Zo was het (14)

1978-02-24
  • Jaargang 22
  • nummer 8
Onder Gods gerechtigheid hebben we doorgaans te verstaan die eigenschap van God, waardoor Hij zijn volk verlost. De HERE houdt zijn beloften. We kunnen er onvoorwaardelijk op aan. De gelovigen hebben voor Gods reddende gerechtigheid niet te vrezen. Daarom bidden ze ook, bijv. in de Psalmen: "Red mij naar uw gerechtigheid". Of: "Help mij naar uw rechtvaardigheid". En ze prijzen de gerechtigheden van de HERE.

In deze trant schreef ik indertijd in het Kerkblaadje van Voorthuizen. Daarop volgde ook een artikel over de liefde van God. Of over het liefhebben van God. En over zijn liefdedaden. Als de Bijbel spreekt over Gods deugden, dan moeten we daarbij denken aan eigenschappen van die God, die ingrijpt in het leven van zijn volk. Hij is geen doeniet. In de historie is sprake van een rij vorsten, die bekend staan als nietsdoeners. En zo ongeveer hebben wijsgeren ook wel gesproken van hun god.
Ze noemden hem "de Zijnde" of "het Zijn", wat dat dan ook mag zijn. Ze dachten zich daarbij een afgod, die zó ver boven dit aards gewemel verheven was, dat hij zich van al wat op aarde gebeurde niets aantrok. Hij was dus een soort Gallio. Die zich niet bekommerde om deze minderwaardige wereld en haar bewoners. De Schrift weet niet van zulk een god der filosofen. Hij is de God van Abraham, Izak en Jakob. Die handelt en ingrijpt in de wereldgeschiedenis en in het leven van zijn volk. In liefde ziet Hij naar deze wereld om en in het bilzonder naar zijn volk. Dat aan zijn ver: kiezende liefde z'n bestaan te danken heeft.

De liefde van God gaat al ons verstand te boven. We kunnen haar niet begrijpen, ze gaat boven alle begrip. Men spreekt wel van een godsbegrip. Van een afgod mogen mensen een begrip hebben. Maar van de Vader van de Here Jezus is dit onmogelijk.

Wat we onder menselijke liefde te verstaan hebben is al moeilijk onder woorden te brengen. Is het een rimpeling van het gevoel? Een product van verstandelijk overleg? Een wilsuiting? Dat heeft er wel mee te maken, maar is toch lang niet alles. Liefde is een zaak van het hart, waaruit de levensuitingen voortkomen. Als iemand liefheeft is hij zelf, met heel zijn wezen daarbij betrokken.
We zullen God dan ook liefhebben met geheel ons hart en met geheel de ziel, met heel ons verstand en met alle kracht.

Zo staat het ook met de liefde van God. Er staat dan ook: God is Liefde. Liefhebben is zijn wezen, zijn. aard. God kan we'! toornen, maar daarin heeft Hij geen plezier om zo te zeggen. Hij kan ook haten, namelijk de handelingen van zijn volk, dat Hem de rug toekeert en afgoden dient. Een volk, dat Hem afvalt, valt Hij ook af. Voor een tijd tenminste. Maar zijn toorn duurt niet eeuwig, blijft niet tot in lengte van dagen. Zelfs een afkerig volk zoekt Hij in liefde weer op. Hij verkiest het weer of nogmaals. Zoals in een van de profeten staat Evenmin als een vader een slechte zoon kan vergeten, zo kan de Vader zijn volk vergeten.

Maar er is ook een groot verschil tussen de liefde van ons en het liefhebben van de HERE, onze God. Wij hebben iemand lief, die beminnelijk is. Die ons aantrekt of bekoort. In het voorwerp van onze liefde is iets dat ons inneemt. Wij hebben iemand lief, die naar onze mening onze liefde waard is. Zelfs tollenaars hebben collega's lief en dieven en schavuiten hun broeders in het vak.
Slechte mensen hebben \ hun kinderen lief, omdat ze "been van hun been en vlees van hun vlees" zijn.

De liefde van God ging uit naar een volk, dat op en in zichzelf niets betekende. En zo is het nog.
Het staat er zo duidelijk in Deut. 7: "Niet omdat gij talrijker waart dan enig ander, volk, heeft de HERE zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis." Even eerder staat er geschreven: "Gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; u heeft de HERE uw God uit alle volken op de aarde uitverkoren om zijn eigen volk te zijn." En in Deut. 9 staat het nog eens: "Weet dus, dat de HERE uw God u dit goede land niet in bezit geeft wegens uw gerechtigheid; gij zijt immers een hardnekkig volk".

Als we vragen: waarom had God Abraham, Izak Jakob en hun nakomelingen lief dan is het antwoord niet: Omdat zij groter of rechtvaardiger of heiliger waren dan andere volken. God nam "redenen uit zichzelf", zeiden vroegere theologen. Wat eigenlijk geen antwoord is. Als nieuwsgierige kinderen soms aan vader of moeder vragen, waarom zij iets doen, dan is hun antwoord vaak: dáárom!
We kunnen de liefde van God voor zijn volk eenvoudig niet verklaren of begrijpen. God is nu eenmaal liefde.

Nog onbegrijpelijker is het als we in Joh, 3 : 16 lezen, dat God de wereld zo lief heeft gehad, dat Hij zijn eigen Zoon heeft gegeven. Om die wereld te redden. Hoe kan God nu de wereld liefhebben?
Daarin was en is toch niets aantrekkelijks? Niets bekoorlijks? Die mensenwereld is toch van God afgevallen? Theologen hebben gezegd, dat we hier onder wereld het uitverkoren deel van de mensheid hebben te verstaan. Maar dát staat er niet. En we moeten maar laten staan wat er staat. We kunnen er niet bij. We begrijpen het niet. Maar God is anders dan wij. Zijn liefde gaat uit naar zijn gevallen schepselen. Ze zijn het niet waard, dat God naar hen omziet. Ze zij n door en door verdorven. Vormen een ruïne om zo te zeggen. En dat woord ruïne geeft ons een beeld, dat we mogelijk kunnen gebruiken om de liefde van God enigszins te verduidelijken.

Stel, dat een bouwmeester een prachtig bouwwerk heeft geschapen. Een meesterwerk. Stel dat dit kunstproduct in brand geraakt en er slechts een ruïne overblijft. Dat gaat de kunstenaar vanzelf aan het hart. Als het even kan wil hij het herbouwen. Natuurlijk gaat dit beeld mank. Maar misschien wordt het zo iets aannemelijker, dat God deze wereld in liefde wil herstellen.

Nu kunnen we allerlei vragen stellen, waarop geen bevredigend antwoord is te geven. Men vraagt bijv.: Als God liefde is en de mensenwereld liefheeft, hoe bestaat het dan, dat Hij zo ontzettend veel ellende toelaat? Waarom heeft God in het Paradijs al niet verhinderd, dat de mensheid van Hem is afgevallen? Zie eens om u heen in deze wereld: hele volkstammen verhongeren, andere worden door oorlogsgeweld geteisterd, duizenden onschuldige mensen komen om bij overstromingen of epidemieën. Er gebeuren in oorlogen afgrijselijke dingen. Niet alleen miljoenen soldaten komen om, maar ook hele steden worden plat gebrand, met vrouwen en kinderen en al. En we moeten maar niet denken aan een eventuele atoomoorlog. Wat zal er dan van de mensheid overblijven? Waarom heeft God toegelaten, dat in concentratiekampen en in gasovens miljoenen schepselen werden uitgemoord? Wat er gebeurd is in Dachau en andere kampen heeft velen het geloof in een liefderijke God doen verliezen. Anderen zijn door het beleven van deze ellende juist tot het geloof in God gekomen. Zo kan de een door het zien van ontzettende ellende tot geloof komen. Omdat men ziet, dat alleen bij de HERE uitkomst is te vinden. Terwijl anderen tot de overtuiging komen, dat er geen God is, althans geen God van liefde. Inderdaad heeft Paulus gelijk als hij schrijft, dat we "door een spiegel zien in een duistere rede", of anders gezegd: we zien in een spiegel een raadselachtig beeld. Van begrijpen is geen sprake.

In het persoonlijke leven kunnen ons ook ellenden overkomen, die ons doen twijfelen aan Gods liefde.
En zijn families, die door ramp op ramp worden getroffen. Het ene wee is nog niet voorbij of het andere staat al weer voor de deur. Al Gods baren gaan soms over hen heen, die "God vrezen en godzalig leven. Terwijl uitgesproken deugnieten alleen maar voorspoed schijnen te hebben. We denken onwillekeurig aan Job. Die zo erg werd getroffen, dat z'n vrouw tegen hem zei: Laat God toch -varen en verkies de dood! Maar Job sprak het wonderlijke woord: "De HER:E heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de Naam des HEREN zei geloofd". Ofschoon hij later ook wel anders sprak..

Hoe dit alles ook zij, ongelovigen' kunnen dit alles niet rijmen met Gods liefde. En gelovigen komen ook niet uit de problemen. We leven in een wereld vol van raadselen. Mogelijk zullen we het "na dezen verstaan". Maar er is wel iets meer van te zeggen. We moeten God niet de schuld geven van alle rampen en ellenden. Daar ût ook de duivel achter. En de mensen, die als ze hun natuur volgen, zich door de duivel laten beheersen.
En zo duivelse daden verrichten. Hoe zou het goed kunnen gaan in een mensenwereld, die God de rug toekeert en de Christus verwerpt? De gevallen mensheid leeft zich uit in ongerechtigheden en zedeloosheden, die ten hemel schreien. Daarover openbaart zich Gods toorn. Ook achter sommige ziekten zit naar het woord van de Here Jezus demonische macht. Soms, als hij een zieke genas, dreef hij een boze geest uit. En Hij werd toornig als Hij met de dood in aanraking kwam.

Waaraan kunnen we weten, dat God liefde is?
Aan het offer, dat Hij voor de zonde der wereld heeft gebracht. Hij heeft zijn Eigen Zoon gegeven, om lijden en dood te ondergaan. Opdat ieder, die in Hem gelooft, zou leven. Dat komt onder mensen niet voor. Wie wil sterven voor een rechtvaardige? Voor een goede misschien nog wel eens. Maar wie wil sterven voor een vijand? God echter bewijst zijn liefde voor ons, doordat Jezus Christus, Gods eigen Zoon, gestorven is voor zondaren.
Hij was het toonbeeld van Gods genade en liefde. Maar zowel Joden als Grieken hebben Christus aan het kruis genageld. Kajafas en Annas de Hogepriesters in die dagen, Farizeeën en Schriftgeleerden en Sadduceeën hebben de Here Jezus aan Pilatus overgeleverd. Allen staan schuldig aan de moord op de Christus. Ze hebben Gods liefde vermoord om zo te zeggen. En wat heeft Jezus Christus gedaan? Hij heeft al de ongerechtigheid van Joden en Heidenen op zich laten aankomen. En heeft voor z'n vijanden gebeden aan het kruis. En heeft hun ongerechtigheden gedragen.
En zo verzoening met God bewerkt. Hij heeft de straf gedragen, die ons de vrede aanbrengt.

Op die gave van Gods liefde, op Christus Jezus, moet onze aandacht gericht zijn. Willen we iets van Gods liefde verstaan. Aan het leven, het lijden en het sterven van de Here Jezus mogen we zien, dat God de wereld heeft liefgehad. En dat God nog die wereld liefheeft. Hij heeft nog geen plezier in de dood van zondaren. Maar daarin heeft Hij lust, dat de mensen behouden worden en leven.
En daaraan moeten wij plezier hebben. Niet daarin, dat heel de mensenwereld naar de hel gaat. Om van te huiveren. God wil niet dat zondaren verloren gaan. Jezus Christus wil dat niet. En wij moeten begeren, dat velen behouden worden.
Een schare die niemand tellen kan.

Waarom gaat een mens verloren? Omdat hij Gods liefde verwerpt. Wanneer gaan wij verloren? Als wij de genade van de Here Jezus voor niets achten. En de liefde van God afwijzen in ongeloof.
En de gemeenschap van de Heilige Geest door ongeloof verbreken. Dan gaan we verloren door eigen schuld. Dan zou gelden het woord van de Heiland: "Ik heb u willen vergaderen, bijeenroepen, zoals een kloek haar kuikens roept. Maar gij hebt niet gewild!" Door geloof in de liefde van God wordt een zondaar behouden. Als hij omkomt dan gaat hij verloren door ongeloof.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief