Zending en opwekkingsbeweging (5)

1978-03-10
  • Jaargang 22
  • nummer 10

Terug naar eigen huis
Nee, waarde lezer, er IS niets boven het begin van dit artikeltje weggevallen.
Het opschrift van de vorige artikelen "naar aanleiding van Dr Kurt E. Koch 'Gott unter den Zulus' is met opzet weggelaten omdat we ons nu niet langer bezighouden met opwekkingsbewegingen zoals die buiten ons voorkomen, maar aandacht willen schenken aan de invloeden van opwekkingsbewegingen in eigen huis. W'e hebben Bijbelse kritiek ingebracht op de opwekkingsbeweging van Erlo Stegen die in vele opzichten een model is van de revivals die overal op de wereld voorkomen, maar voordat we naar eigen huis terugggaan willen we bij het afscheid eerlijk opmerken dat we altij d diep onder de indruk kwamen van de ernst die we bij veel van deze broeders opmerken om dicht bij de Heere te leven. Het dagelijks luisteren naar God in Bijbelstudie en het ophoudelijk gebed samen met de voorbede, we kunnen er wat van leren en er jaloers op zijn; is bij ons die ernst om dicht bij God te leven niet soms geneutraliseerd in kerkelijke activiteiten? Wat komt er bij ons vaak weinig van het gezamenlijk gebed terecht! En van de voorbede! Het woord gebedskring maakt een Gereformeerd mens wat kopschuw. Maar waarom eigenlijk?

In mijn Nederlandse tijd kwam het niet voor dat studenten bij elkaar kwamen om samen bepaalde noden aan de Heere voor te leggen. Op jeugdverenigingen werd veel gepraat over de achterblijvers en niet-meedoeners.
Maar we zeiden niet tegen elkaar: laten we nu voor hen bidden.
We discussieerden en redeneerden en objectiveerden, en hielden ons daarmee veel van de Bijbelse ernst van het lijf. We zouden het overdreven gevonden hebben om samen om de tafel te gaan zitten en af te spreken: broeders, er zijn zoveel noden, laten we om de beurt bidden en het alles aan God voorleggen. We lopen de Heere niet aan, zoals het in de Statenvertaling heette. Het kan alleen maar ontdekkend zijn om de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter hij staat in Lukas 18 - nog eens met elkaar te lezen, en onszelf dan af te vragen of de Zoon des mensen het geloof bij ons vindt dat uitbreekt in volhardend gebed. Laat een Gereformeerd mens zich vooral niet schamen om zijn Bijbelse kritiek naar voren te brengen in verband met de opwekkingsbewegingen, mar tegelijkertijd erkennen: we hebben ook wat geleerd; waar is ons volhardend bidden?

Emotionaliteit en Hei{ige Geest
Het is welbekend dat de zonen van de lauwe westerstranden heel wat minder emotioneel zijn dan de kinderen van Afrika. Het staat nog te bezien of dit supremaat van het gevoel tot de ingeboren Afrika-erfenis behoort of dat het mogelijk eigen is aan alle volken die nog letterloos zijn of nog bezig zijn het lettertijdperk binnen te treden. Hierover mogen de geleerden nog twisten. Wij echter hebben met het feit te maken dat onze erfenis, bij Afrika-volken als stijfpotsierlijk overkomen. Onze zo mooie maar toch wel zwaarbetogende formulieren doen het in het kerkelijk Bantoe-leven niet. Onze Geneefse melodieën zouden in Zoeloekerken plotseling van heel wat mindere komaf lijken te zijn. Wat onze Bantoe-Christenen het liefst zingen zijn steeds weer dezelfde refreinen, steeds weer herhaald, op half Westerse, half Afrika-melodieën die niet in noten te vangen zijn maar in het steeds herhaalde gezang voortdurend anders klinken. Zij n enkele Christenen bij elkaar, licht gaan ze zingen, en licht begint er een in de handen te klappen als ondersteuning van het gezang. De kans is echter groot dat een zwarte Evangelist in het midden van de broeders zit die duidelijk laat merken dat hij van dit alles niet gediend is. Voor hem is Christendom gelijk aan de wat strakke beleving van de blanke Christenen die hij kent. Er moet gezongen en gesproken worden, ingetogen en ingehouden. Met de aanvaarding van het Christendom zoals dat uit Europa tot hem kwam, schaamt hij zich als het ware voor zijn emotionele en spontane Bantoe-aard. Je zou eigenlijk uit je eigen wereldje uit moeten stappen om goed Christen te kunnen worden. Van de weeromstuit doet onze Evangelist wat afgemeten en vormelijk.
Als hij de broeders vermaant wat eerbiediger te zingen, komt het zingen inderdaad in kalmere wateren terecht maar de spontaniteit is nu ook weggeëbt. Het jonge Christelijke kindje kan gesmoord worden door het dekentje uit Europa. Het gebeurt dat de jonge Christen zich niet thuis voelt in de kerk. Hij kan er zichzelf niet zijn. Het kan ook gebeuren dat het kind het dekentje van zich afschopt.
Dat is gezond. Het kind kan nu vrij spartelen. Onder het zingen door kan ook iets anders gebeuren. Soms lijkt het alsof een andere geest is binnengekomen. Niet dat de mensen in hun handen zijn gaan klappen, ook niet dat ze zijn opgestaan van hun plaatsen, ook niet dat de broeders nog wat enthousiaster zijn gaan zingen. Bij sommigen is het spontane en het blijde handengeklap en zingen overgegaan in een vastberadenheid alsof ze ergens heen op weg zijn. Het zweet dat al druppelde begint te stromen. De voeten en het hele lichaam doen nu in één ritmische beweging mee. Ogen die zo even nog blij rondzagen, zijn nu gesloten of zijn verstard. Zoëven was het nog mogelijk om zomaar samen op te houden. Nu zouden alle aangezette remmen het begeven. Onder het nu dreunende gezang door hoor je kreten, niet van blijheid maar als een reeks onontwarbare schreeuwen komend uit een onbekende diepte.
En daar - helemaal niet onverwacht nu - wankelt iemand naar buiten, schreeuwend en brullend of gierend en krijsend, zonder dat het mogelijk is hem tot bedaren te brengen.
Er is dan ook niemand die het probeert. Het is - zo zegt men - de Heilige Geest die over de vergadering is gekomen in de vorm van een zekere bezetenheid. Het "ik" van de roepende of zingende mens is nu verdrongen door de Heilige Geest die de mens tot zwijgen heeft gebracht. Zo staat het toch in de Bijbel? "Bedrinkt u niet aan wijn waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest" (Ef. 5: 18). Zoals er een negatieve en zondige bedwelmmg is, ZO is er een positieve en heilige, die van de Geest, maar die zich op dezelfde wijze uit. Wie het waagt kritisch te vragen of de Heilige Geest echt wel zo werkt, wordt verweten de Heilige Geest te willen uitdoven.

Grenzen trekken
Deze vorm van bezetenheid komt vooral bij meisjes in hun late puberteit die nog geen contact met de andere sekse hebben gehad, en bij vrouwen in de overgangsleeftijd. De verklaringen hiervoor laat ik graag aan de psychologische vakman over. Wat ons hier nu interesseert is dat we te maken hebben met een variant van de bezetenheid die onder heidenen ook voorkomt. Als een meisje buiten het Christelijk geloof om zo tekeer gaat, wordt het "hhayiia" genoemd, en schenkt niemand er veel aandacht aan.
Het gaat wel over zegt men dan. Ik herinner me dat we in de bossen zo'n meisje wel hebben gezocht samen met de hele familie. Het werd als een spannend uitstapje beschouwd. Maar in de kerk krijgt hetzelfde verschijnsel de ijk van de Heilige Geest, en dan wordt het zeer bedenkelijk.
Dezelfde quasichristelijke vorm van vervuld worden met de Geest kan ook bereikt worden door allen tegelijk te gaan bidden. Rustig wordt begonnen maar via allerlei verschillende overgangsstadia wordt crescendo het moment bereikt waarop de bidders geen beheer meer hebben over hun stem; een halfbewusteloze staat wordt bereikt waarin het lijkt alsof motorisch aangedreven woorden de bidder verlaten, en dan, ja dan is het punt weer bereikt van vervulling met de Geest; dan neemt de Heilige Geest de plaats weer over van mijn "ik". Wát er dan gezegd wordt hetzij in een bijeenkomst als boven geschetst, hetzij bij het gezamenlijk gebed, is van minder belang. En het is dan ook van weinig belang.
In vorige artikelen hebben we het over de "onttakeling" van de mens gehad. Indien ergens, dan komt dat hier wel duidelijk uit. Hoe minder de mens zelf doet en hoe meer hij wordt uitgeschakeld, des te meer ruimte is er voor de Heilige Geest. Wee hem .die er tegen in gaat en vragen stelt. Hij wil de Geest blussen!
Zoals drugs een verslavende uitwerking hebben in het verschaffen van nieuwe verten, zo is deze vervulling met de Geest een ervaring die naar meer doet verlangen. Men raakt in de ban der bezetenheid. Maar tegelijk ermee doemt een verstommende hoogmoed op tegenover de anderen die de Geest niet hebben of het wagen deze Geest te weerstaan. Genezing (of bekering) treedt pas op wanneer door rustig onderwijs wordt ingezien hoe de Heilige Geest onder de gelovigen werkt - maar men laat zich niet makkelijk leren - of wanneer de jonge dochter de jongeman van haar hart ontmoet.
De zending kan in verschillende valstrikken terecht komen. Vanuit onze westerse achtergrond kunnen we wat vreemd tegenover de emotionaliteit van Afrika aankijken en voor "Pinksterachtig" verslijten wat in feite niet meer is dan blij de geloofsbeleving van Afrikaanse Christenen. Als de zending hier - gedachtig aan thuis - de remmen aanzet, zullen jonge Christenen zich mogelijk niet meer thuis voelen. We zouden het Bantoekind gemakkelijk in het Westerse dekentje kunnen smoren. Ik denk dat de zending hier niet te gauw bang moet zijn. Maar... de grens tussen emotionaliteit en geestbezetenheid is soms- heel moeilijk aan te geven. Wie de grens te vroeg trekt en het Afrika-gevoel tot zwijgen wil brengen, houdt een typisch Westers gekleurde kerk over waarin menigeen zich niet thuis voelt! Wie de grens te laat trekt, en de van buiten komende geest van zwarte of wat vertekende blanke opwekkingsbewegingen wil stuiten, is te laat en ziet zijn Gereformeerde kerk licht veranderd in een dolle Pinksterboel naar Afrika-snit.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief