Vraag en antwoord

1979-05-25
  • Jaargang 23
  • nummer 21
Een meisje stuurde haar vader eens het volgende briefje:

"Ben je nu gelukkig nu je mij gedwongen hebt mijn hoofd te buigen voor jouw god?
Ben je nu gelukkig nu je mijn gedwongen hebt om naar jouw kerk te gaan alleen voor de buitenwereld?
Laat mij nu dan jou vertellen: ik ben niet gelukkig met de mensen in jouw kerk die me aankijken en me verwijten dat ik daar zit; dat ik me gevangen voel door zoveel paren ogen die me aanstaren.
Ben je nu gelukkig dat je mij kan dwingen zodat ik ongelukkig ben?"

Haar vader antwoordde als volgt:

"Ben je gelukkig als je de dingen zó zegt en zó doet dat het een ander wel pijn móet doen?
Het kan zijn dat je denkt dat anderen, misschien je ouders of juist je ouders, het verkeerd deden en doen en het zal soms, vaak, wel waar zijn ook maar ben jij zó zelfverzekerd dat je denkt dat je het zèlf altijd goed doet en wéét?
Ben je gelukkig als je er vooral hard tegenin gaat?
Ben jij gelukkig als je anderen probeert te dwingen door je houding?
Ouders kunnen veel dingen verkeerd doen, kinderen trouwens ook, kinderen kunnen veel dingen van hun ouders verkeerd vinden en soms, vaak, gelijk èn ongelijk hebben.

Je bent een "ik", je bent een "zelf", maar je bent niet alleen.
Je moet je eigen leven leiden, léven, maar je doet dat mèt anderen.
Je wilt sommige, veel, dingen anders doen dan je ouders, maar hoorde je ook al eens van "rekening houden met"?
Dat moeten zij, dat moet jij.

Ben je gelukkig door keihard te stenen dat je ouders je dwongen om naar hún kerk te gaan?
Maar je weet toch dat ze oprecht menen dat die kerk niet van hèn of van ànderen is?

Ben je eerlijk als je zegt dat zij je dwongen jouw hoofd te buigen voor hún God?
Je weet toch dat ze er van overtuigd zijn dat die God ook jóuw God is?
Ben je gelukkig door de dingen zó te zeggen?
Dat kan ik niet geloven.
Denk je dat anderen naar je kijken in de kerk?
En voel je je zó gevangen?
Weet je zeker dat je jezelf niet gevangen houdt door je houding?
Dat kan óók.
Kijk jij eens naar die anderen, staar ze ook eens aan en probeer te ontdekken dat ze gelukkig zijn met hun God.
Ook wel eens, vaak, ongelukkig want ze snappen alles ook niet altijd.

Ik ben niet gelukkig in het dwingen van een ander.
Ik ben sóms ook ongelukkig omdat het zo moeilijk is om uit te leggen dat zij en ik - je ouders meenden en menen het goed te doen door je mee te nemen naar de kerk, niet voor de buitenwereld maar voor jezelf.

Wil je een ander gelukkig maken?
Wil je dat een ander jou gelukkig maakt?
Dat kan.
Daar is begrip voor nodig.
Daar is respect voor nodig.
En die beide moeten komen van die en van die en van mij en van jou.

En dán kun je een heleboel dingen uithouden.
Je ouders ook.
Jij doet dan, een stap en zij doen er een paar en dan is het fijn te ontdekken dat jij en zij iets sámen hebben.
Het is vaak niet uit te spreken maar het IS er.
Misschien vaag, soms duidelijk.
Je voelt je gevangen door hen.
Zij voelen zich misschien gevangen door jou: Als we elkaar straks of morgen tegenkomen zullen we dan even naar elkaar lachen?
Ik om jou gelukkig te maken.
Jij om mij gelukkig te maken.
Omdat we sámen willen proberen elkaar te begrijpen.
Omdat we eigenlijk niet boos tegen elkaar willen doen want we hebben elkaar nodig en we zijn aan elkaar gegeven.
Ik heb jou in ieder geval nodig ook al denk je niet altijd zoals ik.
En jij mij hoop ik ook een beetje.
Je kunt veel voor me doen, veel voor me betekenen.
En ik misschien ook voor jou?
Ben je gelukkig?
Ben ik gelukkig?
Zullen we toch maar stilletjes "ja" zeggen, wat hakkelend maar toch "ja"?
Nog éven, mijn brief is veel langer dan die van jou maar dat zal wel komen door de leeftijd.
Zeg, zullen we niet alleen lachen naar elkaar maar ook sámen verder gaan?
Zoals morgen naar de rommelmarkt want van rommel houden we allebei."



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief