Sneeuwbal
1978-02-10
Bij de post, die tot verbazing van onze postbode Andrew bijna dagelijks blijft vloeien, kwam een brief binnen van een vriendelijke broeder, die bovendien een broederlijke vriend is. Wat hij voor ons persoonlijk schreef zullen we natuurlijk niet publiceren - maar wat ook u kan stichten, wel, daarvan mogen we wellicht iets aan u doorgeven.- Jaargang 22
- nummer 6
Hij schrijft dan onder meer: "Vergeef ons, dat we al de tijd na jullie vertrek uit ons vaderland niets van ons lieten horen: geen enkel schriftelijk contact.
Dat contact is er natuurlijk wel gebleven, via-via. Hoe zouden we kunnen vergeten de echte vriendschap die we in het verleden van jullie hebben genoten, de fijne zondagen, het ons in Christus aan elkander verbonden weten. Dit alles is onvergetelijk". En als we enkele dingen mogen overslaan vervolgt hij: "en dan Opbouw, waardoor we ook van tijd tot tijd het Schotse leven enigszins leren kennen. We krijgen de indruk, dat jullie je daar goed thuis voelen en toch ons in 't vaderland niet vergeten. God geve dat we elkaar nog eens van aangezicht tot aangezicht ontmoeten mogen".
"We leven", zo gaat hij verder, "in een wereld vol heerszucht, geldzucht, verdrukking, vervolging, geweld en tirannie, oorlog en revolutie. Radio, krant en televisie schotelen het ons met haast journalistieke wellust voor. Om er moe van te worden. Maar de HEERE regeert! Hij doet door elke verschrikking heen zijn koninkrijk komen".
"Trouwens", zo eindigt hij, "er zijn ook veel goede dingen op te merken. Hoe Gods Geest overal doorwerkt. Met name ook onder de jeugd. Plotseling kunnen we soms een teken daarvan zien. Zo kregen we vanmorgen een brief, afkomstig van jonge mensen, die vele jaren in ongeloof en onverschilligheid hebben voortgeleefd maar die tot geloof en bekering zijn gekomen en daarvoor de HEERE groot maken. Ze stuurden ons de hierbij ingesloten brief met verzoek, hem als een sneeuwbalbrief door te willen zenden. Nu, die brief gaat dan hierbij".
Mede namens velen willen we 11 vragen te bidden voor een wereldwijde opwekking [Lucas 11 : 10-13 en Joh. 15: 16b). Bidt dat wij christenen Keen hinderpaal zullen zijn voor deze opwekking, maar dat wij getrouwe dienstknechten van de Heer zullen zijn in mogelijke en onmogelijke situaties.
Wilt 11 hiervoor bidden gedurende de volgende zeven dagen?
Zendt alstublieft een kopie van deze brief aan vijf andere christenen, gedurende de volgende zes dagen. Het doel is een wereldwijde opwekking, zo God wil.
Wij geloven dat God mensen kan opwekken door de kracht van het gebed (Malt. 10: 7,8).
Wij kennen allen de sneeuwbalbrief als verschijnsel. Dikwijls gebruikt door goklustige mensen, soms misbruikt door lieden die uit zijn op andermans geld en die andermans geldzucht daarvoor listig inschakelen. De sneeuwbalbrief heeft geen beste klank onder ons, vooral omdat die gewoonlijk uitgaat van het eigenbelang.
Maar deze brief is geheel anders. Deze gaat niet uit van menselijk eigenbelang - maar van de komst van Gods koninkrijk. "Uw koninkrijk kome", zo ademt deze brief. Regeer ons zodanig door uw woord en Geest, dat wij ons steeds meer aan U onderwerpen. Bewaar en vermeerder uw kerk, verbreek de werken van Satan en van elke revolutionaire macht. Blaas in alle boze plannen die tegen uw heilig woord gesmeed worden. Totdat uw rijk volkomen zij, waarin Gij alles zult zijn in allen.
Welke oprechte christen kan dat alles niet van harte meebidden ? Voor wie liggen er moeilijkheden?
Voor de traditionalistische christen liggen er moeilijkheden. Toegegeven. Deze "methode" is door de vaderen niet gebruikt, misschien. Er zit een gokelement in, dat ontvanger dezer net zo gek is als schrijver dezes. Er zit (voor de traditioneel gebonden mens dan) de moeilijkheid in: dat mensen elkaar aansporen om Gods wereldprogram te verhaasten; dat mensen alzo onvoldoende rekenen met Gods voorzienigheid, die nauwkeurig bepaalt en weet op welke dag en welk uur zijn rijk volmaakt zal zijn. .
Jawel. En dit alles klinkt nog vroom en orthodox ook. Er zijn altijd wel lieden, die met een beroep op Gods almacht de zaak van Gods koninkrijk op zijn beloop 'laten. Zo herinner ik me een reeks preken van wijlen professor B. Holwerda over Gideon. Die Gideon had 's nachts het altaar van Baäl afgebroken, weet u nog wel? en vervangen door een heilig altaar. De "kerkmensen" in zijn omgeving zeiden tegen Gideons vader, die toevallig plaatselijk voorganger was: je zoon zal sterven! Maar Gideons vader antwoordde erg snugger: ga nu niet op de stoel van Baäl zitten, dat is levensgevaarlijk. Baäl komt heus wel voor zichzelf op.
Kijk, zei wijlen professor Holwerda, "die kerkmensen hadden wel gelijk. Want Mozes had hun geleerd bij monde van Gideons vader: wanneer uw naaste u heimelijk aanspoort om andere goden te gaan dienen - nu, daal.' stond doodstraf op. En ...vooraanstaande kerkmensen vinden dan altijd wel een geschikte oplossing voor de narigheid, waar de goegemeente inloopt".
Zo ongeveer zei hij het. En dikwijls zult u in het kerkelijk leven de waarheid van zijn woorden hebben ervaren. Buiten onze kerken en daar binnen. Een sneeuwbalbrief? Methodisme. Een wereldwijde opwekking? Geestdrijverij. De komst van Gods koninkrijk door ons gebed verhaasten? Zij die geloven haasten niet. En zo voort tot er de geestelijke dood op volgt.
Maar wat zegt de Bijbel? Ieder die bidt zal ontvangen. Ieder die zoekt zal vinden. Ieder die klopt die zal opengedaan worden. Dat zijn woorden van de Heiland zelf. Wat ge van de Vader begeren zult in Mijn naam, dat zal Hij u geven. Ook dat zeide Heiland. En tegen zijn twaalf discipelen zei Hij: predikt, dat het koninkrijk der hemelen nabij is gekomen. Geneest de zieken, reinigt de melaatsen, wekt de doden op, werpt de duivelen uit. Ge hebt het om niet ontvangen, geeft het gratis weg.
We weten nog meer. In het boek der openbaringen, dat schone beeldverhaal, wordt nog eens gesproken over de kracht van de gebeden der rechtvaardigen. Als (8 : 1-5) Gods oordelen rijp zijn, zijn het de gebeden der heiligen, die het sein geven tot het losbreken ervan. Onze dogmatici kunnen ons alles vertellen
wat zij weten over Gods voorzienigheid en zijn wereldprogram - maar de Schrift zegt, dat alles komt op onze gebeden. En laat onze dogmatici dan maar onze gebeden weer in Gods 'raadsbesluit inwikkelen (want zo zijn ze wel) de zaak blijft staan zoals hij is: de velden zijn wit om te oogsten ... bidt!
Een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel, zei Jacobus. Kijk maar naar Elia, een mannetje als wij. Op zijn gebed bleef het drie en een half jaar droog. Op zijn gebed kwam de regen terug. En wanneer mannetjes als wij (met uw verlof) aan het bidden gaan - dan zullen er wereldwijde dingen gebeuren.
Houdt maar vol, een dag, een week. Geeft het maar door aan anderen. Spoort ze aan om ook brouw te zijn. Vergeet desnoods de sneeuwbalbrief, maar houdt aan in het gebed: Uw koninkrijk kome. Maranatha. Kom spoedig Heere Jezus. De Geest bidt met ons mee. En de vlekkeloze bruid zegge: kom.
Dan staat er nog iets in die brief. Dat zal uw aandacht wel het eerst hebben getrokken. "Bidt, dat wij christenen geen hinderpaal zullen zijn".
Ai, dat komt hard aan. Wij christenen,' Gods eigen ambassadeurs, zijn plaatsbekleders hier op aarde, uitdelers van de menigvuldige genade Gods, ingewijden in zijn heiIgeheimen, verbondsvolk, vertrouwd met dingen, waarin zelfs engelen begerig zijn inzage te krijgen. En zouden wij hinderpalen zijn?
Het staat zo in de sneeuwbalbrief en ik wil het niet achterhouden. Ik geloof dat de opstellers in het buienland hierin gelijk hebben. Wie zichzelf kent, wie de verscheurde christenheid ziet, wie de kerkelijke hoogmoed van ons christenvolk kent, kan hier niet om heen. Wijzelf, ons overmatig bewust van onze voorrechten, dreigen altijd te vergeten wat het oude bondsvolk ook vergat: dat deze voorrechten dienen om anderen tot jaloersheid te brengen. Dat God een verbond sloot met weinigen, met l:et oog op velen. Dat wij lichten kregen, om een wereld te verlichten. Dat wij beschreven zijn met Gods wetten: opdat wij leesbare brieven van Gods liefde zouden zijn. De vele, vele verloren geraakte bondskinderen, die een levenslang heimwee naar de uitstotende kerk hebben behouden (u kénc ze toch in uw omgeving?), magen nooit tot hun verdediging kunnen zeggen: zij, die bevoorrechte lieverdjes van U, waren voor mij een verhindering om tot U te komen.
"Gaat dan bidden, mijn broeders, wij oordelen niet".