Horigen in het CDA?

1978-02-10
  • Jaargang 22
  • nummer 6
Bij vrijwel alle kabinetsformaties na de oorlog ontstaan er meningsverschillen over de keus, die de christelijke partijen moeten maken.
Moet er gekozen worden voor een kabinet met socialisten of een waarin met liberalen wordt samengewerkt? Daar de socialisten en liberalen in Nederland elkaar uitsluiten, moet de keus altijd vallen of ten gunste van de PvdA of ten gunste van de VVD.
Het gevolg is, dat zich dan altijd een aantal leden van de christelijke partijen gefrustreerd gevoelen. Valt de keus op samenwerking met de PvdA, dan hoor je, dat velen ernstig verontrust zijn. - Immers die socialisten zijn voor toenemende staatsinvloed.
Dat is een bedreiging voor onze vrijheid.
Niet zelden valt dan ook de beschuldiging van "beginselverzaking" . Kiest men voor samenwerking met de VVD, dan bemerkt je iets dergelijks.
Alleen zijn het wel andere leden. Dan komen er spijtstemmers of andersoortige teleurgestelden. Men zou verwachten, dat de opstelling na de laatste kabinetsformatie toch wat anders zou zijn geweest. Immers de PvdA had door kennelijke onredelijkheid samenwerking in een kabinet onmogelijk gemaakt. Maar ook nu schijnen velen zich weer bezwaard te gevoelen, omdat CDA-ers met liberalen samenwerken in één kabinet. Blijkbaar had men de voorkeur gegeven aan een minderheidskabinet van socialisten.
Zelfs in de fractie van het CDA zijn er, die samenwerking met de liberalen afwijzen. Heel merkwaardig is, dat zij zich aanduiden als "loyalisten".
Samenwerking met de VVD wordt door hen zeer gevreesd, omdat dit aantasting van onze sociale verworvenheden zou kunnen betekenen. En dat in een kabinet, waarin de CDA-leden de meerderheid hebben. Om de zaak nog meer reliëf te geven, worden voorstanders van samenwerking met liberalen aangeduid als conservatief of rechts. Zij, die de PvdA prefereren wensen voor progressief of links door te gaan. Groen van Prinsterer heeft eens gezegd "Nemini me mancipavi": jegens niemand heb ik mij tot horigheid verplicht. In het CDA zijn helaas verscheidenen, die de indruk geven van een zekere horigheid niet vrij te zijn.

Deze voorkeur hetzij voor socialisten, hetzij voor liberalen is een vreemde zaak. Immers principieel gezien is het een keus tussen lood om oud ijzer.
In dit verband ga ik nu maar voorbij aan het feit, dat zowel bij de PvdA als de VVD zeer verschillende stromingen zijn. Zo is er nog al wat verschil tussen conservatieve liberalen als Van Riel en meer vooruitstrevende als Geertsema. Ook bij de socialisten is er grote divergentie. Men vindt er sociaaldemocraten, die een ideaal koesteren dat neerkomt op een verbeterde visie van de welvaartsstaat. Maar er zijn ook nieuwe socialisten, die veel radicaler veranderingen in de maatschappij beogen. Voor beide partijen in al hun schakeringen geldt echter, dat zij geen geestelijke verwantschap hebben met de christelijke partijen.
Beide partijen, PvdA en VVD, hebben daarentegen wel een gemeenschappelijke wortel. Beide kiezen voor de horizontale lijn, voor de autonomie van de mens en willen in de politiek niet weten van de verticale lijn.

De kloof tussen beide mag in de praktijk wel diep schijnen, maar geestverwante partijen hebben nu eenmaal de neiging de afgeleide verschillen sterk te benadrukken. Dat is uit propagandistische neigingen blijkbaar gewenst. Het grensverkeer tussen beide partijen is toch al vrij groot.
Overigens mogen we wel bedenken, dat het voor Nederland ook een goede zaak is, dat op deze wijze vrijwel altijd christelijke part yen mee verantwoordelijkheid mogen en moeten dragen.
Welke oplossingen zouden er wat ethische vraagstukken betreft uit de bus komen, als liberalen en socialisten elkaar om de hals zouden vallen?
Ook praktisch worden de verschillen tussen PvdA en VVD erg overdreven voorgesteld.

Dr J. Zijlstra verklaarde dezer dagen nog, dat het naar zijn ervaring, en hij heeft met beide ervaring, financieel economisch weinig uitmaakt, of er een kabinet met socialisten dan wel liberalen aan het bewind is. Terecht voegde hij er aan toe, dat het CDA met betrekking tot de socialisten en liberalen wel de lood om oud ijzer theorie moet toepassen. A:ls dat , niet gebeurt is aansluiting bij de een of ander onvermijdelijk, Het lijkt mij van levensbelang voor het GDA, dat men socialisten en liberalen als een keus van lood om oud ijzer ziet en dat men dus goed blijftbeseffen, dat een christelijke partij met geen van beide een gemeenschappelijk wortel heeft.
Eigenlijk moest men bij elke samenwerking met een niet verwante partij, socialistisch of liberaal verontrust zijn.

Vanwaar toch die voorkeur bij velen voor socialisten of liberalen?
Men erkent meestal wel, dat het principieel weinig verschil maakt, maar voegt er dan aan toe, dat men met die of die partij toch beter de gewenste politiek kan voeren. Bij de laatste kabinetsformatie is dat o.m. door de ARJOS uitgesproken. Nu is het niet erg waarschijnlijk, dat een keus, die principieel niet zoveel verschil maakt, tot zeer grote praktische verschillen zou leiden.
Dit te meer niet, omdat de marges in het politieke beleid op financieel, economisch en sociaal terrein toch al niet groot zijn. Vandaar, dat Zijlstra kon concluderen, dat het financieel economisch niet veel uitmaakt. Dat het argument ook wat gezocht is, blijkt uit de historie van het nu gevormde kabinet-Van Agt. Vergelijking van het regeringsprogram van het kabinet-Van Agt met het program van het in wording zijnde kabinet-Den Uyl (dat na een zwangerschap van bijna 6 maanden door de maker zelf werd geaborteerd) laat zien, dat het program van het kabinet-Van Agt bepaald niet minder de wensen van het CDA belichaamt dan dat van Den Uyl. Daar komt dan nog bij, en dat is een belangrijke factor, dat in het kabinet-Van Agt het CDA een veel sterkere positie inneemt dan in het kabinet-Den Uyl.
Ook na de vorming van het kabinet-Van Agt bleven velen, vooral in AR-kring, hun bezwaren behouden. Iemand als prof. Rothuizen schreef, dat hij in het licht der gebeurtenissen geen enkele verantwoordelijkheid voor een samengaan met de VVD wenst te aanvaarden. Even opvallend als leerzaam is, dat dezelfde prof. Rothuizen ook meedeelde dat hij tijdens de kabinetsformatie enige tijd de grote verzoeking heeft gehad zich te melden als lid van D'66. En hij speelt nog met deze gedachte. Hij overweegt dus een overstap naar een partij, die het pragmatisme aanhangt. Waartoe horigheid een mens niet brengen kan.

De vraag rijst, of bij die voorkeur voor PvdA of VVD toch niet een principieel verschil over het ambt van de overheid om de hoek komt kijken.
Zo valt het op; dat voorstanders van samenwerking met de PvdA de nadruk vooral leggen op de sociaal economische politiek. Zij, die meer letten op de rechtsorde, de gezagshandhaving e.d. voelen zich meer tot de liberalen aangetrokken. Volledigheidshalve moet er aan toegevoegd worden, dat er nog een derde groep is, nl. zij, die bijzondere waarde hechten aan ethische vraagstukken, als gezin, echtscheiding, abortus e.d. Zij zijn in feite voor beide partners beducht.

Komt de voorkeur voor socialisten of liberalen en het zich als links of rechts, progressief 'Of conservatief beschouwen dan ook niet voort uit een eenzijdige accentuering van een bepaald facet van de overheidstaak ? M.a.w. realiseert men zich nog voldoende wat naar de Schrift het ambt van de overheid betekent?

Liberalen zijn principieel voorstanders van de zogenaamde formele rechtsstaat. De staat, die ten doel heeft het handhaven van de individuele burgerlijke rechten.
Socialisten zijn voor de sociaal economische verzorgingsstaat. Doel van de staat is bij hen vooral de verzorging van het sociaal economisch welzijn van de hele volksgemeenschap.
Ik vrees, dat de horigen van VVD of PvdA, die zich aangetrokken voelen door een van beide uitgangspunten voor de overheidstaak, het principiële en daarmee ook het feitelijke verschil met de christelijke norm voor het overheidsambt onvoldoende zien. Misschien is dat het beste met een voorbeeld duidelijk te maken.
In CDA-kringen wordt zeer de nadruk gelegd op het feit, dat de overheid er is voor hulp en steun aan de zwakken en verdrukten. Dat is in zekere zin waar. Maar sommigen menen, dat dit het een en het al is van de overheidstaak. Wordt dan echter niet voorbij gezien, dat die hulp voor de zwakke en verdrukte niet losgemaakt mag worden van het eerste en grote gebod, dat van de liefde tot God? Dat zal de overheid moeten tonen door in het publieke leven op te komen voor Gods eer en Gods recht.
De verhouding tot de naaste; de hulp aan de verdrukte en zwakke mag van dat eerste gebod niet losgemaakt worden. Doet men dat toch, dan blijft er niet veel anders over dan een stuk medemenselijkheid. Daarmee zit men inderdaad aardig op de lijn van de PvdA.
Het is bovendien niet juist, dat hulp aan zwakken en verdrukten het een en het al van de overheidstaak is. De Bijbel zegt ons, dat de overheid recht en gerechtigheid moet doen, Ze is dienares van God, het hele volk ten goede. Bij alles wat de overheid doet, moet zij de norm van de gerechtigheid aanleggen. Wanneer je dat zegt, zijn er weer christenen, die denken, dat ze dan in de buurt van de formele rechtsstaat van de liberalen zitten. In de christelijke politiek spreken we echter van de materiële rechtsstaat en dat is principieel en ook feitelijk wat anders, dan de liberale beschouwing.
De overheidstaak beperkt zich niet tot bescherming van bestaande burgerlijke rechten, maar ze is dienstbaar aan de echte vrijheid van de onderdanen in alle samenlevingsverbanden.
De overheid moet ervoor zorgen, dat elke burger zijn plaats kan hebben en zijn roeping vervullen kan.
Wie de christelijke visie op het ambt der overheid niet in het oog houdt, loopt steeds gevaar hetzij door linkse, hetzij door rechtse sympathieën geleid en daarmee misleid te worden.
Hij wordt een horige van het socialisme of het Iiberalisme Het is mijn overtuiging, dat onze minister-
president Van Agt zich tijdens de afgelopen kabinetsformatie van horigheid heeft vrij gehouden.
Het is triest, dat dit niet van het CDA in zijn geheel kan worden gezegd. Het zou goed zijn, dat het CDA zich over het verschijnsel der horigheid eens diepgaand bezint. De toekomst van het CDA ligt niet in een afhankelijkheidsverhouding met welke partij dan ook.
De kracht van het CDA kan juist mede liggen in zelfstandigheid en onafhankelijkheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief