Zending en opwekkingsbeweging (4)

1978-03-03
  • Jaargang 22
  • nummer 9
Bantoereligie
Tot dusver hebben we ons in ons verhaal over de opwekkingsbeweging nog slechts indirect met de zending beziggehouden. De revival van Erlo Stegen als beschreven door Dr. Koch, heb ik in 3 artikeltjes van commentaar voorzien maar er nog weinig aandacht aan gegeven dat deze opwekkingsbeweging plaats vindt onder de animistische Zoeloes. Hoe komt een opwekkingsbeweging met zijn grote nadruk op genezingen en uitdrijvingen van demonen bij de Zoeloes over? We hebben er al kort bij stilgestaan dat de levensbeschouwing van Bantoe-Afrika van Zaïre tot Namibia en van de Swahili in Kenya tot de Xhosa's van de Transkey voluit animistisch is. Het grondthema dat voor een groot deel nog het denken van de stedelijke Bantoe-bevolking beheerst, is dat van de levenskrachten die het menselijk 'leven omsluiten. De mens die middelpunt en speelbal is van al die krachten, heeft echter het kosmisch vermogen om die krachten in stand te houden, te herstellen en te vermeerderen. Het gaat er hier niet om 'hoe' hij dat voor elkaar krijgt maar hij kan het, hetzij door offers aan de vooroudergeesten te brengen, hetzij door een magisch gebruik te maken van lagere levenskrachten, hetzij door zijn plaats van rang in de maatschappij en in de familiehiërarchie te beschermen, hetzij door medicijnen te kopen om het onwillige meisje waarvan hij houdt, op hem verliefd te maken. Het leven van een mens is een kosmische eenheid waarin de wereld van krachten één geheel vormt als het web van een spin waarvan geen enkele draad kan worden aangeraakt zonder dat het hele netwerk vibreert ofzelfs dreigt stuk te scheuren. Het web is voortdurend in beweging, bedreigd als het wordt door tegenkrachten, door boze toverij of door eigen nalatigheid tegenover de voorvadergeesten of door ziekte. Alle vragen van moraal, van goed en slecht, vragen van leven en dood en God, ja zelfs de taal, alles is alleen te verstaan vanuit deze ontologische achtergrond. Verschillende geleerden hebben dan ook al neergeschreven dat Afrika geen theologie maar wel een filosofie bezit. Het boek van Placide Tempels O.F.M. "Bantuphilosophie", nu al weer meer dan 20 jaar oud, was eigenlijk het eerste boek dat hier duidelijkheid braclJt. Aan alle theologische, ethische, sociologische vragen gaat de filosofie van de krachten vooraf die Tempels bij voorkeur ontologie noemde.

Invloed van het Evangelie
Natuurlijk is het Evangelie al zolang gepredikt in Afrika maar al te zeer is het ingekapseld geraakt in het zo lang niet verstane denkpatroon van levenskrachten.
Wie naar de gebeden luistert van veel jonge Christenen hoort achterelkaar de bede: Heer, geef ons kracht. Wordt iemand ziek die al geruime tijd niet naar de kerk is gegaan, hij wordt mogelijk door broeders vermaand met de opmerking: dat komt ervan, de kerk geeft je immers kracht.
Valt iemand in zonde, dan wordt er niet gesproken van schuld tegenover God maar van de Satan die hem te sterk was en hem overmacht. Heb ik in een tijd van droogte op Ngwegwe Dm regen gebeden dan zal mogelijk worden opgemerkt dat het gebed van Vonkeman kennelijk kracht heeft. Nog geen kwartier geleden had ik een gesprek met een vrouw die regelmatig in de kerk komt. Ze heeft ein-: delijk met wat steekpenningen haar eerste pensioen ontvangen van de staat waarop elke Bantoe van 65 jaar en ouder recht heeft. Twee jaar geleden is ze terecht nog op 54 jaar geschat. Ze .was er dus nog lang niet aan toe. Maar nu had ze het voor elkaar.
Blij verklaarde ze: "God staat voor niets!" Haar levenskracht is versterkt. Het goede, leert ze, komt van God. Dus God heeft haar dat pensioen verschaft. Die steekpenningen zijn volmaakt onbelangrijk. We moeten ons niet door de getallen in de Christelijke kerken in Afrika in de war laten brengen als zou het heidendom goeddeels verbroken zijn. Als geweldige brokken graniet, hier en daar ernstig aangetast door het Evangelie of ook gescheurd door het hebzuchtig materialisme van het Westen, leven de heidense tradities en patronen dikwijls nog in de kerk voort onzichtbaar weggestoken onder het kleed van Christelijke terminologie en gebeden. En wee ons als we het niet doorhebben!

Het gevaar van de snelle beslissing
We keren tot de opwekkingsbeweging terug. En tot het boek van Dr. Koch waar we lezen van de vele plotselinge bekeringen. Het moet me van het hart dat ik bij het lezen soms verzucht heb: hadden wij in onze zending toch maar meer van die plotselinge bekeringen! Wat zouden er een dankgebeden opgaan! Wat zou je geweldige zendingsrapporten .,.kunnen schrijven! Maar dan komt de twijfel aan de methode ook weer op. Zal een heiden na een preek van een half uur de Here Jezus zien als zijn verlosser die voor zijn zonde betaalde met zijn bloed en hem nu heiligt door zijn Geest? Of zal hij Christus intrekken in zijn gedachtewereld van krachten? En Hem primair zien als de Machtige die geneest en over onvoorstelbare kracht beschikt? Het zou niet de eerste Simon zijn die tot geloof komt en gedoopt wordt "verbijsterd door de tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden" (Hand. 8: 13). Juist de nadruk op genezingen en wonderen in de prediking maakt van Jezus zo licht een krachtfiguur. Maar Hij is toch de Middelaar die ons met God verzoent door zijn bloed? Die bevrijdt van schuld? Het is toch eerst een zaak van recht, van verzoening, van kindschap, van gerechtvaardigd te worden.
Wie het Middelaarschap van Christus tot een zaak van krachtenoverdracht maakt, holt het Evangelie uit. Wie aan de voeten van K. Schilder heeft gezeten komt van dit onderwijs van primair belang voor het zendingsveld - nooit meer los. Daarom houd ik mijn twijfels wanneer ik lees van de zo vele plotselinge bekeringen.
Al die bekeringsverhalen verlopen mij te glanzend. Zoals je het vroeger wel las van die blinde heiden met wie de zendeling een paar minuten praatte, en daar klaarde zijn gezicht al op toen hij hoorde van de vergeving van zonden. Waarom lezen we in de verslagen van opwekkingsbewegingen nooit van degelijk Bijbels onderricht? Het moge waar zijn dat de wind blaast waarheen hij wil maar dat houdt niet in dat het bijbels inzicht de blinde heiden zomaar aanwaait.
Eén van onze oudere Evangelisten zei onlangs dat wie na een eerste of een tweede huisbezoek aan een toverdokter de man al voor de keus stelt nu vóór of 'tegen Christus te kiezen, vraagt wat God niet vraagt. Zo overvraagt God de mens niet. In eerdere artikelen in Opbouw heb ik er aandacht voor gevraagd dat de keuze tot bekering in Christus pas gerechtvaardigd is nu de prediking van schepping in het begin met de zondeval en laatste oordeel aan het eind. Pas tegenover deze achtergrond wordt het werk van onze Here Jezus Christus verstaanbaar. Of de Heere dan niet een mens krachtdadig kan bekeren in een oogwenk?
Wat kan de Heere niet? Maar ik kom weer op mijn vorige artikel terug waarin ik noemde de onttakeling van de mens in sommige opwekkingsbewegingen, waar directe influistering van boven en bijzondere leiding soms de plaats innemen van gelovige overleggingen. De Heere neemt de gelovige mens met zijn inzichten serieus. Hij schuift hem niet bruusk aan de kant. Op dezelfde wijze neemt God ook de heidense mens met zijn krachtenfilosofie serieus. Hij onttakelt hem niet door hem in een oogwenk zijn heidense overtuigingen en inzichten in krachtenordening af te nemen; ener andere voor in de plaats te zetten. Hij laat de mens volwaardig mens ook in zijn bekering. God respecteert de menselijke structuren en rechten want Hij maakte ze zelf. Er vindt een gesprek plaats tussen God en mens, in prediking en huisbezoek, eens en telkens weer. De Zoon van God is mens geworden om door Zijn Geest en Woord naast de heidense mens te kunnen gaan staan in zijn ontologische krachtenwereld, en hem daarin te overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel.

Het is een wonder van genade om iemand gade te slaan die enkele jaren geleden nog voluit in zijn heidense krachtenwereld gelukkig was, maar die nu de Here Jezus als Verlosser heeft aangenomen, van schuld weet en van genade, van schepping en zondeval en eindoordeel. Deze mens is niet onttakeld, maar er is aan hem getrokken in prediking en huisbezoek, in bijeenkomst en catechisatie door God; er is gediscussieerd en vertroost en vermaand, er is gedroomd en gedacht, er is gebeden en verwenst. Zo'n Christen wordt door de Heere niet tevoorschijn getoverd- na een paar minuten prediking. Leerzaam is het om nog eens naar de Dordtse Leerregels te luisteren voorwaar geen dagelijkse lectuur op het zendingsveld - die van de mens zeggen dat hij door de val niet heeft opgehouden een mens te zijn, begaafd met verstand en wil, en dat alzo de bekering de wil van de mens en 'zijn eigenschappen niet vernietigt.
Waar de vaderen met de mens voor ogen zoals 'zij hem toen kenden in West-Europa, reeds zeiden dat de bekering een organisch proces is waarin de Heere wonderlijk werkt maar de mens als mens volkomen ernstig neemt, hoeveel temeer moeten wij voor het overredend en betuigend verkeer van God de Bantoeman - gevangen als hij is in zijn cyclische wereldbeschouwing en magische krachtenwereld - tijd inruimen in prediking en huisbezoek en gemeenschap, en niet op pressure-cooker-bekeringen aandringen.
De Gereformeerde zending kan niet op zo vele bekeringen bogen als de opwekkingsprediking.
Maar daartegenover staat dat het aantal afgevallenen in die kringen dan ook altij d groter is dan bij ons. Wij hebben onze afgedwaalden - de Heere brenge ze terug - maar het gemak waarmee bekeringen in opwekkingsbewegingen plaatsvinden gevolgd door al even schielijke afval, is ons vreemd. Voorlopig verkiezen we de moeizame methode in de zending, van het onderricht en de prediking en het huisbezoek en het gesprek, en nog eens weer, en nog eens weer, omdat we geloven dat God zo bezig is met de heidense mens. Hij is wel haastig om naar het einde te komen maar Hij geeft de mens tijd om zich te bekeren en overvraagt hem niet.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief