Nederlands Gereformeerd Seminarie gaat toch door

2006-02-03
  • Jaargang 50
  • nummer 3
AMSTELVEEN - Het Nederlands Gereformeerd Seminarie ziet in de komst van de nieuwe predikantenopleiding (NGP) geen reden om te stoppen. Bestuurslid Hans Janse: 'Het is nog steeds zeer noodzakelijk dat onze opleiding blijft bestaan.'

'Onze opleiding verschilt duidelijk van die van een puur theologische universitaire studie en we zijn na rijp beraad tot de conclusie gekomen dat er geen enkele reden is om hiermee te stoppen,' aldus bestuurslid Hans Janse. De komst van de nieuwe predikantenopleiding heeft daaraan voor het seminariebestuur niets veranderd.
'Onze opleiding staat bekend om de aandacht die wij vooral geven aan de praktische vorming van de aanstaande predikant. De behoefte daaraan is niet veranderd. Bovendien bieden wij meer mogelijkheden voor studenten met een zogenaamde 'late roeping' dan een reguliere universiteit.' Het bestuursbesluit om door te gaan met het seminarie en niet te kiezen voor opheffen of 'sluimeren' is genomen na rijp beraad en wordt gedragen door de raad van toezicht, docenten en studenten, aldus Janse.

Versnippering
Het seminarie bestaat jaar ruim dertig jaar en leidt studenten op tot predikant voor de Nederlands Gereformeerde Kerken. Behalve aan het seminarie kunnen studenten ook aan een van de theologische universiteiten in Nederland studeren. Dan krijgen ze aanvullende vakken via de Theologische Studiebegeleiding (TSB). Om de versnippering over verschillende opleidingen en universiteiten tegen te gaan, wordt al jaren gediscussieerd over het hebben van één, eigen predikantenopleiding. Vorig jaar november keurde de Landelijke Vergadering tijdens een speciale bijeenkomst het eerder genomen principebesluit goed om te komen tot een eigen predikantenopleiding. Deze opleiding die in september 2006 van start hoopt te gaan, leunt aan tegen de christelijk-gereformeerde Theologische Universiteit in Apeldoorn (TUA). Het is de bedoeling dat de TUA tachtig procent van de opleiding gaat verzorgen en de NGP twintig procent.
Janse: 'De NGP is geen volledige opleiding en de LV heeft heel nadrukkelijk het gedeelte aan de TU niet verplicht gesteld. Dat betekent dat studenten zelf mogen bepalen waar ze, behalve aan de NGP, mogen studeren. Dus ook aan het seminarie.' Juist vanwege de verschillende kwaliteiten van seminarie en NGP ziet Janse mogelijkheden om in de toekomst 'elkaar aanvullend' te werken. Een visie daarvoor moet nog uitgewerkt worden. Op dit moment studeren drie studenten aan het seminarie en zijn er nog geen nieuwe aanmeldingen binnen.

Jammer
Bram Wattèl, voorzitter van het bestuur van de NGP, is 'verrast' door het besluit. Hij vindt het 'heel jammer' dat het al lang bestaande ‘Apeldoornadvies’ (het advies om de volledige studie aan de TUA te volgen) opnieuw niet wordt gehonoreerd. Tenslotte lag dat advies in 2004 in Lelystad mede aan de basis van het LV-besluit om een eigen 'aanleun' predikantenopleiding te starten. Wattèl ziet bovendien praktische bezwaren. 'Er is eerder bepaald dat een seminariestudent zijn studie moet afronden aan een universiteit, wil er van een "deugdelijke" opleiding sprake zijn. Het wordt toch wel wat ingewikkeld als hij of zij de opleiding aan drie instellingen moet gaat doen. En gaat het NGS vrijstelling geven voor het verplichte NGP-gedeelte?" Ook het argument dat studenten met een late roeping beter aan het seminarie terechtkunnen, vindt Wattèl geen sterke. De TUA heeft inmiddels ook ervaring opgebouwd met deze studenten. Bram Wattèl zal aan het het NGP-bestuur voorstellen contact op te nemen met het seminarie om over de situatie te overleggen. (mdr)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief