Een boom geveld

2006-02-17
  • Jaargang 50
  • nummer 4
Een schokgolf ging op 5 februari door onze Nederlands Gereformeerde kerken toen velen van ons hoorden dat diezelfde morgen dominee Hans Arnold plotseling was overleden. Nu ik dit enkele dagen later schrijf, is het nog nauwelijks te bevatten. Hij was nog maar 48 jaar, een boom van een kerel in de kracht van zijn leven. Op vrijdag 10 februari werd in de Tabernakelkerk in Apeldoorn een ontroerende afscheidsdienst gehouden waar velen kwamen om te danken voor zijn leven en om te bidden voor zijn gezin.

Hans groeide op in Den Haag. Hij ontmoette zijn geliefde Roeline Bloemendal tijdens zijn militaire diensttijd in Eefde bij Deventer. Samen ontvingen ze drie kinderen: Job (1985), Femke (1988) en Abel (1989). Hans studeerde vanaf 1980 aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie en werd in 1989 predikant te Zoetermeer. In 1994 en 1995 werkte hij als legerpredikant in Schaarsbergen en leerde daar zelfs parachutespringen. Vanaf 1997 stond hij in Apeldoorn waar hij tot november vorig jaar actief was in de wijngaard van de Heer: een rank die goede vruchten droeg.

Kort maar hevig ziekbed
Half november 2005 kreeg Hans steeds meer last van hevige hoofdpijn en werd hij opgenomen in het Lucas ziekenhuis te Apeldoorn. Daar werd een meningitis geconstateerd en behandeld.
Maar ondanks zware pijnstillers verminderde de pijn nauwelijks en raakte hij lichamelijk steeds verder achterop. Ten einde raad werd half januari besloten tot nader onderzoek in het academisch ziekenhuis te Nijmegen. Toen de pijn wat afnam kwam hij rond 20 januari thuis maar in de weken erna namen de klachten weer toe. Begin februari raakte hij verward en keerde terug naar het Lucas ziekenhuis waar men een morfinevergiftiging vermoedde. Meer onderzoek toonde dat er een bloeduitstorting onder zijn schedel zat en die werd op 3 februari in het ziekenhuis te Zwolle operationeel verwijderd. Een opgetogen Roeline belde ons die avond om te vertellen dat de ware oorzaak eindelijk was gevonden en dat volgens de artsen de toekomst er rooskleurig uitzag. Op zaterdag kwam Hans van de intensive care. De nacht erop stierf hij onverwacht door een bloedstolsel dat in zijn longen terecht kwam. Er is nog geprobeerd hem te reanimeren maar het was te laat. Zo luidt het relaas over een man, vader en herder die volgens onze inschatting te vroeg stierf. Gelukkig is dat niet alles wat er over hem gezegd kan worden.

Mensen raken
‘De nagedachtenis aan de rechtvaardige zal tot zegen zijn’, zegt een Joods spreekwoord. De waarheid daarvan bleek al direct tijdens de avonddienst op de zondag toen Hans stierf. Naar aanleiding van een preek van Hans over Psalm 62 sprak zijn collega ds. Job Smit over hem: ‘Hans, die ons de warmte van het evangelie van Jezus, de liefde van de vader en de kracht van de Geest overdroeg (...) vooral door zijn vaderlijk-warme uitstraling, zijn vriendelijkheid, zijn meeleven en informeren (...) door zijn kwetsbare instelling (...) door zijn oprechte vroomheid. In het pastoraat kwamen deze dingen het meest tot hun recht. (...) Als hij op de man en de vrouw af moest spreken, dan kon hij mensen raken. Intuïtief aanvoelen waar de schoen wrong. (...) Zo kon hij ook woorden doorgeven die raakten. Raken en geraakt worden. Daar ging alles om in het pastorale optreden van Hans. Aangeraakt te worden door God, dat heelt een mens. Dat had hij zelf ervaren. Dat gunde hij anderen.’

Veiligheid en vertrouwen
De Apeldoornse gemeente was op zondag 5 februari in rouw gedompeld. Troost werd gevonden in de eeuwenoude woorden van Psalm 62: ‘Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil; waarlijk, hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen. Op God rust mijn heil en mijn eer. Mijn sterke rots, mijn schuilplaats is op God. Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats.’ Uit deze psalm benadrukte Hans volgens ds. Smit twee hoofdthema’s: het thema van de veiligheid en het thema van het vertrouwen. ‘Een burcht is veilig. Een schuilplaats is veilig. Hans zocht zelf veiligheid in een onveilige wereld. Daarom preekte hij er ook zo vaak over. En hij werd niet moe te benadrukken: die veiligheid is niet bij onszelf te vinden. Het is de Heer, die onze Verlosser is. Het is de Heer, die onze Kracht is. Van Hém moet het komen. Op Hém moet je je richten.
Hij is bij machte meer te doen dan wij denken of beseffen. En het thema van vertrouwen. Dat het niet van ons zelf komt, maar van God. Hans was daar zó van overtuigd, hij ervoer het zelf ook zo. En hij verkondigde het keer op keer.’ Zo werd de gemeente in Apeldoorn getroost met de troost die ook Hans zelf vertroost had. Het slot van die preek is nog te beluisteren via www.jobsmit.tk. Daar roept Hans de gemeente op de ware rust te zoeken bij de Here. De slotzin vormt een profetisch geluid: ‘Als je naar de Here toegaat, dan kan je leven desintegreren en toch recht overeind blijven staan. Amen!’

De liefde van de Heer
De liefde voor de Heer en ontzag voor Gods Woord dreven Hans als predikant. Hij verlangde ernaar dat dit ook concreet gestalte kreeg in mensenlevens. Hij hunkerde naar meer van de Geest in onze vaak sobere Gereformeerde diensten. De laatste jaren zocht hij daarom inspiratie in het gedachtengoed van ‘Houten’. Hij bezocht de predikantenretraite en wijdde er een studieverlof aan.
In zijn eigen gemeente stimuleerde hij ministry: de persoonlijke voorbede voor elkaar. Met een kleine groep predikanten kwamen we soms samen en baden met en voor elkaar.
Denkend aan deze zachtmoedige broeder komt de tekst van Opwekking 69 in me op: ‘Want ik zie in jou de grootheid van Zijn naam.’ Dat klinkt haast te mooi maar het is toch waar: in Hans Arnold kreeg Jezus gestalte.
Ik noemde al zijn zachtmoedigheid.
Maar ik denk ook aan zijn bescheidenheid, zijn kwetsbaarheid, zijn oprechtheid, zijn rechtvaardigheidsgevoel.
Ik herinner mij zijn diepe verlangen om trouw te zijn aan bijbelse waarheden, zijn hunkering naar meer van Gods Geest, zijn behoefte om aangeraakt te worden en anderen te raken met de liefde van onze Heer. Ik denk aan zijn volharding en geduld, zijn nuchtere, no-nonsense benadering, zijn humor. En dan ik hoor hem ook zeggen: ‘Zeg, jullie treuren toch niet om mij, hè? Ik heb het nu immers zoveel beter.’ En voor Roeline en de kinderen: ‘Zal de Here ook niet voor hen zorgen?’

Strijd en rust
Er zijn nogal wat dominees die lijden aan de predikantenziekte: ‘Schiet ik niet tekort?’ ‘Doe ik wel genoeg?’ Ook Hans worstelde vaak met de kloof tussen bijbelse idealen en onze gebroken, aardse werkelijkheid. Hij zocht naar bruggen om die twee te verbinden. Wat kan je hart soms onrustig zijn door alles wat vandaag onze gezinnen, ons geloof en de kerk bedreigt. Zou het niet daarom zijn dat Hans vaak sprak over de rust die te vinden is bij Jezus. Nu mocht hij zelf al zo ongedacht snel ons voorgaan in de ware Rust.

Zaadjes
Een grote boom die midden in het bos geveld wordt laat een enorme lege plek achter. Zo is het ook met Hans: in zijn eigen huis bij z’n vrouw en kinderen is het erg leeg. Ook de gemeente in Apeldoorn zal op zoek moeten naar een vervanger. Sommigen van ons missen een dierbare vriend. Maar let eens goed op de omgeving waar de boom stond. Daar ontkiemen in mensenharten zaadjes die door de boom zijn achtergelaten, het levende zaad van Gods Woord, van Gods Geest. Geprezen zij de Here voor wat Hij ons gaf in en door ds. Hans Arnold.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief