HEMELVAART (Hand. 1)

1979-05-25
  • Jaargang 23
  • nummer 21
De vraag van de discipelen aan de Here Jezus: "herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël" verraadt een zeker ongeduld van hun kant.
Zal nu gaan gebeuren, waar de jongeren al zo lang naar verlangd hebben?
Zal de Here Jezus nu voor zijn volk het koningschap herstellen? En zullen zij het nog mee mogen maken?
De Here Jezus zelf heeft zijn leerlingen op dit spoor gezet. Veel heeft Hij na zijn opstanding met hen gesproken over het Koninkrijk van God.
Ik houd het er voor dat in de verwachting van de discipelen de Oudtestamentische profetie een belangrijke rol gespeeld zal hebben.
De komst van het koninkrijk, dat betekent het einde van de oude bedeling, een einde dat ingeluid wordt door de uitstorting van de Geest (Joël 2).

De woorden van de Here Jezus in vs. 5: "Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na dien" voeren ons terug naar het begin van het evangelie, waar we lezen over het optreden van de Doper. In Matth. 3 horen we Johannes zeggen: "Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.
De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur."
Johannes ziet de komst van de Messias, de uitstorting van de Geest en het einde van de oude bedeling in elkaars verlengde liggen en niet eens zover na elkaar. Daarmee staat Johannes de Doper in de lijn van de Oudtestamentische profeten, die de toekomstverwachting in datzelfde perspectief zagen.
De Geest zal worden uitgestort, er zullen tekens gebeuren op de aarde en in de hemel. En in het direkte verlengde van de geestesuitstorting .
zien de profeten de grote dag des Heren naderbij komen. Voor hun besef horen deze dingen zo direkt bij elkaar, dat er nauwelijks verschil in tijd tussen is. Terwijl wij achteraf er toch anders tegen aankijken.

Dit verschil in optiek wordt heel treffend geïllustreerd door twee mensen die in de verte naar dezelfde punten kijken. De één heeft een verrekijker, de ander niet.
Degene die en verrekijker gebruikt ziet de dingen in een heel ander perspektief dan degene die er geen één heeft. Met een verrekijker worden dingen, die veraf zijn voor het oog heel dicht bij gehaald en lijken ze vlak na elkaar te liggen, terwijl er in werkelijkheid een grote afstand tussen ligt. Zo ligt het ook in de profetische toekomstbeschrijving.
Dan worden de gebeurtenissen heel dichtbij gehaald en a.h.w. in elkaar geschoven, terwijl ze in werkelijkheid van elkaar gescheiden zijn door een groot verschil in tijd.
Uit de prediking van hun Meester, hebben de leerlingen opgemaakt dat de wederoprichting van het rijk van David, het herstel van het koningschap voor Israël, de laatste fase zal inluiden. Zal de ontknoping in déze tijd komen? Zullen wij het nog meemaken?

De Here Jezus laat hun vraag onbeantwoord.
Hij geeft geen uitsluitsel omtrent het tijdstip waarop dit alles zal geschieden. Niemand weet het tijdstip, waarop God zeggen zal: en nu is het zover. De Vader houdt de beslissingsmacht over dit tijdstip aan zich, "maar gij zult kracht ontvangen", zegt Jezus, "wanneer de Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn ... "
Christus wil niet, dat we de jaren aftellen, nog zo lang duurt het, maar Hij wil dat wij onze taak, onze roeping zien in deze wereld.
Dát is de zin van zijn antwoord aan de discipelen.
Wie naar de tijd vraagt, wie gaat zitten aftellen, die verliest de aandacht voor het werk, dat hem te wachten staat.
Tellen maakt ongeduldig. Nog zoveel streepjes en we zijn er. Zo'n instelling werkt verlammend. Het is als met kleine kinderen, die de dagen en de nachten voor hun verjaardag aftellen. Hoe lang duurt het nog? Ze slapen er niet meer van, zo opgewonden zijn ze. Maar ze hebben ook nergens meer oog voor.

De Here Jezus vestigt de aandacht van zijn discipelen op de wereld (Jeruzalem - Samaria - het uiterste der aarde), en daarin getuigen van Hem te zijn.
Ook al is Hij na zijn heengaan tot de Vader lichamelijk niet meer in hun midden, het werk gaat door en in de Geest is Hij present.
Door zijn Geest zullen zij kracht ontvangen om het werk voort te zetten, dat Hij begonnen is. De verkondiging van de blijde boodschap aan mensen dichtbij en ver af. Getuige-zijn. Getuigen van Hem, die de boze heeft overwonnen en die zijn Rijk doet komen.

Tegenover de toch wat enge aandacht van de discipelen voor Israël, "herstelt Gij in deze tijd het koningschap van Israël", geeft de Heiland de breedte der aarde aan.
De reikwijdte van zijn koningschap.
"Gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judéa en Samaria en tot het uiterste der aarde". De kringen zullen zich steeds meer verwijden.
Vanuit het hart van het joodse land zal het evangelie schoksgewijs de wereld veroveren. Jeruzalem, Judéa en Samaria, de grenzen van het romeinse imperium, Heel de wereld wordt opengelegd.
En daarmee wordt tóch nog iets gezegd over de tijd, hoe lang het nog zal duren. De verbreiding van het evangelie over de gehele wereld ging in die tijd niet via kranten, radio, televisie enz., maar de predikers van het evangelie gingen te voet, van stad tot stad, van land tot land, langs vaak weinig begaanbare wegen.
Geeft dit niet aan wat de leerlingen ongetwijfeld geproefd zullen hebben: de Here Jezus spreekt hier over onze schouders tot de gemeente, die volgen zal. Voordat de uitersten der aarde het rijke evangelie-woord gehoord zullen hebben, zal er heel wat water door de Jordaan gestroomd zijn. Een groot terrein ligt braak. Er moet veel werk verzet worden.
En wanneer de Here Jezus is opgevaren naar de hemel en aan hun ogen onttrokken wordt door een wolk, klinkt in de vraag van de engelen een lichte terechtwijzing door op hun staren naar omhoog, maar tegelijk ook een belofte.
Een terechtwijzing: "Wat staat gij daar en ziet op naar de hemel?"
Tussen de regels door hoor je: ziet de breedte der aarde, die Hij u gewezen heeft. Maar ook klinkt in hun woorden de belofte: Hij komt weer en zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien heenvaren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief