Om het ABC omtrent de kerk
1978-01-27
Ds. Douwe van Dijk van Groningen is negentig jaar geworden en is nog helder van geest. Ik wil hem daarmee nog van harte gelukwensen. Ds. Van Dijk heeft veel broeders onrecht aangedaan in de jaren zestig en niet minder verdriet. Maar ik blijf hem als een broeder "beschouwen en behandelen".- Jaargang 22
- nummer 4
En ik blijf hem dankbaar voor een reeks artikelen in De Bazuin die hij meer dan een halve eeuw geleden daarin schreef en die in mijn leven van grote betekenis zijn geweest. Ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag werd hij door een journalist van het "Reformatorisch Dagblad" geïnterviewd. In dat interview zei ds. Van Dijk o.a.
Maar wat mi de ware kerk is? In januari 1937 zei ik in een preek in Groningen "dat als Paulus op dit ogenblik een brief zou willen schrijven aan de Kerk van onze Heere JezusChristus in Groningen, hij toch een adres moest hebben, dat hij van die brief niet onderscheidene doorslagen zou maken en dat dit adres dan zou wezen het adres van de scriba van de Gereformeerde Kerk te Groningen." Dat zou nu zijn: het adres van de Vrijgemaakte Kerk.
Ik wil naar aanleiding van deze uitspraak van Ds Van Dijk een paar opmerkingen maken. Ik begin met enkele uitspraken uit de gereformeerde wereld.
1. Allereerst een uitspraak van Prof. Greijdanus. Ze is te vinden in zijn studie: Kerk en Koninkrijk Gods: "De kerk bestaat uit mensen. De heilige engelen behoren er niet toe. Het zijn mensen, die door God ter zaligheid zijn uitverkoren, door de Zoon Gods zijn vrijgekocht, door Hem worden geroepen en vergaderd, begiftigd met vergeving van zonden, vernieuwd' door de Heilige Geest, gebracht tot het dienen van God met het ganse leven, hoezeer dan hier nog slechts in beginsel, en eens bekleed met volle heiligheid en zaligheid. Elk waar gelovige behoort tot de kerk."
En deze uitspraak nader omschrijvend verklaarde Prof. Greijdanus: "Elk waar gelovige behoort tot de kerk.
Daar bedoel ik alle uitverkorenen Gods mee. Ik heb het niet over de openbaring van de kerk in een bepaalde groep. Elk waar gelovige is lid door Gods werking in zijn hart van het lichaam van Christus. Ik heb dan al de uitverkorenen er bij genomen over heel de aarde, ja zelfs ook in de hemel en nog geboren zullen worden."
2. In de tweede plaats noem ik een paar uitspraken van Prof. Bavinck.
En wel deze: "Tot de kerk behoren dus alle gelovigen, die van de paradijsbelofte af tot op dit openblik toe op aarde geleefd hebben en in de hemel zijn opgenomen. Tot haar behoren alle gelovigen die thans nog op aarde leven." De katholiciteit van de kerk houdt ook in "dat de kerk één is en zonder uitzondering alle gelovigen tot alle volken, door alle tijden en aan alle plaatsen omvat." De kerk is katholiek "wijl zij, hoewel vroeger in minder volmaakte vorm bestaande (namelijk in de oude bedeling) toch van het begin der wereJd af op aarde ·geweest is en alle. gelovigen van Adams dag af in zich begrepen heeft." Bij de ecclesia universalis (de algemene kerk) moeten we denken "aan al de gelovigen saam, die thans in alle kerken, onder alle volken, in alle landen aanwezig zijn."
3. Olevianus, medeopsteller en eerste commentator van de Heidelb. Catechismus schrijft: "Waarom noemt gij de kerk een algemene kerk? Daarom, dat er, evenals er slechts één Hoofd van de kerk is, namelijk Christus, zo ook alle gelovigen van Adam aan tot aan het einde der wereld zijn lichaam zijn en, als één lichaam door de Heilige Geest, allen door één Hoofd verlost zijn, in één Hoofd ingelijfd zijn en aan één Hoofd verbonden blijven door de Heilige Geest."
4. Calvijn schrijft dat de Schrift over de kerk "in tweeërlei zin" spreekt. "Soms wanneer ze de kerk noemt bedoelt ze die kerk, die inderdaad voor Gods aanschijn kerk is (re vera ecclesia est coram Deo) in welke geen anderen opgenomen worden dan die door de genade Gods, en door de heiligmaking des Geestes waarachtige leden van Christus zijn."
Maar dikwijls duidt de Schrift met de naam kerk de gehele menigte van mensen aan die over de aarde verspreid is en die belijdt, dat zij 'een God in Christus dient, door de doop in zijn verbond wordt ingelijfd, door haar deelneming aan het Avondmaal haar eenheid in de ware leer en liefde betuigt, eenstemmigheid heeft in de ware leer en liefde betuigt, eenstemmigheid heeft in het Woord des Heeren, en tot de prediking daarvan de dienst onderhoudt. In deze kerk zijn echter zéér veel huichelaars, zeer veel eergierigen, hebzuchtigen, kwaadsprekers, sommigen van een onrein leven. "Evenals het dus nodig is, dat we een onzichtbare, alleen voor Gods ogen waarneembare kerk te geloven, zo wordt ons geboden deze, die ten aanzien der mensen kerk genoemd wordt, hoog te achten en gemeenschap met haar te oefenen."
5. Artikel 27 van· de Ned. Geloofsbelijdenis begint zo: "Wij geloven en betijden een enige katholieke of algemene Kerk dewelke is een heilige vergadering der ware Christgelovigen."
Deze zin kan en mag niet anders verstaan worden dan dat de kerk de vergadering is van alle Christgelooigen. Als iemand zegt: dat is de stal van de schapen, bedoelt hij natuurlijk van alle schapen en niet van een deel daarvan. Zo ook kan en mag men de zin dat de kerk in art. 27 niet anders worden verstaan dan dat daarin gezegd wordt dat de kerk alle gelovigen omvat. Dit wordt onweerlegbaar wanneer men overweegt dat de Dordtse synode in de Latijnse vertaling van onze belijdenis die ze ten behoeve van de buitenlanders liet maken het woord alle er ten overvloede heeft ingevoegd.
6. Paulus schrijft in Ef. 1 : 22, 23 dat de kerk het lichaam van Christus is. Nu kán men zeggen: daarmee is nog niet gezegd dat het lichaam van Christus óók de kerk is! Immers men kan zeggen: koeien zijn dieren, maar men kan uit die zin niet concluderen dat nu ook alle dieren koeien zijn!
Maar nu zegt Paulus in Col. 1 : 18, 24 óók dat het lichaam van Christus de kerk is! Paulus zegt dus zowel: de kerk is het lichaam van Christus, als: het lichaam van Christus is de kerk.
Daardoor is duidelijk dat voor Paulus de kerk het lichaam van Christus precies hetzelfde zijn! Wie daarom lid is van het lichaam van Christus is, is ook lid van zijn kerk. En ook omgekeerd: wie lid van de kerk is is ook lid van Christus' lichaam. En wie zegt dat iemand niet lid van de kerk is zegt daarmee ook dat hij geen lid is van het lichaam van Christus!
Dit zijn enkele uitspraken die ik ter overweging geef aan de lezers nadat ze gelezen hebben wat ds Van Dijk over de kerk schreef. Ik wil hier nog aan toevoegen dat wie niet méér over de kerk zegt dan wat in de eerste zin van art. 27 der belijdenis staat nooit een goed zicht op de kerk kan krijgen.
En evenzo krijgt niemand een goed zicht op de kerk die, zoals ds Van Dijk, de eerste zin van art. 27 niet precies zo leest als die er staat, niet opvat zoals die alleen kan en mag opgevat worden. Wat in de eerste zin art. 27 over de kerk wordt gezegd is het ABC omtrent de kerk.
En ook omtrent die zin moet men de bekende uitlegkundige' regel van Prof. Lindeboom toepassen: Lees wat er staat, en: versta wat gij leest.
En na van dit alles kennis genomen te hebben komt als vanzelf de vraag op: kan deze elementaire waarheid omtrent de kerk ongehinderd verkondigd en geleerd worden in de "binnenverbandse" kerken?
Ten slotte nog dit. Indien men mij zou vragen: Als onze Heere Jezus een brief zou schrijven aan zijn kerk van Kampen aan wie zou die dan zijn geadresseerd? Dan zou ik op die vraag antwoorden: Aan allen, die door een waar geloof in Hem ingelijfd zijn. En ik geloof daarbij dat Hij daarin zeker ook zou zeggen: "Waarom luistert Gij niet naar Mij? Waarom scheurt gij mijn kerk?
Waarom verhindert gij, voor zover het u betreft, de verhoring van mijn vurige bede, die Ik tot mijn Vader opzond, toen Ik op het punt stond voor U aan het kruis uw zonden weg te wassen met mijn bloed. Deze bede: Vader, Ik wil dat allen die Gij mij gegeven hebt en Ik ga verlossen één zijn zoals Gij en Ik één zijn?" En zou Hij ook niet zeggen: "Gij zijt kerk - weest nu ook werk."