Polarisatie

1978-02-10
  • Jaargang 22
  • nummer 6
Er wordt veel gesproken over polarisatie. Dr G. Puchinger heeft één van zijn bundels met interviews geheel aan dit onderwerp gewijd. 1) Aan Dr A. J. Simonis, bisschop van Rotterdam, vroeg hij wat deze onder polarisatie verstaat. De bisschop antwoordde o.a.: "Het wil eigenlijk zeggen, als u 't in beeldspraak wilt vangen: het uit elkaar groeien. Weet u waar ik wel eens aan heb zitten denken? Aan een ellips (volgens Van Dale een "ovale kegelsnede - v.W.) die uit elkaar valt, en dan ontstaat er 'langzaamaan twee cirkels. Het is dus het verschijnsel van tegengesteld denken over de grondslag van het geloof in God, in Christus en heel de kerk. Want Christus kan ik nooit losmaken van de kerk, en de kerk niet van Christus. 't Hangt ook samen met de waarheidsvraag hè? En ik kan de waarheid ónmogelijk anders zien dan als één en ongedeeld. Christus is namelijk de waarheid. Maar je hebt wel verschillende sóórten van polarisatie. Je hebt allereerst polarisatie doordat accenten van de waarheid worden verabsoluteerd: dat is onjuist en heilloos." De bisschop had het duidelijk over polarisatie in de kerk. In hetzelfde boek geeft Mr. W.J. Geertsema, thans commissaris in de provincie Gelderland, de volgende definitie: "Laat ik beginnen met te zeggen wat ik zelf onder polarisatie versta: de steeds groter neiging van de verabsolutering van de tegenstellingen; de tegenstellingen in de politiek dus." En even verder: "De foute polarisatie is, in mijn ogen, de verkettering van andere partijen, door de tegenstellingen tot die partijen op een aantal punten te verabsoluteren, en de overeenstemming op een aantal punten te verdoezelen."Polarisatie kan het gesprek onmogelijk maken.
Het gesprek in de politiek. Het gesprek in het bedrijf.
Het gesprek in de kerk.
De kerkgeschiedenis is er vol van dat juist dáár waar de rust moet heersen het erg onrustig zijn kan. Onrustig o.a. door het verscherpen van tegenstellingen.
Polarisatie in de kerk kan dodelijk zijn. Dodelijk voor de gemeente als geheel èn dodelijk voor de gemeenteleden individueel.
Auke Jelsma schrijft hierover in zijn "Gisteren vragen naar morgen".
Over wat polarisatie is schrijft hij: "Strooi ijzervijlsel op een wit papier, houd er een magneet bij, en het wordt zichtbaar. Alles concentreert zich om de beide polen; daartussen wordt het papier vrijwel geheel wit. Zo gaat het onder ons. In elke tijd zijn er bepaalde thema's waaromheen wij ons groeperen. Polarisatie heet dat." Een mooi voorbeeld, Want polarisatie in de kerk kweekt groepsvorming, partijzucht.
Paulus had daar geen goede woorden voor over, maar veel kerkscheuringen zijn er het gevolg van. Zeker, er is goede polarisatie. Er is een tegenstelling die verscherpt mag èn moet worden. Jezus zegt: "Wie niet voor mij is, is tegen mij". Elke verscherping van tegenstellingen die hieruit voortkomt is geoorloofd, Elke ándere is te veroordelen. Een kerkelijke breuk: kán geboden zijn, mits het "voor" en ",tegen" waar Jezus het 'Overheeft in het geding is. Dán gaat het om: buigen of niet-buigen voor Hem. Een kerkscheuring waarbij déze tegenstelling niet in het geding is, is, een dwaasheid. Dwaas én dodelijk.
Dwaas omdat er zoveel menselijks bij is dat vreemd is aan het mens-zijn van Gods Zoon.
Dodelijk omdat zó'n breuk dodelijk werkt op 'het léven van Gods gemeenten, dodelijk óók werkt op velen die dát niet kunnen verdragen, niet kunnen verwerken.
Er moet in de gemeenten váák worden gekozen: voor dit en tegen dat.
Ook in het samengaan van gemeenten moet vaak worden gekozen: voor dit en tegen dat.
Maar laten we aan dat kiezen niet gauw consequenties verbinden. Want die consequenties werken vaak polariserend.
Ook gemeenten mogen genieten van de christelijke vrijheid. Omdat ze gemeenten van Christus zijn. En dus hoeft het niet in alle gemeenten hetzelfde toe te gaan.
Veel zaken waarover we ons vandaag menen te moeten druk maken doen ons nageslacht over dertig jaar lachen. Zoals wij lachen Dm wat dertig jaar geleden zo belangrijk leek.
Oude en nieuwe vertalingen gaan voorbij, Oude en nieuwe berijmingen en een liedboek gaan voorbij. Zèlfs onze ambten gaan voorbij, Wie niet voor Jezus is, is tegen Hem.
Dát blijft. Tot de jongste dag toe. En bij hen die van Jezus zijn zullen zijn mensen die uit de oude berijming zingen èn mensen die uit het liedboek zingen.
Dan zullen er twee op het land zijn, de één met 'een oude en de ander met een nieuwe vertaling in de zak.
Er zullen ambtsdragers bij zijn: mannen, misschien ook vrouwen, misschien zelfs pausen, wie wéét het? En God is dan alles in die allen. Ondanks veel polarisatie nu.

Noot
1) Dr G. Puchinger, Polarisatie?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief