel neer en bid". En als de rest aanvaard wordt, dan deze zin ook. Hij verheft zich niet, laat de ander in zijn waarde, maar vraagt om een vriendenhand ; en wie kan die weigeren? Overal in het land, in de tanden, zingt men dit lied, dit goede lied; men blijft het zingen op avondjes, bij feesten, bij ceilidh's, op bruiloften en partijen. "Ik ga naar de kerkmaar geef mij je hand".

Nog even tijd voor een verhaaltje? Het vorig jaar hadden we onze tuinman Gart - in deze kolommen welbekend - een week meegenomen naar hier. Overstekende in Oban liepen we tegen de dichter aan. "Hallo, Iain," riep ik, "maak eens kennis met mijn oude vriend Gart: twee en tachtig jaar en still going strong". "Dat is dus net als Johnny Walker", zei Iain prompt. Daarop feliciteerde ik hem met zijn juist gewonnen festivalprijs. Hij ging daar nauwelijks op in maar stelde een paar vragen aan Gart. Die zei achteraf: "waarom noemde die aardige man mij minister?" Het antwoord was: hij noemde jouw mister Gart - maar zelf is hij een minister".

En dat brengt u tenslotte op de vraag: hoe gaat het met ons aller vriend Gart?
Die mag niet mopperen, zou Gart zeggen. Voor twee weken was ik nog even in het moederland, hard lopen en niet vallen, maar wél even onze vriend Gart opgezocht. Elk afscheid kan het laatste afscheid zijn, zegt hij, maar we hopen elkaar weer te zien. Als dit artikel gepost wordt hoopt Gart 83 jaar te worden.
Zullen we hem daarom samen maar hartelijk gelukwensen?

Hier is mijn hand, geef mij je hand.


Enkele correcties
In het artikel "Twaalf dagen na Kerstfeest" kwamen enkele nare zetfouten voor. Nu kunnen we naar de aard der liefde wel veronderstellen, dat u zo vriendelijk waart ze zelf te wijzigen. Dat is toch te veel gevraagd; dan zouden we even goed heel wat minder aandacht aan onze artikelen kunnen wijden. Maar wat met zorg is opgesteld verdient o.i. ook een nauwkeurige weergave. De "gewone" zetfouten dan maar daargelaten verzoeken we u vriendelijk voor George Orwell's boek de titel ,,1984" te willen lezen; en niet ,,1948". De tegenhangers van de minstrelen heetten barden en niet Darden. En het happy end vonden de Britse postzegels niet onder de drempel - maar onder de slaande stempel ten postkantore.
Waar gehakt wordt vallen splinters, maar u kunt er niet mee blijven zitten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief