Luisteren of lachen?
1978-02-10
Veel mensen vinden de Prediker maar een boek van een gruwelijke pessimist, En als we eenmaal dat etiketje erop geplakt hebben, moeten we allerlei kunstgrepen uithalen, om er nog iets uit te halen, dat een beetje op een evangelie lijkt of erin past. Want wij, christenen uit het westen, denken nu eenmaal overwegend analytisch en in tegenstellingen. of ...óf. Wit of zwart. Vrolijk of somber. Himmelhoch jauchzend...zum Tode betrübt.- Jaargang 22
- nummer 6
Prediker is een typisch boek van oosterse wijsheid. Chokma, heet dat in het hebreeuws. Maar dat is nog wat anders dan kennis of inzicht. Het is meer iets als praktische levenskunst.
Maar ook weer geen moraal. Het is ook de vraag, of er in dit bijbelboek van één 'auteur sprake is.
Het heeft meer vaneen discussie. Samen redenerend de weg vinden door de levensvragen.
Maar dan zó, dat men de levenskunst bekijkt vanuit een geopenbaard gegeven.
Althans sommigen van de gesprekspartners proberen de weg van de 'levende chokma, de ware wijsheid aan te geven. Vandaar die stelling: "Je kunt beter luisteren naar de berisping van de wijzen dan naar het lachen van de dwazen."
Nee, dat is geen oefening in de "moraaltheologie". Verwacht dus van hen en mij géén zedenpreek. Want dan zou er al geen mens meer luisteren.
Als we het zó zouden vertalen: Je kunt beter luisteren naar een preek over de schepping dan luisteren naar een uitvoering van Haydn's "die Schöpfung", dan zouden we er niets van begrepen hebben.
Maar wat bedoelt de tekst hier met: het lachen van de dwazen?
Wel lachen is gezond. Humor is kostelijk. Mensen met gevoel voor humor zijn gezegende mensen. Humor is, naar het bekende gezegde, een lach en een traan. Gezonde humor werkt ontspannend. Het is een soort geestelijke yoga: een tintelende bevrijding uit een knellende band.
Maar het lachen van de dwazen heeft niets te maken met humor. Het lachen van de dwaas klinkt als het geknetter van dorens onder een pot.
U moet weten, dat de nomaden in de woestijn voor kookdoeleinden de gedroogde mest van kamelen gebruikten, waarmee ze stenen verwarmden die een prachtige, gelijkmatige warmte gaven. Maar soms was een kort, hoog opvlammend vuur nodig, b.v. om koeken te bakken, koeken, zoals in Hosea 7 : 8 genoemd worden. Nou, dan plukte je wat stekels van bepaalde, cacteeënachtige planten en je gooide een handvol van die "dorens" op de brandstof. Dat gaf een helder, opvlammend vuurtje, dat na korte tij d (als het vocht inde stekels door de hitte uitzete) knetterend en spattend met veel lawaai uitdoofde. Ziet u het gebeuren? Hoort u het?
Het lachen van de dwaas is net zó. Het klinkt fel óp. Brandt als een vuurtje. Kan zelfs éven verwarmen. Maar het 'dooft weer snel uit. Het maakt een boel lawaai, maar het is zó voorbij. Uitgebrand. Uit elkaar gespat. En wèg is het.
Prediker zegt niet,dat lachen niet gezond zou zijn. Maar als het lachen alléén dient als lawaai, om innerlijke leegte te verbergen, dan is het vuurtje zó maar uit.
Als het hart léég is; als het leven zonder inhoud is; als het leven alleen maar "bestaan" is, zonder richtingwijzer, zonder praktische levenskunst, dan kun je bombarie maken, zoveel als je wilt, maar het klinkt als het geknetter van dorens onder een pot; veel geschreeuw, maar weinig wol, 'zouden wij zeggen. Want "bestaan" zonder doel, zonder "zin", dat is "dwaasheid". De chokma, de levenskunst, dat is niet maar een manier van leven en verder niets, maar het is de kunst van leven van de mens, die er is, omdat God er is. Wijsheid in de bijbelse zin van het Woord, heeft te maken met onze schepping door God; onze verlossing door God; en ons wedergeboren leven vóór God.
De wijzen bij Prediker zijn niet de betweters, de moralisten, de wetticisten, de perfectionisten, de farizeeën, de theologen, de orthodoxen en ga zo maar door.
Want wat kunnen we met elkaar een lawaai maken. De betweters, die altijd wel weer een ánder smoesje klaar hebben, om gelijk te hebben. De moralisten, die altijd wel weten, waar de schoen bij de ander knelt, maar zèlf buiten schot blijven.
De wetticisten, die voor ieder gat een spijker hebben en er maar lustig op los slaan.
De perfectionisten, die niet rusten voor alles áf en klaar is.
De Farizeeën, die zèlfs hun bidden gebruiken, om te verbergen, wat er in hen leeft.
Vergeet de theologen niet, die zóveel lawaai maken, dat horen en zien je in de kerk en daarbuiten, vergaat. En wat kunnen de orthodoxe kerkmensen zingen van jewelste, omdat hun dogma's schijnbaar nooit uitdrogen.
Lawaai, lawaai, lawaai! Zingen, zingen, maar zonder leven; zonder ziel; zonder doel.
En weer gaat het carnavalsgejoel aan onze ogen voorbij. De maskerade van de verstopping; de pret van de vergetelheid. Geknetter. Gedaas. Lawaai. En dan is het uit. Het lachen van de dwaas. Rumoer van het leven, dat géén zin heeft.
Dán is luisteren beter dan lachen. Dus: béter. Het is niet óf het één óf het ander.
Maar luisteren is beter dan lachen, als je luistert naar de berisping der wijzen. Dus tóch een zedepreek? Nou, asjeblieft, dat hoeft voor mij niet. Dus helemaal géén zedenpreek.
Nee, in hun dispuut over de vragen van het leven, komen de gesprekspartners tot deze conclusie: Luisteren en lachen hebben met elkaar te maken. Want je kunt in feite niet écht lachen als je niet écht luistert. Zonder zin is je leven een maskerade. Met een lach en een traan. Maar als je de traan niet opmerkt, kun je de lach niet ervaren.
Er is tot in de vorige eeuw een streven geweest, om de zin van het leven te ontdekken. Op alle mogelijke manieren. Wijsgerig, theologisch, praktisch enz. Van welk standpunt men ook uitging, men ging er van uit, dat de kosmos een geordend geheel was.
Daar zijn we nu áf. Menis tot de conclusie gekomen, dat het vinden van een ratio, het zoeken van een schema, het denken in omlijnde begrippen, kortom 'het vinden van een levenseenheid en doel, onmogelijk is.
Men heeft zich gestort in het irrationele. Het onverklaarbare. Niets heeft zin. Niets heeft doel. Niets heeft toekomst. Wat moet je dan? Dan valt alles in puin. AlIe taboes worden weggevaagd, behalve dat éne: dat er geen taboe meer wezen mag. Je bestaan is een lot, waar je in geworpen bent. Je leven is, zoals de wijsgeer Heidegger zegt: "Sein zum Tode", dat is maar niet, dat je doodgaat, maar het is: bestaan in en voor dood zijn. Het Ievensgevoel van de angst heerst.
Nou, zingen dan maar, jongens, hoe geweldiger, hoe beter. Het lied van de dwaas, dat knettert en spat, maar ook zo weer uit is.
Het lied, de song en dan de heroïnespuit, de dodelijke drugs of de zelfvernietiging.
Dat is de achtergrond van ons moderne leven. Dat is de "boodschap" van pop en funk en hoe dat verder heten mag. De lach, die geen traan kent. De humorloze mens, die wacht op de atoomexplosie, die de wereld vernietigt.
Beter is, eerst in de wijsheid (die van boven is) de traan te ontdekken, die God schreit over zijn gevallen wereld. En de traan, het leed, dat we in de leegte van ons bestaan ervaren, als we God kwijt geraakt zijn. Want als je door de Geest van Christus de oorzaak van die traan hebt ervaren, kun je door diezelfde Geest ook de èchte lach ervaren.
De lach van het verloste mensenkind, dat zij n leed bij God brengt.
Dat is wijsheid, dat is praktische levenskunst, dat is èchte vrolijkheid: Eerst luisteren, dan lachen. De humor van het geloof. Dat niet brandt als een strovuur, maar laait en laaien blijft als een vuur van warmte en geluk, zelfs als je huilen moet van leed. De dwaas zingt en lacht zich dood.
Zalig zijn zij, die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Ga dat niet ontkrachten, door het te vergeestelijken: Wees ècht kind van God en dáárom: mens in de ware zin van het Woord. Met een lach en een traan.
Want Jezus Christus heeft ze beiden geheiligd door zijn bloed.